MAHARBAAL
Mahar-ba*al en/of Mehher-ba*al.
Mhrb*l (fen) = Baäl maak haast, wees vlug (Krahmalkov)
of
dappere held van Baäl (Dict.Lipinski)
Merbalos / Maarbal/s (gr)
Maharbal (lat)
Zie: Benz 137-138 + 340-341
1.Koning van Tyrus 555-552 opgeroepen uit Babylonië vanuit een
groep gedeporteerden t.t.v.Nebukadnezar II (Flavius Josephus. C.Ap.I 158).
2.Koning van Arvad, vazal van Xerxes I (485-465). Commandant
van het eskader van Arvad t.t.v.de 3e Perzische oorlog in 480.
(Herod. VII 98).
3.Suffeet van Carthago rond 300 (CIS I 176, KAI 82).
4.Strateeg van Carthago in 3e eeuw (Frontin,
Stratagemes.II 5.12 + Polyen., Strat V 10.1.3.Poliovretes).
5.Zoon van Himilco (Liv.XXI 12.1) of van Bomilcar
(Florus.Epit. I 22.19). Hij leidt de belegering van Saguntum in de afwezigheid
van Hannibal. Waarschijnlijk dezelfde als de ruiteraanvoerder van de Numidiërs
in de slag te Cannae. Luitenant van
Hannibal. Hij leeft dus minimaal van c.240 tot c.215. Na 216 horen we in ieder
geval niets meer van hem.
MAHARBAL de ruiteraanvoerder.
Ze komen veelal maar even in
beeld. Er waren naast Hannibal, Hasdrubal en Mago nog zoveel anderen, die voor
Carthago in de tweede Romeinse oorlog streden (218-201 v.C). Het leven van de
hier genoemde Barciden kan vrij nauwgezet gereconstrueerd worden. Bij vele
anderen is dit veel moeilijker, omdat ze veelal maar even in de kantlijn worden
genoemd. Soms komt er een figuur naar voren, die een paar maal voor het
voetlicht treedt en dan kunnen we een begin van een lijn uitzetten.
Zijn naam:
MAHARBAAL
Mahar-ba*al en/of
Mehher-ba*al.
Mhrb*l (fen) = Baäl maak
haast, wees vlug (Krahmalkov)
of dappere held van Baäl (Dict.Lipinski)
Merbalos / Maarbal/s (gr)
Maharbal (lat)
Zie: Benz 137-138 + 340-341
Afkomst en leeftijd:
Zoon van Himilco (Liv.XXI
12.1) of van Bomilcar (Florus.Epit. I 22.19). Luitenant van Hannibal. Hij leidt
de belegering van Saguntum in de afwezigheid van Hannibal. Waarschijnlijk
dezelfde als de ruiteraanvoerder van de Numidiërs in de slag te Cannae. Even later komt hij nog een keer in actie te
Casilinum. Hij leeft dus minimaal van c.240 tot c.215.
Zijn palmares:
Maharbal is een
ruiteraanvoerder in het leger van Hannibal Barcas. Hij komt voor het eerst naar
voren als leider van de belegering van Saguntum bij de afwezigheid van
Hannibal. Aangenomen wordt, dat hij dezelfde is, die later tijdens de veldtocht
van Hannibal ook diverse malen naar voren komt. Na de veldslag bij Trasimeno in
217 v.C schakelt hij met zijn ruiterij bovendien de ruiterij uit bij Folignae
van Centenius. Hij leidt vooral de Numidische ruiters bij Cannae (216 v.C). Van
hem zijn misschien de mooie woorden aan Hannibal Barcas: De goden hebben je veel gegeven. Je weet te overwinnen, maar weet niet
de vruchten ervan te plukken of iets dergelijks, althans naar Plutarchus.
Maharbal zien we ook in actie bij Casilinum in datzelfde jaar. Zijn verdere lot
is onbekend.
Saguntum.
Livius XXI 11-12:
11. ------ Even werden hun zorgen wat verlicht door het
plotselinge vertrek van Hannibal naar de Oretanen en de Carpetanen. Deze twee
volken waren zo geschokt door het harde optreden bij de lichting van troepen,
dat ze de ronselaars hadden vastgehouden en van de Carthagers dreigden af te
vallen. Maar overrompeld door Hannibals snelle optreden gaven ze hun gewapend verzet
weer op.
12.In Saguntum ging de bestorming trouwens
onverminderd door. Maharbal, de zoon
van Himilco, was door Hannibal met de leiding belast en hij kweet zich zo
ijverig van zijn taak dat noch zijn eigen mannen noch de vijanden de
afwezigheid van de commandant voelden. Hij leverde enkele gevechten met
gunstige afloop en vernielde met drie stormrammen een groot stuk van de muur.
Toen Hannibal terugkwam liet hij hem overal de nieuwe instortingen zien. Daarop
werd het offensief meteen tegen de burcht zelf gericht, en na een gruwelijke
strijd met veel verliezen aan weerszijden werd een deel ervan veroverd.
-----------
Rhône
Hij wordt hier niet bij naam
genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld.
Ticino
Hij wordt door Polybius niet
bij naam genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld. Livius noemt
hem wel onder XXI, 45:
Toen de strijdlust van de soldaten aan beide kanten
door deze aansporingen was aangewakkerd, sloegen de Romeinen een brug over de
Ticinus en bouwden ter beveiliging daarvan bovendien een bruggenhoofd. De
Puniër stuurde, terwijl zijn vijanden daarmee bezig waren, Maharbal met een afdeling van vijfhonderd Numidische ruiters erop
uit om de akkers van bondgenoten van het Romeinse volk te plunderen. Hij gaf
hem opdracht de Galliërs zoveel mogelijk te sparen en hun leiders tot ontrouw
aan de Romeinen op te ruien. Toen de brug gereed was stak het Romeinse leger
over naar het gebied van de Insubriërs en legerde zich op vijf mijl afstand van
Victumulae. Daar had Hannibal zijn legerkamp. Haastig riep hij Maharbal en de ruiters terug toen hij
zag dat de strijd op handen was.
Hierna volgt het
ruitergevecht, waarbij de Numidiërs een beslissende rol spelen. Het ligt voor
de hand, dat Maharbal dan nog steeds de Numidiërs aanvoert. Dan heeft hij een
belangrijke rol gespeeld.
Trebia
Hij wordt hier niet bij naam
genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld.
Trasimeno.
Tijdens de hinderlaag - veldslag wordt hijzelf niet genoemd, maar zal
waarschijnlijk zijn ruiters langs de heuvels
ten noorden van het meer hebben geleid naar hun positie aan het begin van de
veldslag.
Over de omvang van de
kolossale hinderlaag lopen de meningen uiteen. Dit is een visie van een
beperkte en betreft alleen de vlakte ten westen van Tuoro. Andere visies gaan
uit van een hinderlaag langs de hele noordkant van het meer van Trasimeno.
Polybius III, 84
|
Livius XXII, 6
|
------ Ongeveer zesduizend mannen van de Romeinse afdelingen in de vallei
wisten de vijanden tegenover zich te verslaan. Hoewel hun inzet van grote
betekenis had kunnen zijn voor de afloop, waren ze niet in staat hun eigen
mensen te hulp te komen en de tegenstanders te omsingelen, omdat ze niets van
wat zich afspeelde konden waarnemen. Met grote inspanning trokken ze steeds
verder, in de overtuiging dat ze ergens vijanden zouden ontmoeten, net zo
lang tot ze ongemerkt bleken te zijn terechtgekomen in het boven hen gelegen
terrein. Toen ze op de toppen waren gearriveerd en de mist inmiddels
opgetrokken, begrepen ze welke catastrofe zich had voltrokken. Maar ze konden
niets meer doen, omdat de vijand een volledige overwinning had behaald en
reeds heer en meester was van het terrein. Daarom verzamelden ze zich en
trokken naar een of ander Etruskisch dorp.
Na afloop van de slag werd Maharbal door Hannibal met de Spanjaarden en lansiers weggestuurd
en omsingelde hij het dorp. Omdat de nood nu in zoveel gedaanten drong,
legden de Romeinen de wapens neer en gaven zich over op voorwaarde dat hun
leven zou werden gespaard. Zo eindigde de beslissende veldslag in Etrurië
tussen Romeinen en Carthagers.
|
-------- Ongeveer zesduizend mannen uit de voorste
linie braken energiek door de vijanden tegenover hen heen en ontkwamen uit
het dal, zonder te weten wat zich achter hen afspeelde. Toen ze op een heuvel
halt hielden, hoorden ze alleen geschreeuw en wapengekletter, maar het
verloop van de strijd was voor hen onduidelijk en door de nevel onzichtbaar. Tenslotte,
toen de strijd al beslist was, won de zon aan kracht; de nevel trok op en
liet het daglicht door. Toen, bij helder zicht, boden de bergen en de vlakte
het beeld van de verloren slag en de gruwelijke slachting onder het Romeinse
leger. Uit angst dat ze uit de verte gezien zouden worden en dat de ruiterij
op hen zou worden afgestuurd, namen ze haastig hun standaards op en maakten
zich zo snel mogelijk uit de voeten. De volgende dag gaven ze zich toch over:
nog afgezien van de overige ellende vergingen ze bijna van de honger en Maharbal, die hen met alle
ruitertroepen die nacht had ingehaald, gaf zijn woord dat hij hen met één
kledingstuk zou laten vertrekken, als ze hun wapens zouden overhandigen.
|
Was het betreffende dorp Tuoro
of verderop bij de pas Torricello de dorpen Montecolognola of Monte del Lago.
Het verhaal van Trasimeno
heeft nog een betekenisvol staartje.
Polybius III, 85
|
Vervolg Livius XXII, 6
|
Toen de Romeinen die zich op deze voorwaarde hadden
overgegeven en de overige krijgsgevangenen naar Hannibal gebracht werden ,
liet hij ze allen bijeenkomen. Het waren er meer dan vijftienduizend. Hij
maakte hen eerst duidelijk, dat Maharbal
niet de bevoegdheid bezat zonder zijn instemming lijfsbehoud te gunnen
aan mensen die zich op voorwaarden hadden overgegeven en uitte vervolgens
beschuldigingen tegen de Romeinen.
--------
|
Hannibal hield woord met Punische getrouwheid: allen
werden in de boeien geslagen.
|
Zien we hier een punt van
frictie tussen Hannibal en Maharbal? Of was het een smoes om verder te doen met
de krijgsgevangenen wat hij wilde? Als er al enige onenigheid was dan was het in
ieder geval niet ingrijpend, want even later moet Maharbal aan de bak voor de
volgende opdracht. Livius doet deze passage af om een sarcastische opmerking.
Gaius Centenius.
Polybius III, 86
|
Livius XXII, 8
|
Consul Gnaeus Servilius beschermde met zijn legermacht
het gebied bij Ariminum. Dit ligt aan de Adriatische kust, waar de Keltische
vlakte grenst aan de rest van Italië, niet ver van de Podelta. Toen hij in de
tijd dat de slag plaatsvond hoorde dat Hannibal Etrurië was binnengevallen en
tegenover Flaminius gelegerd was, was Servilius wel van plan zich met al zijn
troepen spoedig bij zijn collega aan te sluiten, maar de omvang van zijn
leger maakte dat onmogelijk. Daarom stuurde hij Gaius Centenius met
vierduizend ruiters vooruit, die, als de omstandigheden dat vereisten, snel
ter plaatse konden zijn, voordat hijzelf arriveerde. Toen Hannibal na de
veldslag op de hoogte werd gesteld van de hulpactie van de tegenstanders,
liet hij Maharbal met de lansiers
en een aantal ruiters uitrukken. Ze gingen Gaius’ ruiters tegemoet en doodden
al bij het eerste treffen ongeveer de helft van hen. De rest achtervolgden ze
naar een heuvel waar ze hen de dag daarop tot de laatste man gevangen namen.
|
Livius noemt Maharbal niet,
maar gaat wel in op de nederlaag van Centenius:
----- Nog voordat de plannen vaste vorm hadden
gekregen, werd plotseling een nieuwe nederlaag gemeld. Consul Servilius had
vierduizend ruiters onder leiding van propraetor Gaius Centenius naar zijn
collega gestuurd. Zij waren op het bericht van de slag aan het Trasumeense
meer naar Umbrië afgebogen en daar door Hannibal omsingeld.------------
|
De exacte plaats van deze
confrontatie is aan discussie onderhevig. Plaatsen als Folignae en Plestia
worden o.a. genoemd.
Van Umbrië naar Campanië en Apulië in het jaar 217
c.C.
Op de hele tocht van Hannibal
door Zuid-Italië wordt hij in dit jaar een enkele maal genoemd.
Op een gegeven moment
verdwaalt Hannibal bij Casilinum, daar waar hij naar Cassinum had willen gaan.
De gids had de naam verkeerd verstaan. Van de nood werd een deugd gemaakt.
Livius XXII, 13:
--------- Hij sloeg een versterkt kamp op en stuurde
Maharbal met ruiters naar het Falernische gebied om buit te maken. Hun
plunderingen reikten tot aan de baden van Sinuessa. De Numidiërs veroorzaakten enorme
schade, en vlucht en schrik in de hele omtrek.
Bij de slag bij Cannae komt Maharbal weer even naar
voren.
Polybius III, 114
|
Livius XXII, 46
|
Polybius noemt Maharbal
niet, maar denkt, dat Hanno de rechtervleugel aanvoerde.
---- Bij de Carthagers voerde Hasdrubal de
linkervleugel aan, Hanno de rechter; in het centrum stond Hannibal zelf, met
zijn broer Mago bij zich. ------
|
------ Aan de overkant werden ze successievelijk als
volgt opgesteld: de Gallische en Spaanse ruiters kwamen dicht bij de
rivieroever op de linkervleugel te staan tegenover de Romeinse ruiterij, de
rechtervleugel werd toegwezen aan de Numidische ruiters, en het centrum van
de linie werd gevormd door de infanterie, met de Afrikanen aan de zijkanten
en de Galliërs en Spanjaarden daartussenin. ------
----- Het totale aantal infanteristen in deze linie
bedroeg veertigduizend. Het aantal ruiters tienduizend. Over de vleugels
voerden links Hasdrubal en rechts Maharbal
bevel; het centrum van de linie stond onder commando van Hannibal zelf met
zijn broer Mago.
|
Appianus komt in zijn
Hannibalica (20,90) tot weer een andere opstelling van de bevelhebbers: Hanno
links, Hannibal in het midden en Mago rechts!
Vervolgens wordt de strijd
van de Numidiërs vooral bij Livius beschreven:
Livius XXII, 48:
Intussen was ook de linkervleugel van de Romeinen,
waar de ruiters van de bondgenoten zich tegenover de Numidiërs hadden
opgesteld, in gevecht geraakt. De strijd kwam traag op gang en begon met een
list van de Puniërs. Ongeveer vijfhonderd Numidiërs reden voorwaarts uit hun
gelederen met hun schilden op hun rug, alsof ze wilden overlopen; maar behalve
hun gewone wapens droegen ze heimelijk zwaarden onder hun pantsers. Bij de Romeinen
aangekomen sprongen ze plotseling van hun paarden en wierpen hun schilden en
speren neer voor de voeten van de vijanden. Ze werden in de vleugel opgenomen
en naar de achterste gelederen gevoerd, waar ze orders kregen achter de troepen
te gaan zitten. Zolang het gevecht aan alle kanten nog op gang kwam, hielden ze
zich rustig. Maar toen alle ogen en en aandacht op de strijd gericht waren,
grepen ze de schilden die overal tussen de stapels lijken waren neergeworpen en
vielen de Romeinse linie van achteren aan. Ze staken hen in de rug, sneden hun
kniepezen door en veroorzaakten een geweldige slachting en een nog veel grotere
paniek en chaos. Nu leidde aan de ene kant de schrik tot een vlucht, terwijl in
het centrum de strijd hardnekkig voortduurde, maar al zonder hoop op succes
voor de Romeinen. Hasdrubal haalde als commandant van de ruiterij de Numidiërs
weg uit het midden van hun linie, omdat hun gevecht tegen hun tegenstanders te
traag verliep, en stuurde ze achter de overal vluchtende soldaten aan; de
Spaanse en Gallische ruiters voegde hij bij de Afrikanen, die bijna meer
vermoeid waren van het doden dan van het vechten.
Uiteindelijk wordt de
veldslag bij Cannae een compleet succes voor de Carthagers.
Livius XXII, 51:
Hannibal werd na zijn overwinning van alle kanten
gelukwenst. De meesten adviseerden hem om, nu zo’n grote oorlog tot een eind
was gebracht, de rest van de dag en de volgende nacht zelf rust te nemen en die
rust ook aan zijn vermoeide soldaten te gunnen. Maar de ruitercommandant Maharbal vond dat er geen moment
gewacht moest worden. “Integendeel!” zei hij. “Besef toch wat met deze slag
bereikt is: nog vijf dagen en je zult als overwinnaar op het Capitool dineren!
Volg me! Ik ga met de ruiters vooruit en ze zullen je daar zien voordat ze van
je komst horen!” Dat leek Hannibal een al te optimistische voorstelling van
zaken, waarvan hij de draagwwijdte niet direct kon overzien. Hij prees daarom
Maharbals goede wil, maar zei, dat er meer tijd nodig was voor een weloverwogen
besluit. Daarop zei Maharbal: “Geen
wonder, de goden geven niet alles aan één en dezelfde man. Overwinnen, dat kun
je, Hannibal, maar je overwinning uitbuiten – dat kun je niet!” Velen geloven,
dat het uitstel van die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse
rijk.
Wat als Hannibal inderdaad de
raad van Maharbal had opgevolgd? Waarschijnlijk was Rome dan nog wat meer in
paniek zijn geweest, maar zou ongetwijfeld op tijd de kalmte hervonden hebben.
De poorten van Rome zouden zeker niet zijn opengegaan voor Hannibal. In het
beste geval zou er misschien even zijn onderhandeld, terwijl de ruiterij van
Hannibal rond de stad zou galloperen en terwijl Hannibal met het gros van het
leger ergens nog onderweg was, en terwijl zijn achterhoede (wellicht nog te
Cannae) was aangevallen door nog steeds wel niet weg te cijfereren Romeinse troepen
in de omgeving. Het leger van Hannibal zou in twee of drie delen uiteengevallen
zijn en des te kwetsbaarder zijn geworden. Op den duur zouden de Romeinen zich hoe dan
ook hersteld hebben. De raad van Maharbal was eenvoudigweg niet uitvoerbaar. Er
zijn overigens nog wel tien andere redenen aan te voeren, waarom Hannibal nooit
tot een directe aanval Rome kon overgaan.
Overigens wordt het beroemde
gesprekje tussen Hannibal en Maharbal later steeds in een ander jasje gegoten.
Silius Italicus (Punica X 373-386) geeft Mago de rol van Maharbal (in de periode
26-101 na Chr). Plutarchus (Makers van Rome, negen levens, Fabius Maximus, 17)
noemt ene Barca als vervanger van Maharbal (2e helft 1e
eeuw na Chr).
Silius Italicus
|
Plutarchus
|
Toen de slaap van de generaal verstoord werd door
ongegronde alarmtekens kwam Mago hem berichten, dat het restant van het leger
zich in de nacht had overgegeven; en daar achteraan kwam een rijke
hoeveelheid buit.Hij beloofde, dat na de vijfde
opeenvolgende nacht Hannibal zou feesten en pret maken op de Tarpeïsche
rots. Hannibal verborg de goddelijke waarschuwing en onderdrukte zijn
angsten. Hij wees ter verontschuldiging op de wonden en vermoeidheid van de
soldaten na hun woeste strijd en hij sprak over te veel zelfvertrouwen als gevolg
van dat succes. Toen protesteerde Mago, die zeer teleurgesteld was, alsof hij
al teruggeroepen was van de muren van Rome zelf en zei: “Dan heeft onze
geweldige inspanning niet Rome verslagen, zoals Rome zelf al geloofd; het
heeft alleen Varro verslagen. Welk lot doet jou het overvloedig geschenk van
Mars weggooien en laat jij je land verder wachten? Laat mij vooruit gaan met
de ruiterij en ik zweer je bij mijn hoofd, dat de muren van die stad jou
zullen toebehoren en dat de poorten voor jou open zullen vliegen zonder enige
strijd.”
|
Na dit overweldigende succes drongen de vrienden van
Hannibal bij hem erop aaan om zijn geluk verder na te jagenen zijn weg naar
Rome te forceren op de hielen van het terugtrekkende leger en zij verzekerden
hem, dat als hij zou doorzetten dat hij dan op de vijfde dag na zijn overwinning zou kunnen dineren op het
kapitool. Het is niet gemakkelijk om te zeggen welke beweegreden Hannibal pas
op de plaats liet houden. Het lijkt er bijna op, dat zijn kwade genie of een
of andere goddelijke macht op dit moment intervenieerde en hem vervulde met
bescheidenheid en besluiteloosheid. Dat is waarom Barca de Carthager hem
kwaad gezegd zou hebben: “Je weet hoe een overwinning te behalen, maar je
hebt geen idee hoe die uit te nutten.”
|
Hannibal stelt dus eerst orde
op zaken bij Cannae en gaat dan richting Campanië en dat is toch al een eind in
de richting van Rome. Daar komen we Maharbal nog een keer tegen bij gevechten
rond Casilinum:
Livius XXIII, 18:
--------- Toen ze bij de muur aankwamen, leek de stad
verlaten, zo stil was het. Isalcas meende, dat de bevolking uit angst was
weggetrokken en maakte aanstalten de poorten te open te breken en de grendels
te forceren. Plotseling gingen de poorten open en twee cohorten die voor dat
doel binnen opgesteld stonden, stormden onder luid geschreeuw naar buiten en
richtten een slachting aan onder de vijanden. Nadat zo de eersten waren
teruggeslagen, werd Maharbal gestuurd
met een grotere afdeling kerntroepen, maar hij was evenmin bestand tegen een uitval
van de cohorten. Tenslotte sloeg Hannibal dicht voor de stadsmuur zijn kamp op
en trof voorbereidingen om deze kleine vesting met zijn kleine bezetting uit
alle macht met heel zijn leger aan te vallen. ---------
Hierna wordt Maharbal in de
overleveringen niet meer genoemd.
RECONSTRUCTIE
We zijn geheel afhankelijk
van de Griekse en Romeinse overleveringen. In het geval van Maharbal is het
helemaal problematisch. De dichtstbijzijnde geschiedschrijver is Polybius (200
– 120 v.C). Dat is dus minder dan een eeuw later. Hij noemt Maharbal slechts
tweemaal. Bij Livius (59 v.C – 17 na Chr) treedt hij opeens vijfmaal voor het
voetlicht. Bij de andere klassieke auteurs komt hij nauwelijks meer aan bod.
Waar ligt dus de waarheid?
Maharbal wordt maar bij één
gebeurtenis zowel door Polybius als door Livius genoemd:
Gebeurtenis
|
Polybius
|
Livius
|
jaar
|
Saguntum
|
X
|
219
|
|
Rhône
|
218
|
||
Alpen
|
218
|
||
Ticino
|
X
|
218
|
|
Trebia
|
218
|
||
Trasimeno
|
X
|
X
|
217
|
Plestia/Folignae
|
X
|
217
|
|
Falernisch gebied
|
X
|
217
|
|
Gerunium
|
217
|
||
Cannae
|
X
|
216
|
|
Casilinum
|
X
|
216
|
Polybius en Livius hebben
zich gebaseerd op nog oudere bronnen, die maar fragmentarisch of helemaal niet
zijn behouden, zoals Fabius Pictor, Cincius Alimentus, Marcus Porcius Cato,
Silenus. Dit waren tijdgenoten van Hannibal. Dan zijn er nog Coelius Antipater
(c.175-120 v.C) en Valerius Antias (begin 1e eeuw v.C), waarop
Livius en latere schrijvers zich weer baseren. Doordat al die bronnnen lang
niet compleet zijn, is het dus nauwelijks traceerbaar van wat er nu echt met
onze Maharbal gebeurd is. Als we er vanuit mogen gaan, dat al die auteurs lang
niet volledig zijn geweest in hun berichtgeving, maar dat dan de optelsom van
al die bronnen de waarheid benadert, dan zou de volgende reconstructie zeer wel
tot de mogelijkheden kunnen behoren.
Geboorte:
Omdat hij als
ruiteraanvoerder naar voren komt, kan hij omstreeks 220 v.C nauwelijks ouder
dan 30 jaar geweest zijn. Dat zou een geboortejaar van ca.250 v.C kunnen
betekenen.
Afkomst:
Zoon van Himilco (Liv.XXI
12.1) of van Bomilcar (Florus.Epit. I 22.19).
Als
vader kunnen de volgende bekende Himilco’s in aanmerking komen:
HIMILCO IX (5)
Commandant van Lilybaion, dat in 250
v.C verdedigd wordt tegen de Romeinen. Hij
leidt deze verdediging zeer behendig,
doet diverse uitvallen, waarbij de Romeinen
veel verliezen lijden (Polybios I
44,1+45,13+48+53,5 / Diodoros XXIV 1,2‑6). Bij
Zonaras (VIII 15) wordt hij ten
onrechte Hamilcar genoemd. Zijn verdere
familierelaties zijn onbekend gebleven.
HIMILKAT X
Een inscriptie uit de 2e helft van de
3e eeuw v.C noemt de naam Himilkat.
Himilkat wijdt op een beeld van brons
de inscriptie aan Sid, de machtige of
krachtige van Abi.
Zie: Ricerche puniche ad Antas, les
inscriptions, M.Fantar, Instituto del vicino
oriente, universita di Roma, 1969,
inscriptie I.
Aangezien Sardinië in 238 v.C onder
Rome kwam, is het wellicht aannemelijk om
de begindatum op c.250 te stellen:
c.300 bdmlqrt bodmelqart
V
c.275 *bd'sjmn abdesjmoen
V
c.250 h.mlkt himilkat, die bij het volk van Caralis
is.
Die laatste toevoeging toont een
relatie met Calaris (Cagliari) aan. Himilkat
schijnt van Calaris te komen, maar hij
doet zijn wijding in Antas, want dat was
het grootste heiligdom op Sardinië.
HIMILKAT XI
Een inscriptie uit de 2e helft van de
3e eeuw v.C noemt de naam Himilkat.
Himilkat wijdt de inscriptie te Antas,
maar hij is zelf van het volk van Sulcis!
Zie: Ricerche
puniche ad Antas, les inscriptions, M.Fantar, Instituto del vicino
oriente,
universita di Roma, 1969, inscriptie III.
Aangezien Sardinië in 238 v.C onder
Rome kwam, is het wellicht aannemelijk om
de begindatum op c.250 te stellen:
c.300 ']drb*l a]dirbaal
V
c.275 b*lytn baalyaton
V
c.250 h.mlkt himilkat, die bij het volk van Sulcis
is in het jaar
van Hanno.
HIMILKAT XII
Een inscriptie uit de 2e helft van de
3e eeuw v.C noemt de naam Himilkat.
Abd..Ashtaf, zoon van Himilkat, wijdt
de inscriptie aan een onbekend gebleven
godheid, maar dat kan heel goed weer
Sid zijn.
Zie: Ricerche
puniche ad Antas, les inscriptions, M.Fantar, Instituto del vicino
oriente,
universita di Roma, 1969, inscriptie XVIII.
Aangezien Sardinië in 238 v.C onder Rome
kwam, is het wellicht aannemelijk om
de begindatum op c.250 te stellen.
Welke Himilco de werkelijke
vader zou kunnen zijn valt niet met zekerheid te zeggen. Als Maharbal uit een
legerfamilie komt, dat is het meeste te zeggen voor de Himilco van Lilybaion.
Als Bomilcar de vader is, dan
komt er eigenlijk maar een bekende Bodmelqart in aanmerking:
Bodmelqart IV
‑‑‑‑‑‑‑-------‑‑‑‑‑‑
Bekend van een inscriptie uit Calaris
(buurt Stampace) uit de 3e eeuw v.C.
(Amadasi, blz 101). De inscriptie is
gewijd aan de vrouwe b*sjmm op het eiland
van de valken of havikken (=Isola
S.Pietro). De wijding gebeurt door Baalhanno
en/of Bodmelqart. De bijgaande
genealogie behoort waarschijnlijk aan Bodmelqart.
Baalhanno zou zijn dienaar kunnen zijn.
Als we Bodmelqart in het midden van de
3e eeuw v.C situeren dan komt het
volgende beeld naar voren met +/‑ c.25 jaar:
c.350 'tsj
V
c.325 Maharbaal
V
c.300 'sjmoen*ms
V
c.275 Hanno
V
c.250 Bodmelqart
Het is een van de weinige inscripties,
waarbij we zo'n 100 jaar terug kunnen
kijken. Het feit, dat de vader van
Bodmelqart een Hanno is en dat de zoon van
Bomilcar (3) een zoon Hanno heeft,
opent een heel voorzichtige mogelijkheid, dat
deze Bodmelqart wellicht dezelfde is
als Bomilcar (3), maar het is in de verste
verte geen bewezen zaak!!! Bodmelqart
zou dan (na de huurlingenopstand?) op
Sardinië) naar Carthago gegaan kunnen
zijn.
Het is opmerkelijk, dat zowel
bij Himilco als bij Bomilcar Sardinië als land van mogelijke oorsprong in beeld
komt.
Naar Spanje.
Als zijn geboortejaar
inderdaad omstreeks 250 v.C ligt, dan kan hij nog niet direct met Hamilcar in
238 v.C zijn meegegaan. Hij zal eerder pas onder het regime van Hasdrubal de
luisterrijke naar Spanje zijn gekomen.
Saguntum 219.
Livius XXI 11-12:
11. ------ Even werden hun zorgen wat verlicht door het
plotselinge vertrek van Hannibal naar de Oretanen en de Carpetanen. Deze twee
volken waren zo geschokt door het harde optreden bij de lichting van troepen,
dat ze de ronselaars hadden vastgehouden en van de Carthagers dreigden af te
vallen. Maar overrompeld door Hannibals snelle optreden gaven ze hun gewapend
verzet weer op.
12.In Saguntum ging de bestorming trouwens
onverminderd door. Maharbal, de zoon
van Himilco, was door Hannibal met de leiding belast en hij kweet zich zo
ijverig van zijn taak dat noch zijn eigen mannen noch de vijanden de
afwezigheid van de commandant voelden. Hij leverde enkele gevechten met
gunstige afloop en vernielde met drie stormrammen een groot stuk van de muur.
Toen Hannibal terugkwam liet hij hem overal de nieuwe instortingen zien. Daarop
werd het offensief meteen tegen de burcht zelf gericht, en na een gruwelijke
strijd met veel verliezen aan weerszijden werd een deel ervan veroverd.
-----------
Let wel: Maharbal is dus de
tweede in commando over het Carthaagse leger voor Saguntum. Dat is een zeer
hoge functie. Hannibal moet veel vertrouwen in deze man hebben gehad.
Na de inname van Saguntum
gaat het leger in winterkwartier en pas het volgend jaar in 218 v.C komt het
weer in actie. Hannibal vertrekt met zijn leger vanuit Carthago-nova. In de
zomer komt dan de oorlogsverklaring van de Romeinen. Hannibal overschrijdt dan
de Ebro, of heeft die inmiddels overschreden. Maharbal moet daarbij aanwezig
zijn geweest.
Rhône.
Als Maharbal nu al de
ruiteraanvoerder over de Numidiërs is, dan komt onder zijn leiding het eerste
gevecht met de Romeinen tot stand.
Livius XXI, 29:
Tijdens het overzetten van de olifanten had Hannibal
vijfhonderd Numidische ruiters naar het Romeinse kamp gestuurd om te verkennen
waar en hoe groot hun troepenmacht was en wat ze van plan waren. Deze
ruiterafdeling stootte op de driehonderd Romeinse ruiters, die, zoals gezegd
vanaf de Rhônemonding waren uitgestuurd. Er werd een grimmiger gevecht geleverd
dan men bij dit aantal strijders zou verwachten: nog afgezien van de vele
gewonden leden beide partijen ongeveer even grote verliezen.
Vervolgens komt de tocht over
de Alpen en vijf maanden na het vertrek uit Carthago-nova staat het leger van Hannibal
dan in de Povlakte. Bij de rivier de Ticino komt het tot het eerste gevecht op
Italische bodem.
Ticino
Hij wordt door Polybius niet
bij naam genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld. Livius noemt
hem wel onder XXI, 45:
Toen de strijdlust van de soldaten aan beide kanten
door deze aansporingen was aangewakkerd, sloegen de Romeinen een brug over de
Ticinus en bouwden ter beveiliging daarvan bovendien een bruggenhoofd. De
Puniër stuurde, terwijl zijn vijanden daarmee bezig waren, Maharbal met een afdeling van vijfhonderd Numidische ruiters erop
uit om de akkers van bondgenoten van het Romeinse volk te plunderen. Hij gaf
hem opdracht de Galliërs zoveel mogelijk te sparen en hun leiders tot ontrouw
aan de Romeinen op te ruien. Toen de brug gereed was stak het Romeinse leger
over naar het gebied van de Insubriërs en legerde zich op vijf mijl afstand van
Victumulae. Daar had Hannibal zijn legerkamp. Haastig riep hij Maharbal en de ruiters terug toen hij
zag dat de strijd op handen was.
Hierna volgt het
ruitergevecht, waarbij de Numidiërs een beslissende rol spelen. Het ligt voor
de hand, dat Maharbal dan nog steeds de Numidiërs aanvoert. Dan heeft hij een
belangrijke rol gespeeld.
Livius XXI, 46:
--------- Nadat Scipio deze voortekens door zoenoffers
had bezworden, vertrok hij met zijn ruiterij en lichtgewapende slingeraars om
het kamp van de vijand en de sterkte en samenstelling van diens troepen van
nbij te bespioneren. Daarbij stootte hij op Hannibal, die er eveneens met zijn
ruiters op uit was getrokken om de omgeving te verkennen. -------
Beide colonnes hielden halt en maakten zich gereed
voor de stijd. Scipio plaatste zijn slingeraars en Gallische ruiters vooraan,
en de Romeinse ruiters met kerntroepen van de bondgenoten als reserve daarachter.
Hannibal stelde zijn ruiters met getoomde paarden in het midden op en formeerde
krachtige vleugels met de Numidiërs. -----------
Het gevecht werd al grotendeels te voet geleverd, toen
de Numidiërs, die op de vleugels stonden, zich na een korte omtrekkende
beweging aan de achterkant vertoonden. Dit veroorzaakte panische schrik bij de
Romeinen. ---------
De chaotische vlucht beperkte zich grotendeels tot de
slingeraars, die het eerst door de Numidiërs werden aangevallen. ---------
Trebia.
Als Maharbal nog steeds de
Numidiërs aanvoert, heeft hij de aanloop naar deze veldslag de volgende taak
toegwezen gekregen:
Livius XXI, 54:
-------- Toen het licht werd, gaf Hannibal de Numidische ruiters bevel de Trebia
over te steken, naar de poorten van de vijand te rijden en hem door beschieting
van de voorposten tot een gevecht te verlokken. Zodra de strijd ontketend was,
moesten ze geleidelijk terugwijken en de vijand helemaal meetrekken tot aan hun
eigen kant van de rivier. ---------
Zo gezegd, zo gedaan.
Tijdens de veldslag zelf
verschijnen de Numidiërs opnieuw in een voorname rol.
Livius XXI, 55:
--------- Daarbij doken Mago en de Numidiërs aan de
achterkant op, zodra de Romeinen nietsvermoedend hun schuilplaats gepasseerd
waren, en zorgden er voor een enorme opschudding en schrik. ----------
De Romeinen ontruimen na de
verloren veldslag hun meeste posities aan de noordkant van de Apenijnen en gaan
in winterkwartier. Hannibal doet hetzelfde te Bononia of bij de Liguriërs,
alhoewel Livius hem nog diverse avonturen laat beleven in de Povlakte, maar die
moeten toch met een korreltje zout genomen worden.
In de lente van het jaar 217
v.C overschrijdt het leger van Hannibal de Apenijnen en komt eerst terecht aan
de overstroomde oevers van de rivier de Annio.
Hannibal trekt langs Faesulae
en Arretium en komt dan terecht bij het Trasimeense meer met de consul Gaius
Flaminius op zijn hielen. Daar zet Hannibal een gigantische hinderlaag in
elkaar.
Trasimeno.
Tijdens de hinderlaag - veldslag wordt hijzelf niet genoemd, maar zal
waarschijnlijk zijn ruiters langs de
heuvels ten noorden van het meer hebben geleid naar hun positie aan het begin
van de veldslag.
Over de omvang van de
kolossale hinderlaag lopen de meningen uiteen. Dit is een visie van een
beperkte en betreft alleen de vlakte ten westen van Tuoro. Andere visies gaan
uit van een hinderlaag langs de hele noordkant van het meer van Trasimeno.
Polybius III, 84
|
Livius XXII, 6
|
------ Ongeveer zesduizend mannen van de Romeinse afdelingen in de vallei
wisten de vijanden tegenover zich te verslaan. Hoewel hun inzet van grote
betekenis had kunnen zijn voor de afloop, waren ze niet in staat hun eigen
mensen te hulp te komen en de tegenstanders te omsingelen, omdat ze niets van
wat zich afspeelde konden waarnemen. Met grote inspanning trokken ze steeds
verder, in de overtuiging dat ze ergens vijanden zouden ontmoeten, net zo
lang tot ze ongemerkt bleken te zijn terechtgekomen in het boven hen gelegen
terrein. Toen ze op de toppen waren gearriveerd en de mist inmiddels
opgetrokken, begrepen ze welke catastrofe zich had voltrokken. Maar ze konden
niets meer doen, omdat de vijand een volledige overwinning had behaald en
reeds heer en meester was van het terrein. Daarom verzamelden ze zich en
trokken naar een of ander Etruskisch dorp.
Na afloop van de slag werd Maharbal door Hannibal met de Spanjaarden en lansiers weggestuurd
en omsingelde hij het dorp. Omdat de nood nu in zoveel gedaanten drong,
legden de Romeinen de wapens neer en gaven zich over op voorwaarde dat hun
leven zou werden gespaard. Zo eindigde de beslissende veldslag in Etrurië
tussen Romeinen en Carthagers.
|
-------- Ongeveer zesduizend mannen uit de voorste
linie braken energiek door de vijanden tegenover hen heen en ontkwamen uit
het dal, zonder te weten wat zich achter hen afspeelde. Toen ze op een heuvel
halt hielden, hoorden ze alleen geschreeuw en wapengekletter, maar het
verloop van de strijd was voor hen onduidelijk en door de nevel onzichtbaar.
Tenslotte, toen de strijd al beslist was, won de zon aan kracht; de nevel
trok op en liet het daglicht door. Toen, bij helder zicht, boden de bergen en
de vlakte het beeld van de verloren slag en de gruwelijke slachting onder het
Romeinse leger. Uit angst dat ze uit de verte gezien zouden worden en dat de ruiterij
op hen zou worden afgestuurd, namen ze haastig hun standaards op en maakten
zich zo snel mogelijk uit de voeten. De volgende dag gaven ze zich toch over:
nog afgezien van de overige ellende vergingen ze bijna van de honger en Maharbal, die hen met alle
ruitertroepen die nacht had ingehaald, gaf zijn woord dat hij hen met één
kledingstuk zou laten vertrekken, als ze hun wapens zouden overhandigen.
|
Was het betreffende dorp
Tuoro of verderop bij de pas Torricello de dorpen Montecolognola of Monte del Lago.
Het verhaal van Trasimeno
heeft nog een betekenisvol staartje.
Polybius III, 85
|
Vervolg Livius XXII, 6
|
Toen de Romeinen die zich op deze voorwaarde hadden
overgegeven en de overige krijgsgevangenen naar Hannibal gebracht werden ,
liet hij ze allen bijeenkomen. Het waren er meer dan vijftienduizend. Hij
maakte hen eerst duidelijk, dat Maharbal
niet de bevoegdheid bezat zonder zijn instemming lijfsbehoud te gunnen
aan mensen die zich op voorwaarden hadden overgegeven en uitte vervolgens
beschuldigingen tegen de Romeinen.
--------
|
Hannibal hield woord met Punische getrouwheid: allen
werden in de boeien geslagen.
|
Zien we hier een punt van
frictie tussen Hannibal en Maharbal? Of was het een smoes om verder te doen met
de krijgsgevangenen wat hij wilde? Als er al enige onenigheid was dan was het
in ieder geval niet ingrijpend, want even later moet Maharbal aan de bak voor
de volgende opdracht. Livius doet deze passage af om een sarcastische
opmerking.
Gaius Centenius.
Polybius III, 86
|
Livius XXII, 8
|
Consul Gnaeus Servilius beschermde met zijn
legermacht het gebied bij Ariminum. Dit ligt aan de Adriatische kust, waar de
Keltische vlakte grenst aan de rest van Italië, niet ver van de Podelta. Toen
hij in de tijd dat de slag plaatsvond hoorde dat Hannibal Etrurië was
binnengevallen en tegenover Flaminius gelegerd was, was Servilius wel van
plan zich met al zijn troepen spoedig bij zijn collega aan te sluiten, maar
de omvang van zijn leger maakte dat onmogelijk. Daarom stuurde hij Gaius
Centenius met vierduizend ruiters vooruit, die, als de omstandigheden dat
vereisten, snel ter plaatse konden zijn, voordat hijzelf arriveerde. Toen
Hannibal na de veldslag op de hoogte werd gesteld van de hulpactie van de
tegenstanders, liet hij Maharbal
met de lansiers en een aantal ruiters uitrukken. Ze gingen Gaius’ ruiters
tegemoet en doodden al bij het eerste treffen ongeveer de helft van hen. De
rest achtervolgden ze naar een heuvel waar ze hen de dag daarop tot de
laatste man gevangen namen.
|
Livius noemt Maharbal niet,
maar gaat wel in op de nederlaag van Centenius:
----- Nog voordat de plannen vaste vorm hadden
gekregen, werd plotseling een nieuwe nederlaag gemeld. Consul Servilius had
vierduizend ruiters onder leiding van propraetor Gaius Centenius naar zijn collega
gestuurd. Zij waren op het bericht van de slag aan het Trasumeense meer naar
Umbrië afgebogen en daar door Hannibal omsingeld.------------
|
De exacte plaats van deze
confrontatie is aan discussie onderhevig. Plaatsen als Folignae en Plestia
worden o.a. genoemd.
Van Umbrië naar Campanië en Apulië in het jaar 217
c.C.
Op de hele tocht van Hannibal
door Zuid-Italië wordt hij in dit jaar een enkele maal genoemd.
Op een gegeven moment
verdwaalt Hannibal bij Casilinum, daar waar hij naar Cassinum had willen gaan.
De gids had de naam verkeerd verstaan. Van de nood werd een deugd gemaakt.
Livius XXII, 13:
--------- Hij sloeg een versterkt kamp op en stuurde
Maharbal met ruiters naar het Falernische gebied om buit te maken. Hun
plunderingen reikten tot aan de baden van Sinuessa. De Numidiërs veroorzaakten
enorme schade, en vlucht en schrik in de hele omtrek.
Even later nabij Casilinum
komt het tot een zwaar ruitergevecht. Maharbal wordt hier niet genoemd, maar
het is vrij waarschijnlijk, dat hij ook hier de Numidiërs commandeert. Lucius
Hostilius Mancinus is op verkenning met 400 ruiters van de bondgenoten.
Livius XXII, 15:
--------- Deze Mancinus was een van de jongemannen die
graag naar de felle betogen van de adjudant luisterden. Aanvankelijk reed
hijvoorwaarts met de behoedzaamheid van een verkennen en bespiedde hij de
vijand vanuit een veilige stelling. Maar toen hij de Numidiërs overal verspreid
door de dorpen zag rijden en kans zag ook enkelen van hen te doden, raakte
meteen bezeten van de gedachte aan een gevecht. Hij dacht niet meer aan de
voorschriften van de dictator, die hem orders had gegeven om zover door te
rijden als de veiligheid het toeliet en zich terug te trekken voordat hij in
het zicht van de vijand kwam. Door beurtelings aan te stormen en terug te
wijken putten de Numidiërs zijn mannen en paarden uit en lokten ze hem bijna
helemaal mee tot aan hun kamp. Daar reed de ruitercommandant Carthalo met zijn
troepen in galop op hun af. Hij dreef ze op de vlucht voordat hij binnen
schootsafstand kwam en bleef ze ongeveer vijf mijl lang onafgebroken
achtervolgen. Toen Mancinus zag dat de vijand de achtervolging niet staakte en
dat er ook geen kans was te ontkomen, sprak hij zijn mannen moed in en keerde
hij terug voor een gevecht, waartegen hij in geen enkel opzicht opgewassen was.
En zo werden hijzelf en de beste van zijn ruiters omsingeld en gedood. De
anderen vluchtten in wanorde eerst naar Cales, en daarvandaan langs bijna
onbegaanbare paden naar de dictator.
Ik vermoed, dat Maharbal met
zijn Numidiërs de Romeinen naar een ruiterkamp lokten, waarna de Gallische
en/of Spaanse ruiterij o.l.v. Carthalo het karwei afmaakten.
De pas van Callicula.
Maharbal is hier ongetwijfeld
aanwezig, maar hij wordt niet genoemd. Ook de Numidiërs komen niet echt in beeld.
Gerunium.
Maharbal is hier ongetwijfeld
aanwezig, maar hij wordt niet genoemd. De Numidiërs zouden wel eens onder de
genoemde foerageurs geweest kunnen zijn.
Bij de slag bij Cannae komt Maharbal weer even naar
voren.
Polybius III, 114
|
Livius XXII, 46
|
Polybius noemt Maharbal
niet, maar denkt, dat Hanno de rechtervleugel aanvoerde.
---- Bij de Carthagers voerde Hasdrubal de
linkervleugel aan, Hanno de rechter; in het centrum stond Hannibal zelf, met
zijn broer Mago bij zich. ------
|
------ Aan de overkant werden ze successievelijk als
volgt opgesteld: de Gallische en Spaanse ruiters kwamen dicht bij de
rivieroever op de linkervleugel te staan tegenover de Romeinse ruiterij, de
rechtervleugel werd toegwezen aan de Numidische ruiters, en het centrum van
de linie werd gevormd door de infanterie, met de Afrikanen aan de zijkanten
en de Galliërs en Spanjaarden daartussenin. ------
----- Het totale aantal infanteristen in deze linie
bedroeg veertigduizend. Het aantal ruiters tienduizend. Over de vleugels
voerden links Hasdrubal en rechts Maharbal
bevel; het centrum van de linie stond onder commando van Hannibal zelf met
zijn broer Mago.
|
Appianus komt in zijn
Hannibalica (20,90) tot weer een andere opstelling van de bevelhebbers: Hanno
links, Hannibal in het midden en Mago rechts!
Vervolgens wordt de strijd
van de Numidiërs vooral bij Livius beschreven:
Livius XXII, 48:
Intussen was ook de linkervleugel van de Romeinen,
waar de ruiters van de bondgenoten zich tegenover de Numidiërs hadden opgesteld,
in gevecht geraakt. De strijd kwam traag op gang en begon met een list van de
Puniërs. Ongeveer vijfhonderd Numidiërs reden voorwaarts uit hun gelederen met
hun schilden op hun rug, alsof ze wilden overlopen; maar behalve hun gewone
wapens droegen ze heimelijk zwaarden onder hun pantsers. Bij de Romeinen
aangekomen sprongen ze plotseling van hun paarden en wierpen hun schilden en
speren neer voor de voeten van de vijanden. Ze werden in de vleugel opgenomen
en naar de achterste gelederen gevoerd, waar ze orders kregen achter de troepen
te gaan zitten. Zolang het gevecht aan alle kanten nog op gang kwam, hielden ze
zich rustig. Maar toen alle ogen en en aandacht op de strijd gericht waren,
grepen ze de schilden die overal tussen de stapels lijken waren neergeworpen en
vielen de Romeinse linie van achteren aan. Ze staken hen in de rug, sneden hun
kniepezen door en veroorzaakten een geweldige slachting en een nog veel grotere
paniek en chaos. Nu leidde aan de ene kant de schrik tot een vlucht, terwijl in
het centrum de strijd hardnekkig voortduurde, maar al zonder hoop op succes
voor de Romeinen. Hasdrubal haalde als commandant van de ruiterij de Numidiërs
weg uit het midden van hun linie, omdat hun gevecht tegen hun tegenstanders te
traag verliep, en stuurde ze achter de overal vluchtende soldaten aan; de
Spaanse en Gallische ruiters voegde hij bij de Afrikanen, die bijna meer
vermoeid waren van het doden dan van het vechten.
Uiteindelijk wordt de
veldslag bij Cannae een compleet succes voor de Carthagers.
Livius XXII, 51:
Hannibal werd na zijn overwinning van alle kanten
gelukwenst. De meesten adviseerden hem om, nu zo’n grote oorlog tot een eind
was gebracht, de rest van de dag en de volgende nacht zelf rust te nemen en die
rust ook aan zijn vermoeide soldaten te gunnen. Maar de ruitercommandant Maharbal vond dat er geen moment
gewacht moest worden. “Integendeel!” zei hij. “Besef toch wat met deze slag
bereikt is: nog vijf dagen en je zult als overwinnaar op het Capitool dineren!
Volg me! Ik ga met de ruiters vooruit en ze zullen je daar zien voordat ze van
je komst horen!” Dat leek Hannibal een al te optimistische voorstelling van
zaken, waarvan hij de draagwwijdte niet direct kon overzien. Hij prees daarom
Maharbals goede wil, maar zei, dat er meer tijd nodig was voor een weloverwogen
besluit. Daarop zei Maharbal: “Geen
wonder, de goden geven niet alles aan één en dezelfde man. Overwinnen, dat kun
je, Hannibal, maar je overwinning uitbuiten – dat kun je niet!” Velen geloven,
dat het uitstel van die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse
rijk.
Hannibal stelt eerst orde op
zaken bij Cannae en gaat dan richting Campanië en dat is toch al een eind in de
richting van Rome. Daar komen we Maharbal nog een keer tegen bij gevechten rond
Casilinum:
Livius XXIII, 18:
--------- Toen ze bij de muur aankwamen, leek de stad
verlaten, zo stil was het. Isalcas meende, dat de bevolking uit angst was
weggetrokken en maakte aanstalten de poorten te open te breken en de grendels
te forceren. Plotseling gingen de poorten open en twee cohorten die voor dat
doel binnen opgesteld stonden, stormden onder luid geschreeuw naar buiten en
richtten een slachting aan onder de vijanden. Nadat zo de eersten waren
teruggeslagen, werd Maharbal gestuurd
met een grotere afdeling kerntroepen, maar hij was evenmin bestand tegen een
uitval van de cohorten. Tenslotte sloeg Hannibal dicht voor de stadsmuur zijn
kamp op en trof voorbereidingen om deze kleine vesting met zijn kleine
bezetting uit alle macht met heel zijn leger aan te vallen. ---------
Hierna wordt Maharbal in de
overleveringen niet meer genoemd.
De Numidiërs komen nog wel
een aantal malen in beeld, maar of Maharbal daar dan nog de commandant speelt
is onbekend.
Eindigt het leven van
Maharbal bij Casilinum, of sterft hij ergens later tijdens deze oorlog in
Italië? We weten het niet.
Waren er nakomelingen ? Ook
hier blijft het antwoord uit. We komen namelijk ook geen namen meer van
personen, die de zoon van een Maharbal zijn.
Samen met diverse andere
militaire bevelhebbers in deze periode maakt Maharbal een eind aan de fabel,
dat Hannibal top was, maar dat zijn medebevelhebbers zo slecht waren, dat
Carthago wel moest verliezen.
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten