zaterdag 4 mei 2013

Hanno


        HANNO

 

        h.n' (pun), (h)annon (gr), (h)anno (lat).

        Betekenis: de godheid is gunstig gezind.

        Frequentie: Punisch 119x Neopunisch 14x

        F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,

        Biblical Institute Press, 1972.

        Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

        Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionaire Lipinski. Tussen {accolades} de

        nummering bij Paulys encyclopedie 1912.

        In Romeinse cijfers de volgorde alhier.

 

        Hanno I (1) {1}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Mago (2) en vader van Hamilcar (1) in de 2e helft van de 6e eeuw v.C.

        [Herodotos.VII,165]. Volgens Justinus (XIX 1,1‑2,1) is hij echter de zoon van

        Hamilcar (1). Er zijn geen verdere details bekend.

 

        Stamboom Magonieden volgen Beloch:

                                         Mago c.540

                                             V

                       ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                       V                                    V

                  Hasdrubal c.520             Hanno <‑‑‑‑‑ (1)

                       V                                    V

             ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑                          Hamilcar tot 480

             V         V         V                          V

        Hannibal  Hasdrubal Sapho     ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                                      V                    V <‑‑?       V

                                  Himilco  Hanno(2) 480‑450 Geskon

                                      V   zeevaarders?             V

                                 ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑              Hannibal tot 406

                                 V           V

                          Hanno(3)    [Himilco]

                                 V           V

                            Himilco 406‑396 Mago 396‑c.380

                                             V

                                         Himilco in 382

                                             V

                                         (Mago? tot 344)


 

        Hanno II (2) {2}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Hamilcar en mogelijk dezelfde als onder (1) of (3). In ieder geval een

        veldheer in de 5e eeuw v.C te Africa en Sicilië met de bijnaam "Sabellus". Deze

        bijnaam wordt vermeld door Pompeius Trogius (Proloog geschiedenis

        Philippus.XIX). Hij verovert een flink deel van wat we nu Tunesië noemen. Hij

        maakt van de Carthagers uit Tyrus meer en meer Afrikaners (Dione Chrysostomius

        Or.25‑313). Er komen echter beschuldigingen tegen hem (Plinius VIII 55). Hij

        wordt ten val gebracht en moet samen met zijn broer Gersakon uitwijken

        [Just.XIX,19]. De zoon van deze Hanno is waarschijnlijk Himilco (2).

        Er ligt een opmerkelijke paralel met Hanno de usurpator vanuit een eeuw later.

 

        Hanno III (3)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Suffeet van Carthago, die met 60 vijfroeiers en 30.000 kolonisten een

        opgetekende tocht ondernam. Hij verkent en staat aan het hoofd van een grote

        expeditie naar de westelijke kusten van Afrika in het midden van de 5e eeuw. Het

        is opmerkelijk, dat Herodotos niet bekend was met deze reis. Het is dus

        enigszins aannemelijk, dat het gebeurde na de dood van Herodotos (=425 v.C),

        maar helemaal zeker is dat niet. De Carthagers kunnen de reis nog lange tijd

        geheim gehouden hebben!. Het aantal kolonisten zal overdreven zijn. Niettemin

        worden de volgende vestigingen gesticht:Thymiaterion,Soloeis,Karikon Teichos,

        Gytte,Akra,Melitte, Cerne. Hanno is vermoedelijk tot aan de berg van Kameroen

        gekomen. Er zijn er echter ook, die hem al bij Dakar zien stranden of zelfs

        helemaal de ronding van Afrika zien doen. Zie: Griekse versie van de Codex

        Palat. 398, blad 55r‑56r. [Strabo.XVII, Plinius.IV,V,VI, Diodoros.III]. Deze Hanno

        wordt door Plinius "Carthaginis potentia florente" genoemd. Dat is zo'n algemene

        benaming, dat we hem niet goed genoeg daarmee kunnen plaatsen. Behoorde hij tot

        de familie van de Magonieden? In die familie komt een Hanno voor in de periode

        480‑450 als zoon van Hamilcar en er komt een Hanno voor in de periode daarna

        als zoon van Himilco (de andere zeevaarder?).

 

        Hanno IV (4)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Hamilcar en lid van de familie van de Magonieden in de 5e eeuw v.C.

        Hij is een invloedrijk persoon (Justinius XIX 2,1). Wellicht is hij identiek aan

        de zeevaarder.

 

 


 

        Hanno V

        ‑‑‑‑‑‑‑

        In de 4e eeuw v.C komen we in Carthago een inscriptie tegen, waaruit de

        volgende stamboom is af te leiden:

 

        c.450     ty

                  V

        c.425     bsj...

                  V

        c.400     mlkytn

                  V

        c.375     h.n'

                  V

        c.350     ...mlqrt

 

        Hanno is hier de zoon van Milkyaton en hij heeft een zoon: wellicht Abdmelqart

        of Bodmelqart.

 

        Hanno VI (8?) {3} de RAB

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Veldheer van Carthago in het midden van de 4e eeuw. Hij voert strijd tegen

        Dionysios in 368 (Diodoros XIV 73 + XV 73,1‑2)). Hierna komt het tot een

        interne machtstrijd in Carthago en hij weet zijn tegenstander Suniathon

        (Esjmoenyaton) uit te schakelen. In de winter van 368/367 komt er een

        wapenstilstand met Dionysios I (Diodoros XV 73,4). Vervolgens tracht hij tot

        vrede te komen met het Syracuse van Dionysios II. Dat mislukt eerst in 367 en

        366 (Plutarchus Dio 6,5 + 14,4). Daarna volgt er een oorlog in Africa zelf

        (Pomp.Trog.proloog XX) en wordt de vlakte van El‑Fahs gekoloniseerd. Paulys

        encyclopedie acht hem ook verantwoordelijk voor de gebeurtenissen in c.345‑335,

        maar waarschijnlijk is dit een andere Hanno: =(9)+(10)

 

        Hanno VII (9) {3} de usurpator.

        ‑‑‑‑‑‑‑‑

        In Carthago probeert hij een staatsgreep in het midden van de 4e eeuw v.C. Het

        lijkt een strijd te zijn tussen het oligarchische bestuur van Carthago en het

        volk van Carthago. Deze Hanno steunt op het volk en hij wil een monarkhia

        volgens Aristoteles (Polit. V 7), regnum volgens Justinius (XXI 4,1+XXII 7,10) of

        een dominatio volgens Orosius Adv.Pag.IV 6,16).  Hierbij tracht hij de steun te

        verwerven van zijn slaven (Justinius XXI 4,6 + Orosius Adv,Pag.IV 6,18), van de

        AFRI en de Mauri (Justinius XXI 4,7+Orosius Ad.Pag.IV 16,19) Zijn poging om de

        complete stadsraad te vermoorden mislukt. Hij verlaat Carthago en poogt een

        oproer te ontketenen. Uiteindelijk wordt hij en zijn familie terechtgesteld.

        Slechts Gersakon (3) kan ontkomen. [Justin.XX,XXI 4,1‑8, Diod.XVI]. Paulys 1912

        ziet hem als Hanno {3}. Wellicht wordt hij verward met de zeevaarder, de

        leeuwentemmer (32) en/of de vogelliefhebber (33).

 

        Hanno VIII (10) {3}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In 345 belegert hij Campaanse huurlingen in Entella (Diodoros XVI 67,2). Hij

        weet de landing van Timoleon niet te verhinderen en wordt teruggeroepen

        (Plutarchus Tim.19). Bij Diodoros (XVI 67,2‑4) wordt hij verward met zijn chef

        Mago (3). Paulys 1912 ziet hem als Hanno {3}.

 

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hanno (8)+(9)+(10) = {3} !

        Qua tijd zou het dezelfde persoon kunnen zijn, want we horen in 368 voor het

        eerst iets over hem. Hij is dan minimaal 25 jaar. We horen voor het laatst van

        hem in 345/344 v.C. Hij is dan minimaal c.50 jaar

 

        Hanno IX

        ‑‑‑‑‑‑‑‑

        Op een inscriptie uit S.Antioco op Sardinië komt Hanno voor. De inscriptie staat

        op een marmeren blok van 20,5 x 14,5 x 12,5 cm. De wijding werd in Sulcis door

        Himilk gedaan aan het eind van de 4e eeuw of het begin van de 3e eeuw v.C. Als

        we c.300 v.C als uitgangspunt nemen, dan kan het volgende beeld ontstaan bij 25

        jaars cycli:

 

        c.425     .... ?    ‑> niet meer leesbaar.

                  V

        c.400     mgn       = magon

                  V

        c.375     h.mlkt    = himilkat

                  V

        c.350     h.n'      = hanno

                  V

        c.325     bd*sjtrt  = bodasjtarte

                  V

        c.300     h.mlk     = himilk

 

        Hanno X (11) {4}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Veldheer van Carthago in de strijd tegen Agathocles. Hij valt in de slag voor de

        muren van Carthago in het jaar 310, waarbij hij de linkervleugel van het

        Carthaagse leger aanvoerde en waartoe ook de z.g.heilige schare behoorde. Hij

        schijnt op slechte voet gestaan te hebben met Bomilcar, die de rechtervleugel

        aanvoerde.  [Diod.XX 10,1‑6/12,3‑7, Just.XXII 6,5‑6, Orosius Adv.Pag.IV 6,25].

        Dit kan echter ook oorlogspropaganda van de Romeinen zijn geweest.


 

        Hanno XI (12) {5}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Veldheer van Carthago tegen Archagatos, de broer van Agathocles. Hij verslaat in

        het jaar 307 Aischrion met zijn legerafdeling. [Diod.XX 60,3].

        "Hanno, die het bevel voerde over het leger in het midden van het land, legde

        een hinderlaag voor Aeschrion en overviel hem plotseling, waarbij hij meer dan

        4000 man voetvolk en ongeveer 200 ruiters doodde. Hiertoe behoorde ook de

        generaal zelf; van de overigen werden sommigen gevangen genomen en sommigen

        ontsnapten naar de veiligheid bij Archagathus, die zich op 500 stadiën(=ca.32

        km) afstand bevond."

        Dit is al wat we weten van deze Hanno, maar het lijkt waarschijnlijk, dat hij

        later ook betrokken zal zijn geweest bij de gevechten rond Tunes.

 

        Hanno XII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        De naam komt voor op een inscriptie uit de 3e eeuw v.C en is waarschijnlijk

        gewijd aan de heer van de hemelen (b*[l]sjmm) door Baalhanno, zoon van

        bodmelqart. De steen met inscriptie werd gevonden in Cagliari, maar Baalsjamem

        is op het eiland van de havikken/valken en dat is het huidige eiland S.Pietro

        ('yns.m). Zie: Amadasi blz 102. Met als uitgangspunt het jaar c.250 ontstaat

        mogelijk de volgende stamboom, waarbij omstreeks 300 v.C deze Hanno geplaatst

        zou kunnen worden:

 

        c.375     'tsj >>>> schijnt uniek hier alleen voor te komen!

                  V

        c.350     mhrb*l    maharbaal

                  V

        c.325     'sjmn*ms  esjmoenamos

                  V

        c.300     h.n'      hanno

                  V

        c.275     bdmlqrt   bodmelqart

                  V

        c.250     b*lh.n'   baalhanno

 

        Hanno XIII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In Marsala is een inscriptie met de naam teruggevonden op een cippo van

        18x21x10cm. Datering 3e/2e eeuw v.C. Zie Amadasi blz.60‑61.

        Aangezien Lilybaeum in 241 v.C overging in Romeinse handen, is het wellicht

        aannemelijk c.250 als uitgangsdatum te nemen voor de volgende stamboom:

 

        c.300     .....?

                  V

        c.275     h.n'      hanno

                  V

        c.250     'rsj      arisj

 

 

        Hanno XIV (13) {6}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaagse commandant van de bezettingsmacht in Zancle=Messana in 265. Hij

        werd daar door zijn chef Hannibal achtergelaten na de veldslag aan de Longanos.

        Hij verslaat een Romeins eskader, dat wil invaderen. Niettemin wordt toch

        getracht de vrede te bewaren door zelfs aan te bieden schepen en opvarenden

        terug te geven. Dat wordt afgewezen (Zonaras VIII 8‑9 383a‑d). Nadat Claudius

        toch de oversteek heeft kunnen maken laat hij zich ompraten om de burcht te

        verlaten, waarin hij verschanst zat. Hij wordt gevangen genomen en verliest de

        stad. Hiervoor wordt hij door Carthago met de dood bestraft [Polybios I, 11,4‑

        5].

 

        Hanno XV (14) {7}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Bevelhebber in de 1e Romeins‑Punische oorlog. Zoon van Hannibal. Hij opereert

        met Hannibal (3), die in 264 in Sicilië landde en Akragas bezette. Hij sluit met

        Hieron een verbond (Diodoros XXIII 1,2) en valt Messana aan. Daar wordt hij

        echter verslagen.  In 263 organiseert hij de weerstand in de Carthaagse

        epikratie tegen de oprukkende Romeinen. Op Sicilië heeft hij volgens Philinus

        (bij Diod.XXIII 8) in 262 maar liefst 50.000 man voetvolk, 6000 ruiters en 60

        olifanten ter beschikking. Van Lilybaeum gaat hij naar Ras Melkart en verovert

        Herbessos (Polybios I 18,8‑11). Een poging om het belegerde Akragas te

        ontzetten mislukt, ondanks een gewonnen ruitergevecht. Hij moet naar Carthago

        terugkeren en krijgt een milde straf: 6000 geldstukken boete! (Diodoros XXIII 9,2

        + Zonaras VIII 10 386b). In deze zelfde jaren weet hij wel een opstandige groep

        Galliërs in een hinderlaag bij de Romeinen te sturen. De Romeinen slachten hun

        bondgenoten in spé (4000 man) af (Diodoros XXIII 8,3).

        In 259/258 is hij misschien te Sardinië, waar hij zijn medebevelhebber Hannibal

        verliest, maar kort daarop verslaat hij daar Romeinse landingstroepen (Zonaras

        VIII 12 389c). Het is echter mogelijk, dat deze passage op nog een aparte Hanno

        slaat (zie:Ake Eliaeson, Uppsala 1906 ‑‑> Hanno (15)).

        In de zeeslag bij Ecnomus voert hij het bevel over de rechtervleugel. De zeeslag

        gaat verloren, waarna hij onderhandelingen aanknoopt om tijd te winnen

        (Polybios I 27,5). Deze Hanno keert dan terug naar Carthago om de stad te

        beschermen (Zonaras VIII 11, 390a‑b). Hierna wordt hij niet meer genoemd, of hij

        zou wellicht de Hanno van de Aegetische eilanden zeeslag kunnen zijn.

        [Diod.XXIII, Polyb.I 18,19,27, Zonar VIII]. De indruk bestaat, dat hij diplomatiek

        en organisatorisch goed toegerust was en veel minder een militair was.

 

 

 

 


        Hanno XVI (15) {8}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Admiraal van de Carthaagse vloot bij Sardinië en Corsika. Hij sneuvelt bij Olbia

        in 259 v.C en wordt eervol door consul L C Scipio begraven [Livius Per.XVII,

        Orosius Adv.Pag.VI,7, Silius Italicus VI 670‑672 en Valerius Max.V 1,2]. Volgens

        Zonaras VIII 9 schijnt er bij Olbia nauwelijks strijd geweest te zijn!

        Titus Livius, Periocha XVII 4+6:

        "L.Cornelius, consul in Sardinië en Corsica, vocht met succes in Sardinië en

        Corsica tegen de Sarden, de Corsen en tegen Hanno, de Carthaagse generaal ...

        Hannibal, de Carthaagse generaal, werd aan het kruis geslagen door zijn

        soldaten, omdat hij de vloot, waarover hij het bevel voerde, was verslagen."

        Valerius Maximus, feiten en memorabele gezegden, V, 2:

        "....; nadat hij stormerderhand de versterkte plaats Olbia had ingenomen,

        waarvoor in de verdediging daarvan moedig strijdend Hanno was gesneuveld, de

        Carthaagse generaal, liet hij zijn lichaam naar zijn tent brengen teneinde

        imposante begrafenis rituelen te laten plaats vinden ......"

        Zonaras, Epitome VIII, 11,7 + 10; 12,4‑6:

        "Lucius Cornelius Scipio, en zijn collega, ondernamen een campagne tegen

        Sardinië en Corsica, die gelegen zijn in de Tyrrheense zee, dicht bij elkaar

        gelegen op een manier, dat van ver af ze een geheel lijken te vormen. Hij stak

        eerst over naar Corsica en nam enerzijds stormerderhand Aleria, de belangrijkste

        stad van het eiland, in en anderzijds onderwierp hij zonder moeite de rest.

        Daarna hees hij de zeilen naar Sardinië, bemerkte een Carthaagse vloot en keerde

        zich tegen haar. De Carthagers sloegen op de vlucht toen men bijna slaags

        raakte en hij dirigeerde zijn vloot naar Olba: daar waren de Carthagers met hun

        schepen heen gegaan. Hij werd bevreesd om verder te gaan, want hij had niet

        genoeg voetvolk aan boord en keerde om naar Rome..... In het volgende seizoen

        vochten de Carthagers en de Romeinen tegelijkertijd om Sicilië en Sardinië.

        Gaius Sulpicius hield vele strooptochten over een belangrijk deel van het eiland:

        bovendien keerde hij zich hoogmoedig tegen Afrika. De Carthagers onder de

        leiding van Hannnibal gingen ook die kant op, want zij waren bevreesd voor

        degenen, die in Carthago waren. Maar de wind draaide en beide vloten werden

        teruggedreven. Hierna verraste Attilius Hannibal door een list met enkele

        zogenaamde overlopers, die voorwenden, dat hij opnieuw naar Afrika wilde

        oversteken. En dus manoevreerde Sulpicius zodanig tegen hem, die hem met grote

        haast wilde inhalen, door zijn schepen lang in de nevels verborgen te houden,

        waarna hij hem in grote verwarring kon overvallen. De andere schepen, die naar

        de kust waren gevlucht, nam hij leeg als buit mee.

        Hannibal, die zag dat de kust niet veilig was, verliet de schepen en trok terug

        op Sulcis. Daar kwamen de Carthagers tegen hem in opstand en toen hij alleen

        tegen hen optrok, werd hij terechtgesteld. Hierna lanceerden de Romeinen

        vermetele invallen in het naburige platteland, maar werden verslagen door Hanno.

        Dit gebeurde er in dit jaar."

        De diverse passages zijn hier opgenomen, omdat ze met elkaar in tegenspraak

        gelijken. Hebben we met een of twee Hanno's te maken. De Hanno van Olbia en de

        Hanno, die in het binnenland de gevechten wint. Hebben we te maken met Hanno,

        de zoon van Hannibal, die overkomt uit Sicilië? Het wordt niet echt duidelijk,

        ondanks de vele verklaringen en interpretaties, zoals bij J.Debergh (OLA 33) of

        bij A.Eliaeson.

 

        Hanno XVII {9}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Hasdrubal. Een van de drie veldheren, die tegen Regulus in 256 in actie

        kwamen [Polyb.I 30,1]. Was hij wellicht al eerder in actie op Sardinië en/of

        Sicilië? Is dit niet net andersom? Dus: Hasdrubal, zoon van Hanno.

 

        Hanno XVIII (16) {10}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Hamilcar. Hoofd van het gezantschap in 255 v.C naar Regulus [Diodoros

        XXIII,12 + Polybios I 31,5 + Orosius Ad.Pag. IV 9,1 + Zonaras VIII 13,4].

 

        Hanno XIX {11}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags kapitein, die met zijn vijfdekker tijdens de 1e Romeins‑Punische

        oorlog bij Lilybaeum in handen viel van de Romeinen en wiens schip (pentere)

        als voorbeeld ging dienen voor de Romeinse vloot in opbouw. Waarschijnlijk is er

        sprake van een naamsverwisseling met Hannibal de Rhodiër [Zonaras VIII,15

        396b].

 

        Hanno XX (18) {12}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Admiraal van de proviandvloot voor Hamilcar op Eryx in mei 241, die door

        L.Catulus verslagen werd bij de Aegetische eilanden. In Carthago wordt hij

        gekruisigd. [Diodoros XXIV, 11,1‑3;Polyb.I,60,2‑3+61, 1‑7; Zonar.VIII 17; Orosius

        Adv.Pag.IV 10,6‑7]. Volgens Eutropius (II 27) vond de zeeslag plaats op 10 maart

        241. In werkelijkheid moet het midden mei 241 zijn geweest.

 

        Hanno XXI (19) {13}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags veldheer. In 240/239 wordt hij tegen de huurlingen op Sardinië

        uitgestuurd, maar zijn soldaten verlaten hem. De opstandige huurlingen kruisigen

        hem [Polyb.I 79, 3‑4].

 

        Hanno XXII (20)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In 235 wordt deze Hanno naar Rome gezonden, waar hij een ernstige verhandeling

        houdt, die welwillend wordt ontvangen. Zie: Dion Cassius Rom.Gesch.XII, fr.46,1.

 


        Hanno XXIII (17) {14} de RAB

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hanno de Grote. Zo wordt ook deze Hanno genoemd uit de 3e eeuw. Hij is veldheer

        in Libyë (vanaf 256 v.C)en maakt zich gehaat vanwege de inning van hoge

        belastingen. Hij schijnt meedogenloos geweest te zijn (Polybios I 72,1‑3+67,1).

        De stad Hekatontapylos (=Theveste) wordt door hem veroverd. In het begin van de

        huurlingenopstand voert hij met hen overleg in Sicca. Daar schijnt hij de ernst

        van de situatie niet goed te hebben ingeschat. Reductie van de soldij wordt door

        hem zelfs in het vooruitzicht gesteld (Polybios I 67,1). De huurlingen weigeren

        nog om verder het hem te praten (Polybios I 67,12‑13).Als organisator is Hanno

        zeer goed, maar volgens zijn tegenstanders als veldheer een mislukkeling.

        Niettemin voert hij in het begin van de huurlingen oorlog het commando

        (Polybios I 73,1).Hamilcar Barcas volgt hem in 240(?) op (Polybios I75,1‑2 +

        Appianos Iber.4/Hann.2) en sindsdien (of misschien al eerder) heerst er

        vijandschap tussen de families Hanno en Barcas. Na de moord op Gersakon wordt

        hij weer als veldheer opgeroepen, maar zijn troepen kiezen uiteindelijk voor een

        andere veldheer=Hannibal. Na de dood van Hannibal wordt Hanno opnieuw gekozen

        en vindt er een "verbroedering" plaats met Hamilcar. Gezamenlijk worden dan de

        huurlingen definitief overwonnen. Hanno neemt Hippo in. Uiteindelijk wordt hij

        opnieuw als veldheer afgedankt en geraakt op de achtergrond.

        In 219/218 is het Hanno, die de oorlog met Rome sterk ontraadt en zelfs voor

        uitlevering van Hannibal Barcas is (Livius XXI 3,2‑4,1+10,2‑11,1). Tijdens de

        oorlog en zelfs na Cannae blijft hij zeer sceptisch over de uitkomst van de

        oorlog. Tegen het einde van oorlog is hij het, die met Rome tot vrede tracht te

        komen (Appianos Lib.49). Hij beschermt zelfs eerder de Romeinse gezanten

        (Appianos Lib.34).Hanno de Grote heeft geleefd van ongeveer 280 tot 200 en werd

        dus voor die tijd vrij oud. [Polyb.I 67 t/m 88, Appian.Lib, Liv.XXI, Zonar.VIII

        Liv.XXIII, Zonar.IX].

 

        Hanno XXIV

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Te Timpone di S.Antonio is bij Marsala een inscriptie met de naam teruggevonden.

        Datering: 3e/2e eeuw v.C. Zie:Amadasi blz.57‑58. Aangezien Lilybaeum in 241 v.C

        overging in Romeinse handen, is het wellicht aannemelijk c.250 als uitgangsdatum

        te nemen voor de volgende stamboom:

 

        c.325     'dnb*l    adonbaal

                  V

        c.300     gr*sjtrt  gerasjtarte

                  V

        c.275     'dnb*l    adonbaal

                  V

        c.250     h.n'      hanno


 

        Hanno XXV {15}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags officier, die in 218 met 10.000 man voetvolk, 1000 ruiters en

        voorraden/bagage e.d. door Hannibal in Catalonië achtergelaten wordt (Polybios

        III 35,3‑5+Livius XXXI, 23). Orosius geeft hem een andere naam. Het is niet

        duidelijk, of de 3000 gedeserteerde Carpetanen en de verdere 7000 door Hannibal

        heengezonden soldaten bij Hanno onderdak vonden of rechtstreeks teruggingen

        naar hun stamlanden. In nog hetzelfde jaar wordt hij door Cn Scipio verslagen

        bij Kissa. [Polybios III 76,6, Livius XXI 60,1‑9,Zonaras VIII 25 421a]. Kissa of

        Cissa moet ergens in het binnenland achter Tarraco hebben gelegen.

        Hanno verliest hierbij 6000 man aan gesneuvelden en 2000 man raken in

        krijgsgevangenschap. Het is niet duidelijk, of Hanno ook omkomt of in

        krijgsgevangenschap raakt. We horen in ieder geval niets meer van hem.

 

        Hanno XXVI (21) {16}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van de suffeet Bomilcar (3) (Polybios III 42,6) en tevens een neef van

        Hannibal (6) Zie Appianos Hann.20. Misschien is hij de zoon van de schoonmoeder

        van Oezalcms en Mazaetullus. Deze Hanno maakt de tocht van Hannibal mee vanuit

        Spanje en krijgt meestal zelfstandige commando's toe bedeeld. Hij forceert o.a.

        de overgang bij de Rhône voor het leger van Hannibal, de zoon van Hamilcar 

        Barcas (Polybios 42,5‑43,10, Livius XXI 27,2‑28,3, Zonaras VIII 23,3 409c‑d). Bij

        Cannae heeft hij het commando over een van de vleugels (Polybios III 114,7).

        Livius heeft het echter over Maharbal en Hasdrubal, terwijl Appianis Mago noemt.

        Later heeft hij het commando in Lucanië en Bruttië. Hij belegert Petelia

        (verwisseling of samen met Himilco?), maar wordt in 215 door Tib.Sempr.Longus

        bij Grumentum verslagen. Met aangekomen versterkingen rukt hij op naar Nola

        (Livius XXIII 43,5‑6). In Bruttië verovert hij Locroi en Crotone (Livius XXIV

        1,1‑2). In 214 wordt zijn leger van 17.000 Bruttiërs en Lucaniërs, alsmede 2000

        Afrikaanse ruiters bij Beneventum verslagen door Tib.Sempr.Gracchus (Livius XXIV

        14‑16 + Zonaras IX 4,424b), maar in 213  wordt Tib.Pomponius Veientanus door

        Hanno verslagen en gevangen genomen (Livius XXV 1,2‑4). Verder belegert hij de

        burcht van Tarentum (Appianos Hann.33) en probeert Capua te provianderen. Te

        Beneventum wordt in zijn afwezigheid zijn leger met de voorraden overvallen

        (Livius XXV 13‑14). Even later verovert hij in 212 samen met Mago de Samniet

        Thurioi (Livius XXV 15,7‑17). De komende paar jaar is het moeilijk om zijn

        bewegingen verder te volgen, maar in 207 vinden we hem in Metapontum.

        Hierna wordt hij misschien naar Carthago terug gestuurd. Wellicht duikt hij dan

        nog in Spanje op (Hanno 25+26), maar dat is hoogst onzeker. Na het écheque van

        Hasdrubal en Syphax in 203, wordt hij misschien nog tot bevelhebber gekozen en

        samen met Hamilcar doet hij met de vloot (Hanno 28) een aanval op Castra

        Cornelia. Hierna wordt hij niet meer genoemd. Het kan ook goed zijn, dat hij in

        207 of 206 al gesneuveld is in Zuid‑Italië. [Polyb.III,Liv.XXI t/m XXVII,

        Zonar.VIII, Appian. Hann.33+34, Appian.Lib.24+29+30].


 

        Hanno XXVII (22) {17}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Voorname Carthager en senator, die in 215 de Sarden beweegt in opstand te

        komen. Op Sardinië geraakt hij na de nederlaag van Hasdrubal de Kale in

        Romeinse gevangenschap. [Liv.XXIII 41,1‑2].

 

        Hanno XXVIII (24) {18}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags officier, die tijdens de 2e Romeins‑Punische oorlog in 212 met 1000

        ruiters en 1000 man voetvolk naar het belegerde Capua wordt gezonden, waar hij

        met Bostar het commando overneemt. Vergeefs proberen zij in 211 uit te breken.

        [Liv.XXVI 5,6 + 12,10‑11; Appianos Hann.36]. Dit kan niet Hanno (17) zijn, want

        die is dan in Thurioi aanwezig.

 

        Hanno XXIX (23) {19}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Aanvoerder van de Carthaagse troepen op Sicilië na de dood van Himilco (9)  in

        212. Hij houdt Akragas als basis, maar kan niet goed overweg met de Numidische

        ruiteraanvoerder Muttines=Mattan(8). Deze Hanno wordt in afwezigheid van

        Muttines een keer verslagen door Marcellus aan de rivier Salso (Livius XXV 40‑

        41). Hanno krijgt opnieuw versterkingen (8000 man voetvolk en 3000 ruiters) en

        verdedigt Akragas tegen de oprukkende Laevinus (Livius XXVI 21). Wanneer hij

        zijn eigen zoon tot commandant van de Numidische ruiterij maakt, verraadt

        Muttines de stad aan de Romeinen in 210. Hanno vlucht naar Carthago.

        [Liv.XXV+XXVI]. Wellicht is de berichtgeving van Livius hier wat erg gekleurd.

 

        Hanno XXX (25) {20}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags veldheer in Spanje. Nadat Hasdrubal, de zoon van Hamilcar Barcas, in

        208 vertrokken was naar Gallië, wordt deze Hanno als derde bevelhebber naar

        Spanje gezonden. In 207 wordt hij met Mago (6) door Silanus overwonnen en

        geraakt in gevangenschap. Hij wordt naar Rome gestuurd [Liv.XXVIII 1‑2 + 4,4].

        Wellicht dezelfde als Hanno (21)?

 

        Hanno XXXI (26) {21}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags officier in Spanje. In de 2e Romeins‑Punische oorlog is hij

        onderbevelhebber van het leger van Mago in Spanje (Livius XXVIII 23,7). Na Ilipa

        (206) weet hij met weinigen te ontkomen. Hij zet een nieuwe legergroep op, maar

        wordt aan de Guadalquivir door L.Marcius Septimus verslagen, dan wel door zijn

        eigen troepen verraden. [Liv.XXVIII 30, Appian.Iber 31]. Volgens Appianos zou

        zijn legermacht groter zijn geweest dan die van Marcius en zouden zijn verliezen

        niet erg groot zijn geweest. Het blijken obscure omstandigheden te zijn,

        waaronder deze Hanno mogelijk zijn einde vindt. Wellicht dezelfde als Hanno

        (21)?


 

        Hanno XXXII {22}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Voorname jonge Carthager, die bij de landing van Scipio in Afrika in 204 v.C als

        aanvoerder van de ruiterij sneuvelde (Livius XXIX 29). Wellicht zit hier een

        verwisseling met Hanno (27).

 

        Hanno XXXIII (27) {23}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Hamilcar (8). In 204 brengt hij de Carthaagse ruiterij met Numidische

        versterkingen op 4000 man, verovert Salaeca, maar wordt even later door Scipio

        en Masinissa in een hinderlaag verslagen (Livius XXIX 28,10; 29,1; 34,1‑17).

        Waarschijnlijk wordt hij gevangen genomen (Antipater FGH 211 Hist.42 HRR +

        Valerius Antias Hist.Rom.27 HRR) en later tegen de moeder van Massinissa

        uitgewisseld (Appianos Lib.14 + Dion Casius XVIII, Hist.Rom. fr.57,66‑67).

        Zonaras (IX 12, 438b‑c) vermeldt dit ook, maar bij hem is deze Hanno een zoon

        van Hasdrubal, de zoon van Gersakon. Zie ook Hanno (29)!

 

        Hanno XXXIV (28)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags generaal in 203 en opvolger van Hasdrubal (8). Hij voert het bevel

        over de troepen bij Utica (Appianos Lib.30). Wellicht dezelfde als Hanno (21)?

 

        Hanno XXXV (29)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Hamilcar (8). Hij wordt als gegijzelde overgedragen (Livius XLV 14,5).

 

        Hanno XXXVI

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Misschien is er een inscriptie afkomstig van het eiland Gozo. In ieder geval

        besluit de inscriptie met "het volk van Gaulus". We komen de naam Hanno tegen

        als vader van Baalsjillek. Datering: 2e eeuw v.C. Zie Amadasi blz 23‑25.

        In 218 v.C gaat Malta echter al over in Romeinse handen. Het is niet zeker, of

        dat heel de verdere 2e Romeins‑Puische oorlog het geval is en wellicht blijft

        het eiland Gaulus verschoond van alle vijandelijkheden. Waarschijnlijk kan dan

        ook c.200 als uitgangsdatum voor de inscriptie worden aangemerkt:

 

        c.250     *bd'sjmn       abdesjmoen

                  V

        c.225     h.n'           hanno

                  V

        c.200     b*lsjlk        baalsjillek

 

        Het is een wijding in een tempel aan Sadambaal. Er worden nog andere namen

        genoemd, maar het lijkt niet zo te zijn, dat die tot één stamboom behoren.


 

        Hanno XXXVII (29) {24} de RAB

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Aanvoerder van de Romeinse partij in Carthago voor het begin van de 3e

        Romeins‑Punische oorlog. Hij is verantwoordelijk voor de aanvaarding van het

        dictaat van 162/161 om de gebieden bij de Syrte af te staan aan Masinissa.

        [Appian.Lib.68]. Hij wordt door Appianos ten onrechte 'de grote' genoemd.

 

        Hanno XXXVIII (31) {25}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hanno de Witte, of de vis. Tijdens de 3e Romeins‑Punische oorlog verhindert hij

        in 149 v.C, dat de gehele Carthaagse ruiterij het overlopen van Himilco Phameas

        zal navolgen. [Appian.Lib.108].

 

        Hanno XXXIX (32) {27}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hanno de Zonderling. In feite een dierenvriend, die met leeuwen wist om te gaan

        [Plinius nat.hist VIII 55, Plutarchus praec.ger.reip.3 799E, Maxim.Tyr diss.32

        XXXI 3, Aelianus Var.Hist.XIV 30]. Hij werd verbannen vanwege een vermeende

        poging tot een staatsgreep. Er is geen goede datering beschikbaar.

 

        Hanno XL (33)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        De ornitoloog, die zijn vogel de frase "theos estin Annon" kan laten zeggen.

        (Aelianus Var.Hst..XIV 30). Er is geen goede datering beschikbaar.

 

        Hanno XLI (34)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Mythymballis (Matanbaal).

        Personnage in de komedie van Plautus: Poenulus. Deze komedie werd omstreeks 200

        v.C geschreven. Het is dus een niet bestaande persoon, ofwel Plautus moet

        daadwerkelijk zo iemand gekend hebben en hem als voorbeeld voor zijn personnage

        hebben gebruikt.

 
ncfps

See for more information and in the English language:

 


 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten