HANNO
h.n'
(pun), (h)annon (gr), (h)anno (lat).
Betekenis:
de godheid is gunstig gezind.
Frequentie: Punisch 119x Neopunisch 14x
F.L.Benz
in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome ,
Biblical
Institute Press, 1972.
Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic
Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.
Tussen (haakjes) de nummering in de
Dictionaire Lipinski. Tussen {accolades} de
nummering bij Paulys encyclopedie 1912.
In Romeinse cijfers de volgorde alhier.
Hanno I (1) {1}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Mago (2) en vader van Hamilcar
(1) in de 2e helft van de 6e eeuw v.C.
[Herodotos.VII,165]. Volgens Justinus
(XIX 1,1‑2,1) is hij echter de zoon van
Hamilcar (1). Er zijn geen verdere
details bekend.
Stamboom Magonieden volgen Beloch:
Mago
c.540
V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
V
V
Hasdrubal c.520 Hanno
<‑‑‑‑‑ (1)
V V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑ Hamilcar tot 480
V V V V
V V <‑‑? V
Himilco Hanno(2) 480‑450 Geskon
V zeevaarders? V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑ Hannibal tot 406
V V
Hanno(3) [Himilco]
V V
Himilco 406‑396
Mago 396‑c.380
V
Himilco in 382
V
(Mago?
tot 344)
Hanno II
(2) {2}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hamilcar en mogelijk dezelfde
als onder (1) of (3). In ieder geval een
veldheer in de 5e eeuw v.C te Africa en
Sicilië met de bijnaam "Sabellus". Deze
bijnaam wordt vermeld door Pompeius
Trogius (Proloog geschiedenis
Philippus.XIX). Hij verovert een flink
deel van wat we nu Tunesië noemen. Hij
maakt van de Carthagers uit Tyrus meer
en meer Afrikaners (Dione Chrysostomius
Or.25‑313). Er komen echter
beschuldigingen tegen hem (Plinius VIII 55). Hij
wordt ten val gebracht en moet samen
met zijn broer Gersakon uitwijken
[Just.XIX,19]. De zoon van deze Hanno
is waarschijnlijk Himilco (2).
Er ligt een opmerkelijke paralel met
Hanno de usurpator vanuit een eeuw later.
Hanno III (3)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Suffeet van Carthago, die met 60
vijfroeiers en 30.000 kolonisten een
opgetekende tocht ondernam. Hij verkent
en staat aan het hoofd van een grote
expeditie naar de westelijke kusten van
Afrika in het midden van de 5e eeuw. Het
is opmerkelijk, dat Herodotos niet
bekend was met deze reis. Het is dus
enigszins aannemelijk, dat het gebeurde
na de dood van Herodotos (=425 v.C),
maar helemaal zeker is dat niet. De
Carthagers kunnen de reis nog lange tijd
geheim gehouden hebben!. Het aantal
kolonisten zal overdreven zijn. Niettemin
worden de volgende vestigingen
gesticht:Thymiaterion,Soloeis,Karikon Teichos,
Gytte,Akra,Melitte, Cerne. Hanno is
vermoedelijk tot aan de berg van Kameroen
gekomen. Er zijn er echter ook, die hem
al bij Dakar zien stranden of zelfs
helemaal de ronding van Afrika zien doen.
Zie: Griekse versie van de Codex
Palat. 398, blad 55r‑56r. [Strabo.XVII,
Plinius.IV,V,VI, Diodoros.III]. Deze Hanno
wordt door Plinius "Carthaginis
potentia florente" genoemd. Dat is zo'n algemene
benaming, dat we hem niet goed genoeg
daarmee kunnen plaatsen. Behoorde hij tot
de familie van de Magonieden? In die
familie komt een Hanno voor in de periode
480‑450 als zoon van Hamilcar en er
komt een Hanno voor in de periode daarna
als zoon van Himilco (de andere
zeevaarder?).
Hanno IV (4)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hamilcar en lid van de familie
van de Magonieden in de 5e eeuw v.C.
Hij is een invloedrijk persoon
(Justinius XIX 2,1). Wellicht is hij identiek aan
de zeevaarder.
Hanno V
‑‑‑‑‑‑‑
In de 4e eeuw v.C komen we in Carthago
een inscriptie tegen, waaruit de
volgende stamboom is af te leiden:
c.450 ty
V
c.425
bsj...
V
c.400 mlkytn
V
c.375 h.n'
V
c.350 ...mlqrt
Hanno
is hier de zoon van Milkyaton en hij heeft een zoon: wellicht Abdmelqart
of Bodmelqart.
Hanno VI
(8?) {3} de RAB
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Veldheer van Carthago in het midden van
de 4e eeuw. Hij voert strijd tegen
Dionysios in 368 (Diodoros XIV 73 + XV
73,1‑2)). Hierna komt het tot een
interne machtstrijd in Carthago en hij
weet zijn tegenstander Suniathon
(Esjmoenyaton) uit te schakelen. In de
winter van 368/367 komt er een
wapenstilstand met Dionysios I
(Diodoros XV 73,4). Vervolgens tracht hij tot
vrede te komen met het Syracuse van
Dionysios II. Dat mislukt eerst in 367 en
366 (Plutarchus Dio 6,5 + 14,4). Daarna
volgt er een oorlog in Africa zelf
(Pomp.Trog.proloog XX) en wordt de
vlakte van El‑Fahs gekoloniseerd. Paulys
encyclopedie acht hem ook verantwoordelijk
voor de gebeurtenissen in c.345‑335,
maar waarschijnlijk is dit een andere
Hanno: =(9)+(10)
Hanno VII (9) {3} de usurpator.
‑‑‑‑‑‑‑‑
In Carthago probeert hij een
staatsgreep in het midden van de 4e eeuw v.C. Het
lijkt een strijd te zijn tussen het
oligarchische bestuur van Carthago en het
volk van Carthago. Deze Hanno steunt op
het volk en hij wil een monarkhia
volgens Aristoteles (Polit. V 7),
regnum volgens Justinius (XXI 4,1+XXII 7,10) of
een dominatio volgens Orosius
Adv.Pag.IV 6,16). Hierbij tracht hij de
steun te
verwerven van zijn slaven (Justinius
XXI 4,6 + Orosius Adv,Pag.IV 6,18), van de
AFRI en de Mauri (Justinius XXI
4,7+Orosius Ad.Pag.IV 16,19) Zijn poging om de
complete stadsraad te vermoorden
mislukt. Hij verlaat Carthago en poogt een
oproer te ontketenen. Uiteindelijk
wordt hij en zijn familie terechtgesteld.
Slechts Gersakon (3) kan ontkomen.
[Justin.XX,XXI 4,1‑8, Diod.XVI]. Paulys 1912
ziet hem als Hanno {3}. Wellicht wordt
hij verward met de zeevaarder, de
leeuwentemmer (32) en/of de
vogelliefhebber (33).
Hanno VIII (10) {3}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In 345 belegert hij Campaanse huurlingen
in Entella (Diodoros XVI 67,2). Hij
weet de landing van Timoleon niet te
verhinderen en wordt teruggeroepen
(Plutarchus Tim.19). Bij Diodoros (XVI
67,2‑4) wordt hij verward met zijn chef
Mago (3). Paulys 1912 ziet hem als
Hanno {3}.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hanno (8)+(9)+(10) = {3} !
Qua tijd zou het dezelfde persoon
kunnen zijn, want we horen in 368 voor het
eerst iets over hem. Hij is dan
minimaal 25 jaar. We horen voor het laatst van
hem in 345/344 v.C. Hij is dan minimaal
c.50 jaar
Hanno IX
‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een inscriptie uit S.Antioco op
Sardinië komt Hanno voor. De inscriptie staat
op een marmeren blok van 20,5 x 14,5 x
12,5 cm. De wijding werd in Sulcis door
Himilk gedaan aan het eind van de 4e
eeuw of het begin van de 3e eeuw v.C. Als
we c.300 v.C als uitgangspunt nemen,
dan kan het volgende beeld ontstaan bij 25
jaars cycli:
c.425 .... ?
‑> niet meer leesbaar.
V
c.400 mgn = magon
V
c.375 h.mlkt = himilkat
V
c.350 h.n' = hanno
V
c.325
bd*sjtrt = bodasjtarte
V
c.300 h.mlk = himilk
Hanno X
(11) {4}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Veldheer van Carthago in de strijd
tegen Agathocles. Hij valt in de slag voor de
muren van Carthago in het jaar 310,
waarbij hij de linkervleugel van het
Carthaagse leger aanvoerde en waartoe
ook de z.g.heilige schare behoorde. Hij
schijnt op slechte voet gestaan te
hebben met Bomilcar, die de rechtervleugel
aanvoerde. [Diod.XX 10,1‑6/12,3‑7, Just.XXII 6,5‑6,
Orosius Adv.Pag.IV 6,25].
Dit kan echter ook oorlogspropaganda
van de Romeinen zijn geweest.
Hanno XI (12) {5}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Veldheer van Carthago tegen Archagatos,
de broer van Agathocles. Hij verslaat in
het jaar 307 Aischrion met zijn
legerafdeling. [Diod.XX 60,3].
"Hanno, die het bevel voerde over
het leger in het midden van het land, legde
een hinderlaag voor Aeschrion en
overviel hem plotseling, waarbij hij meer dan
4000 man voetvolk en ongeveer 200
ruiters doodde. Hiertoe behoorde ook de
generaal zelf; van de overigen werden
sommigen gevangen genomen en sommigen
ontsnapten naar de veiligheid bij
Archagathus, die zich op 500 stadiën(=ca.32
km) afstand bevond."
Dit is al wat we weten van deze Hanno,
maar het lijkt waarschijnlijk, dat hij
later ook betrokken zal zijn geweest
bij de gevechten rond Tunes.
Hanno XII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De naam komt voor op een inscriptie uit
de 3e eeuw v.C en is waarschijnlijk
gewijd aan de heer van de hemelen
(b*[l]sjmm) door Baalhanno, zoon van
bodmelqart. De steen met inscriptie
werd gevonden in Cagliari, maar Baalsjamem
is op het eiland van de havikken/valken
en dat is het huidige eiland S.Pietro
('yns.m). Zie: Amadasi blz 102. Met als
uitgangspunt het jaar c.250 ontstaat
mogelijk de volgende stamboom, waarbij
omstreeks 300 v.C deze Hanno geplaatst
zou kunnen worden:
c.375 'tsj >>>> schijnt uniek hier
alleen voor te komen!
V
c.350 mhrb*l
maharbaal
V
c.325
'sjmn*ms esjmoenamos
V
c.300 h.n' hanno
V
c.275 bdmlqrt bodmelqart
V
c.250 b*lh.n' baalhanno
Hanno
XIII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In Marsala is een inscriptie met de
naam teruggevonden op een cippo van
18x21x10cm. Datering 3e/2e eeuw v.C.
Zie Amadasi blz.60‑61.
Aangezien Lilybaeum in 241 v.C overging
in Romeinse handen, is het wellicht
aannemelijk c.250 als uitgangsdatum te
nemen voor de volgende stamboom:
c.300 .....?
V
c.275 h.n' hanno
V
c.250 'rsj
arisj
Hanno XIV (13) {6}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaagse commandant van de
bezettingsmacht in Zancle=Messana in 265. Hij
werd daar door zijn chef Hannibal
achtergelaten na de veldslag aan de Longanos.
Hij verslaat een Romeins eskader, dat
wil invaderen. Niettemin wordt toch
getracht de vrede te bewaren door zelfs
aan te bieden schepen en opvarenden
terug te geven. Dat wordt afgewezen
(Zonaras VIII 8‑9 383a‑d). Nadat Claudius
toch de oversteek heeft kunnen maken
laat hij zich ompraten om de burcht te
verlaten, waarin hij verschanst zat.
Hij wordt gevangen genomen en verliest de
stad. Hiervoor wordt hij door Carthago
met de dood bestraft [Polybios I, 11,4‑
5].
Hanno XV (14) {7}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Bevelhebber in de 1e Romeins‑Punische
oorlog. Zoon van Hannibal. Hij opereert
met Hannibal (3), die in 264 in Sicilië
landde en Akragas bezette. Hij sluit met
Hieron een verbond (Diodoros XXIII 1,2)
en valt Messana aan. Daar wordt hij
echter verslagen. In 263 organiseert hij de weerstand in de
Carthaagse
epikratie tegen de oprukkende Romeinen.
Op Sicilië heeft hij volgens Philinus
(bij Diod.XXIII 8) in 262 maar liefst
50.000 man voetvolk, 6000 ruiters en 60
olifanten ter beschikking. Van
Lilybaeum gaat hij naar Ras Melkart en verovert
Herbessos (Polybios I 18,8‑11). Een poging
om het belegerde Akragas te
ontzetten mislukt, ondanks een gewonnen
ruitergevecht. Hij moet naar Carthago
terugkeren en krijgt een milde straf:
6000 geldstukken boete! (Diodoros XXIII 9,2
+ Zonaras VIII 10 386b). In deze zelfde
jaren weet hij wel een opstandige groep
Galliërs in een hinderlaag bij de
Romeinen te sturen. De Romeinen slachten hun
bondgenoten in spé (4000 man) af
(Diodoros XXIII 8,3).
In 259/258 is hij misschien te
Sardinië, waar hij zijn medebevelhebber Hannibal
verliest, maar kort daarop verslaat hij
daar Romeinse landingstroepen (Zonaras
VIII 12 389c). Het is echter mogelijk,
dat deze passage op nog een aparte Hanno
slaat (zie:Ake Eliaeson, Uppsala 1906 ‑‑>
Hanno (15)).
In de zeeslag bij Ecnomus voert hij het
bevel over de rechtervleugel. De zeeslag
gaat verloren, waarna hij
onderhandelingen aanknoopt om tijd te winnen
(Polybios I 27,5). Deze Hanno keert dan
terug naar Carthago om de stad te
beschermen (Zonaras VIII 11, 390a‑b).
Hierna wordt hij niet meer genoemd, of hij
zou wellicht de Hanno van de Aegetische
eilanden zeeslag kunnen zijn.
[Diod.XXIII, Polyb.I 18,19,27, Zonar
VIII]. De indruk bestaat, dat hij diplomatiek
en organisatorisch goed toegerust was
en veel minder een militair was.
Hanno XVI (15) {8}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Admiraal van de Carthaagse vloot bij
Sardinië en Corsika. Hij sneuvelt bij Olbia
in 259 v.C en wordt eervol door consul
L C Scipio begraven [Livius Per.XVII,
Orosius Adv.Pag.VI,7, Silius Italicus
VI 670‑672 en Valerius Max.V 1,2]. Volgens
Zonaras VIII 9 schijnt er bij Olbia
nauwelijks strijd geweest te zijn!
Titus Livius, Periocha XVII 4+6:
"L.Cornelius, consul in Sardinië en Corsica, vocht met succes in
Sardinië en
Corsica tegen
de Sarden, de Corsen en tegen Hanno, de Carthaagse generaal ...
Hannibal, de
Carthaagse generaal, werd aan het kruis geslagen door zijn
soldaten,
omdat hij de vloot, waarover hij het bevel voerde, was verslagen."
Valerius Maximus, feiten en memorabele
gezegden, V, 2:
"....;
nadat hij stormerderhand de versterkte plaats Olbia had ingenomen,
waarvoor in de verdediging daarvan moedig
strijdend Hanno was gesneuveld, de
Carthaagse
generaal, liet hij zijn lichaam naar zijn tent brengen teneinde
imposante
begrafenis rituelen te laten plaats vinden ......"
Zonaras, Epitome VIII, 11,7 + 10; 12,4‑6:
"Lucius
Cornelius Scipio, en zijn collega, ondernamen een campagne tegen
Sardinië en
Corsica, die gelegen zijn in de Tyrrheense zee, dicht bij elkaar
gelegen op een
manier, dat van ver af ze een geheel lijken te vormen. Hij stak
eerst over
naar Corsica en nam enerzijds stormerderhand Aleria, de belangrijkste
stad van het
eiland, in en anderzijds onderwierp hij zonder moeite de rest.
Daarna hees
hij de zeilen naar Sardinië, bemerkte een Carthaagse vloot en keerde
zich tegen
haar. De Carthagers sloegen op de vlucht toen men bijna slaags
raakte en hij
dirigeerde zijn vloot naar Olba: daar waren de Carthagers met hun
schepen heen
gegaan. Hij werd bevreesd om verder te gaan, want hij had niet
genoeg
voetvolk aan boord en keerde om naar Rome..... In het volgende seizoen
vochten de
Carthagers en de Romeinen tegelijkertijd om Sicilië en Sardinië.
Gaius
Sulpicius hield vele strooptochten over een belangrijk deel van het eiland:
bovendien
keerde hij zich hoogmoedig tegen Afrika. De Carthagers onder de
leiding van
Hannnibal gingen ook die kant op, want zij waren bevreesd voor
degenen, die
in Carthago waren. Maar de wind draaide en beide vloten werden
teruggedreven.
Hierna verraste Attilius Hannibal door een list met enkele
zogenaamde
overlopers, die voorwenden, dat hij opnieuw naar Afrika wilde
oversteken. En
dus manoevreerde Sulpicius zodanig tegen hem, die hem met grote
haast wilde
inhalen, door zijn schepen lang in de nevels verborgen te houden,
waarna hij hem
in grote verwarring kon overvallen. De andere schepen, die naar
de kust waren
gevlucht, nam hij leeg als buit mee.
Hannibal, die
zag dat de kust niet veilig was, verliet de schepen en trok terug
op Sulcis.
Daar kwamen de Carthagers tegen hem in opstand en toen hij alleen
tegen hen
optrok, werd hij terechtgesteld. Hierna lanceerden de Romeinen
vermetele
invallen in het naburige platteland, maar werden verslagen door Hanno.
Dit gebeurde
er in dit jaar."
De diverse passages zijn hier
opgenomen, omdat ze met elkaar in tegenspraak
gelijken. Hebben we met een of twee
Hanno's te maken. De Hanno van Olbia en de
Hanno, die in het binnenland de
gevechten wint. Hebben we te maken met Hanno,
de zoon van Hannibal, die overkomt uit
Sicilië? Het wordt niet echt duidelijk,
ondanks de vele verklaringen en
interpretaties, zoals bij J.Debergh (OLA 33) of
bij A.Eliaeson.
Hanno XVII {9}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hasdrubal. Een van de drie
veldheren, die tegen Regulus in 256 in actie
kwamen [Polyb.I 30,1]. Was hij wellicht
al eerder in actie op Sardinië en/of
Sicilië? Is dit niet net andersom? Dus: Hasdrubal, zoon van Hanno.
Hanno XVIII (16) {10}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hamilcar. Hoofd van het
gezantschap in 255 v.C naar Regulus [Diodoros
XXIII,12 + Polybios I 31,5 + Orosius Ad.Pag. IV 9,1 +
Zonaras VIII 13,4].
Hanno
XIX {11}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags kapitein, die met zijn
vijfdekker tijdens de 1e Romeins‑Punische
oorlog bij Lilybaeum in handen viel van
de Romeinen en wiens schip (pentere)
als voorbeeld ging dienen voor de
Romeinse vloot in opbouw. Waarschijnlijk is er
sprake van een naamsverwisseling met
Hannibal de Rhodiër [Zonaras VIII,15
396b].
Hanno XX (18) {12}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Admiraal van de proviandvloot voor
Hamilcar op Eryx in mei 241, die door
L.Catulus verslagen werd bij de
Aegetische eilanden. In Carthago wordt hij
gekruisigd. [Diodoros XXIV, 11,1‑3;Polyb.I,60,2‑3+61,
1‑7; Zonar.VIII 17; Orosius
Adv.Pag.IV 10,6‑7]. Volgens Eutropius
(II 27) vond de zeeslag plaats op 10 maart
241. In werkelijkheid moet het midden
mei 241 zijn geweest.
Hanno XXI (19) {13}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags veldheer. In 240/239 wordt
hij tegen de huurlingen op Sardinië
uitgestuurd, maar zijn soldaten
verlaten hem. De opstandige huurlingen kruisigen
hem [Polyb.I 79, 3‑4].
Hanno XXII (20)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In 235 wordt deze Hanno naar Rome
gezonden, waar hij een ernstige verhandeling
houdt, die welwillend wordt ontvangen.
Zie: Dion Cassius Rom.Gesch.XII, fr.46,1.
Hanno XXIII (17) {14} de RAB
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hanno de Grote. Zo wordt ook deze Hanno
genoemd uit de 3e eeuw. Hij is veldheer
in Libyë (vanaf 256 v.C)en maakt zich
gehaat vanwege de inning van hoge
belastingen. Hij schijnt meedogenloos
geweest te zijn (Polybios I 72,1‑3+67,1).
De stad Hekatontapylos (=Theveste)
wordt door hem veroverd. In het begin van de
huurlingenopstand voert hij met hen
overleg in Sicca. Daar schijnt hij de ernst
van de situatie niet goed te hebben
ingeschat. Reductie van de soldij wordt door
hem zelfs in het vooruitzicht gesteld
(Polybios I 67,1). De huurlingen weigeren
nog om verder het hem te praten
(Polybios I 67,12‑13).Als organisator is Hanno
zeer goed, maar volgens zijn
tegenstanders als veldheer een mislukkeling.
Niettemin voert hij in het begin van de
huurlingen oorlog het commando
(Polybios I 73,1).Hamilcar Barcas volgt
hem in 240(?) op (Polybios I75,1‑2 +
Appianos Iber.4/Hann.2) en sindsdien
(of misschien al eerder) heerst er
vijandschap tussen de families Hanno en
Barcas. Na de moord op Gersakon wordt
hij weer als veldheer opgeroepen, maar
zijn troepen kiezen uiteindelijk voor een
andere veldheer=Hannibal. Na de dood
van Hannibal wordt Hanno opnieuw gekozen
en vindt er een
"verbroedering" plaats met Hamilcar. Gezamenlijk worden dan de
huurlingen definitief overwonnen. Hanno
neemt Hippo in. Uiteindelijk wordt hij
opnieuw als veldheer afgedankt en
geraakt op de achtergrond.
In 219/218 is het Hanno, die de oorlog
met Rome sterk ontraadt en zelfs voor
uitlevering van Hannibal Barcas is
(Livius XXI 3,2‑4,1+10,2‑11,1). Tijdens de
oorlog en zelfs na Cannae blijft hij
zeer sceptisch over de uitkomst van de
oorlog. Tegen het einde van oorlog is
hij het, die met Rome tot vrede tracht te
komen (Appianos Lib.49). Hij beschermt
zelfs eerder de Romeinse gezanten
(Appianos Lib.34).Hanno de Grote heeft
geleefd van ongeveer 280 tot 200 en werd
dus voor die tijd vrij oud. [Polyb.I 67
t/m 88, Appian.Lib, Liv.XXI, Zonar.VIII
Liv.XXIII, Zonar.IX].
Hanno XXIV
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Te Timpone di S.Antonio is bij Marsala
een inscriptie met de naam teruggevonden.
Datering: 3e/2e eeuw v.C. Zie:Amadasi
blz.57‑58. Aangezien Lilybaeum in 241 v.C
overging in Romeinse handen, is het
wellicht aannemelijk c.250 als uitgangsdatum
te nemen voor de volgende stamboom:
c.325 'dnb*l
adonbaal
V
c.300 gr*sjtrt
gerasjtarte
V
c.275 'dnb*l
adonbaal
V
c.250
h.n' hanno
Hanno
XXV {15}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags officier, die in 218 met
10.000 man voetvolk, 1000 ruiters en
voorraden/bagage e.d. door Hannibal in
Catalonië achtergelaten wordt (Polybios
III 35,3‑5+Livius XXXI, 23). Orosius
geeft hem een andere naam. Het is niet
duidelijk, of de 3000 gedeserteerde
Carpetanen en de verdere 7000 door Hannibal
heengezonden soldaten bij Hanno
onderdak vonden of rechtstreeks teruggingen
naar hun stamlanden. In nog hetzelfde
jaar wordt hij door Cn Scipio verslagen
bij Kissa. [Polybios III 76,6, Livius
XXI 60,1‑9,Zonaras VIII 25 421a]. Kissa of
Cissa moet ergens in het binnenland
achter Tarraco hebben gelegen.
Hanno verliest hierbij 6000 man aan
gesneuvelden en 2000 man raken in
krijgsgevangenschap. Het is niet
duidelijk, of Hanno ook omkomt of in
krijgsgevangenschap raakt. We horen in
ieder geval niets meer van hem.
Hanno XXVI (21) {16}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van de suffeet Bomilcar (3)
(Polybios III 42,6) en tevens een neef van
Hannibal (6) Zie Appianos Hann.20.
Misschien is hij de zoon van de schoonmoeder
van Oezalcms
en Mazaetullus. Deze Hanno maakt de tocht van Hannibal mee vanuit
Spanje en krijgt meestal zelfstandige
commando's toe bedeeld. Hij forceert o.a.
de overgang bij de Rhône voor het leger
van Hannibal, de zoon van Hamilcar
Barcas (Polybios 42,5‑43,10, Livius XXI 27,2‑28,3,
Zonaras VIII 23,3 409c‑d). Bij
Cannae heeft hij het commando over een
van de vleugels (Polybios III 114,7).
Livius heeft het echter over Maharbal
en Hasdrubal, terwijl Appianis Mago noemt.
Later heeft hij het commando in Lucanië
en Bruttië. Hij belegert Petelia
(verwisseling of samen met Himilco?),
maar wordt in 215 door Tib.Sempr.Longus
bij Grumentum verslagen. Met aangekomen
versterkingen rukt hij op naar Nola
(Livius XXIII 43,5‑6). In Bruttië
verovert hij Locroi en Crotone (Livius XXIV
1,1‑2). In 214 wordt zijn leger van
17.000 Bruttiërs en Lucaniërs, alsmede 2000
Afrikaanse ruiters bij Beneventum
verslagen door Tib.Sempr.Gracchus (Livius XXIV
14‑16 + Zonaras IX 4,424b), maar in
213 wordt Tib.Pomponius Veientanus door
Hanno verslagen en gevangen genomen
(Livius XXV 1,2‑4). Verder belegert hij de
burcht van Tarentum (Appianos Hann.33)
en probeert Capua te provianderen. Te
Beneventum wordt in zijn afwezigheid
zijn leger met de voorraden overvallen
(Livius XXV 13‑14). Even later verovert
hij in 212 samen met Mago de Samniet
Thurioi (Livius XXV 15,7‑17). De
komende paar jaar is het moeilijk om zijn
bewegingen verder te volgen, maar in
207 vinden we hem in Metapontum.
Hierna wordt hij misschien naar
Carthago terug gestuurd. Wellicht duikt hij dan
nog in Spanje op (Hanno 25+26), maar
dat is hoogst onzeker. Na het écheque van
Hasdrubal en Syphax in 203, wordt hij
misschien nog tot bevelhebber gekozen en
samen met Hamilcar doet hij met de
vloot (Hanno 28) een aanval op Castra
Cornelia. Hierna wordt hij niet meer
genoemd. Het kan ook goed zijn, dat hij in
207 of 206 al gesneuveld is in Zuid‑Italië.
[Polyb.III,Liv.XXI t/m XXVII,
Zonar.VIII, Appian. Hann.33+34, Appian.Lib.24+29+30].
Hanno
XXVII (22) {17}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Voorname Carthager en senator, die in
215 de Sarden beweegt in opstand te
komen. Op Sardinië geraakt hij na de
nederlaag van Hasdrubal de Kale in
Romeinse gevangenschap. [Liv.XXIII 41,1‑2].
Hanno XXVIII (24) {18}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags officier, die tijdens de 2e
Romeins‑Punische oorlog in 212 met 1000
ruiters en 1000 man voetvolk naar het
belegerde Capua wordt gezonden, waar hij
met Bostar het commando overneemt.
Vergeefs proberen zij in 211 uit te breken.
[Liv.XXVI 5,6 + 12,10‑11; Appianos
Hann.36]. Dit kan niet Hanno (17) zijn, want
die is dan in Thurioi aanwezig.
Hanno XXIX (23) {19}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Aanvoerder van de Carthaagse troepen op
Sicilië na de dood van Himilco (9) in
212. Hij houdt Akragas als basis, maar
kan niet goed overweg met de Numidische
ruiteraanvoerder Muttines=Mattan(8).
Deze Hanno wordt in afwezigheid van
Muttines een keer verslagen door
Marcellus aan de rivier Salso (Livius XXV 40‑
41). Hanno krijgt opnieuw versterkingen
(8000 man voetvolk en 3000 ruiters) en
verdedigt Akragas tegen de oprukkende
Laevinus (Livius XXVI 21). Wanneer hij
zijn eigen zoon tot commandant van de
Numidische ruiterij maakt, verraadt
Muttines de stad aan de Romeinen in
210. Hanno vlucht naar Carthago.
[Liv.XXV+XXVI]. Wellicht is de
berichtgeving van Livius hier wat erg gekleurd.
Hanno XXX (25) {20}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags veldheer in Spanje. Nadat
Hasdrubal, de zoon van Hamilcar Barcas, in
208 vertrokken was naar Gallië, wordt
deze Hanno als derde bevelhebber naar
Spanje gezonden. In 207 wordt hij met Mago
(6) door Silanus overwonnen en
geraakt in gevangenschap. Hij wordt
naar Rome gestuurd [Liv.XXVIII 1‑2 + 4,4].
Wellicht dezelfde als Hanno (21)?
Hanno XXXI (26) {21}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags officier in Spanje. In de 2e
Romeins‑Punische oorlog is hij
onderbevelhebber van het leger van Mago
in Spanje (Livius XXVIII 23,7). Na Ilipa
(206) weet hij met weinigen te
ontkomen. Hij zet een nieuwe legergroep op, maar
wordt aan de Guadalquivir door
L.Marcius Septimus verslagen, dan wel door zijn
eigen troepen verraden. [Liv.XXVIII 30,
Appian.Iber 31]. Volgens Appianos zou
zijn legermacht groter zijn geweest dan
die van Marcius en zouden zijn verliezen
niet erg groot zijn geweest. Het
blijken obscure omstandigheden te zijn,
waaronder deze Hanno mogelijk zijn
einde vindt. Wellicht dezelfde als Hanno
(21)?
Hanno XXXII {22}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Voorname jonge Carthager, die bij de
landing van Scipio in Afrika in 204 v.C als
aanvoerder van de ruiterij sneuvelde
(Livius XXIX 29). Wellicht zit hier een
verwisseling met Hanno (27).
Hanno XXXIII (27) {23}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hamilcar (8). In 204 brengt
hij de Carthaagse ruiterij met Numidische
versterkingen op 4000 man, verovert
Salaeca, maar wordt even later door Scipio
en Masinissa in een hinderlaag
verslagen (Livius XXIX 28,10; 29,1; 34,1‑17).
Waarschijnlijk wordt hij gevangen
genomen (Antipater FGH 211 Hist.42 HRR +
Valerius Antias Hist.Rom.27 HRR) en
later tegen de moeder van Massinissa
uitgewisseld (Appianos Lib.14 + Dion
Casius XVIII, Hist.Rom. fr.57,66‑67).
Zonaras (IX 12, 438b‑c) vermeldt dit
ook, maar bij hem is deze Hanno een zoon
van Hasdrubal, de zoon van Gersakon.
Zie ook Hanno (29)!
Hanno XXXIV (28)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags generaal in 203 en opvolger
van Hasdrubal (8). Hij voert het bevel
over de troepen bij Utica (Appianos
Lib.30). Wellicht dezelfde als Hanno (21)?
Hanno XXXV (29)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hamilcar (8). Hij wordt als
gegijzelde overgedragen (Livius XLV 14,5).
Hanno XXXVI
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Misschien is er een inscriptie
afkomstig van het eiland Gozo. In ieder geval
besluit de inscriptie met "het
volk van Gaulus". We komen de naam Hanno tegen
als vader van Baalsjillek. Datering: 2e
eeuw v.C. Zie Amadasi blz 23‑25.
In 218 v.C gaat Malta echter al over in
Romeinse handen. Het is niet zeker, of
dat heel de verdere 2e Romeins‑Puische
oorlog het geval is en wellicht blijft
het eiland Gaulus verschoond van alle
vijandelijkheden. Waarschijnlijk kan dan
ook c.200 als uitgangsdatum voor de
inscriptie worden aangemerkt:
c.250 *bd'sjmn abdesjmoen
V
c.225 h.n' hanno
V
c.200 b*lsjlk baalsjillek
Het is een wijding in een tempel aan
Sadambaal. Er worden nog andere namen
genoemd, maar het lijkt niet zo te
zijn, dat die tot één stamboom behoren.
Hanno XXXVII (29) {24} de RAB
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Aanvoerder van de Romeinse partij in
Carthago voor het begin van de 3e
Romeins‑Punische oorlog. Hij is
verantwoordelijk voor de aanvaarding van het
dictaat van 162/161 om de gebieden bij
de Syrte af te staan aan Masinissa.
[Appian.Lib.68]. Hij wordt door
Appianos ten onrechte 'de grote' genoemd.
Hanno XXXVIII (31) {25}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hanno de Witte, of de vis. Tijdens de
3e Romeins‑Punische oorlog verhindert hij
in 149 v.C, dat de gehele Carthaagse
ruiterij het overlopen van Himilco Phameas
zal navolgen. [Appian.Lib.108].
Hanno XXXIX (32) {27}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hanno de Zonderling. In feite een
dierenvriend, die met leeuwen wist om te gaan
[Plinius nat.hist VIII 55, Plutarchus praec.ger.reip.3
799E, Maxim.Tyr diss.32
XXXI 3, Aelianus Var.Hist.XIV 30]. Hij
werd verbannen vanwege een vermeende
poging tot een staatsgreep. Er is geen
goede datering beschikbaar.
Hanno XL (33)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De ornitoloog, die zijn vogel de frase
"theos estin Annon" kan laten zeggen.
(Aelianus Var.Hst..XIV 30). Er is geen
goede datering beschikbaar.
Hanno XLI (34)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Mythymballis (Matanbaal).
Personnage in de komedie van Plautus:
Poenulus. Deze komedie werd omstreeks 200
v.C geschreven. Het is dus een niet
bestaande persoon, ofwel Plautus moet
daadwerkelijk zo iemand gekend hebben
en hem als voorbeeld voor zijn personnage
hebben gebruikt.
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten