dinsdag 7 mei 2013

Maharbaal


MAHARBAAL

Mahar-ba*al en/of Mehher-ba*al.

Mhrb*l (fen) = Baäl maak haast, wees vlug (Krahmalkov)

                        of dappere held van Baäl (Dict.Lipinski)

Merbalos / Maarbal/s (gr)

Maharbal (lat)

 

Zie: Benz 137-138 + 340-341

 

1.Koning van Tyrus 555-552 opgeroepen uit Babylonië vanuit een groep gedeporteerden t.t.v.Nebukadnezar II (Flavius Josephus. C.Ap.I 158).

 

2.Koning van Arvad, vazal van Xerxes I (485-465). Commandant van het eskader van Arvad t.t.v.de 3e Perzische oorlog in 480. (Herod. VII 98).

 

3.Suffeet van Carthago rond 300 (CIS I 176, KAI 82).

 

4.Strateeg van Carthago in 3e eeuw (Frontin, Stratagemes.II 5.12 + Polyen., Strat V 10.1.3.Poliovretes).

 

5.Zoon van Himilco (Liv.XXI 12.1) of van Bomilcar (Florus.Epit. I 22.19). Hij leidt de belegering van Saguntum in de afwezigheid van Hannibal. Waarschijnlijk dezelfde als de ruiteraanvoerder van de Numidiërs in de slag te Cannae.  Luitenant van Hannibal. Hij leeft dus minimaal van c.240 tot c.215. Na 216 horen we in ieder geval niets meer van hem.


MAHARBAL de ruiteraanvoerder.

 

Ze komen veelal maar even in beeld. Er waren naast Hannibal, Hasdrubal en Mago nog zoveel anderen, die voor Carthago in de tweede Romeinse oorlog streden (218-201 v.C). Het leven van de hier genoemde Barciden kan vrij nauwgezet gereconstrueerd worden. Bij vele anderen is dit veel moeilijker, omdat ze veelal maar even in de kantlijn worden genoemd. Soms komt er een figuur naar voren, die een paar maal voor het voetlicht treedt en dan kunnen we een begin van een lijn uitzetten.

 

Zijn naam:

MAHARBAAL

Mahar-ba*al en/of Mehher-ba*al.

Mhrb*l (fen) = Baäl maak haast, wees vlug (Krahmalkov)

                        of dappere held van Baäl (Dict.Lipinski)

Merbalos / Maarbal/s (gr)

Maharbal (lat)

Zie: Benz 137-138 + 340-341

 

Afkomst en leeftijd:

Zoon van Himilco (Liv.XXI 12.1) of van Bomilcar (Florus.Epit. I 22.19). Luitenant van Hannibal. Hij leidt de belegering van Saguntum in de afwezigheid van Hannibal. Waarschijnlijk dezelfde als de ruiteraanvoerder van de Numidiërs in de slag te Cannae. Even  later komt hij nog een keer in actie te Casilinum. Hij leeft dus minimaal van c.240 tot c.215.

 

Zijn palmares:

Maharbal is een ruiteraanvoerder in het leger van Hannibal Barcas. Hij komt voor het eerst naar voren als leider van de belegering van Saguntum bij de afwezigheid van Hannibal. Aangenomen wordt, dat hij dezelfde is, die later tijdens de veldtocht van Hannibal ook diverse malen naar voren komt. Na de veldslag bij Trasimeno in 217 v.C schakelt hij met zijn ruiterij bovendien de ruiterij uit bij Folignae van Centenius. Hij leidt vooral de Numidische ruiters bij Cannae (216 v.C). Van hem zijn misschien de mooie woorden aan Hannibal Barcas: De goden hebben je veel gegeven. Je weet te overwinnen, maar weet niet de vruchten ervan te plukken of iets dergelijks, althans naar Plutarchus. Maharbal zien we ook in actie bij Casilinum in datzelfde jaar. Zijn verdere lot is onbekend.

 

Saguntum.

Livius XXI 11-12:

11. ------ Even werden hun zorgen wat verlicht door het plotselinge vertrek van Hannibal naar de Oretanen en de Carpetanen. Deze twee volken waren zo geschokt door het harde optreden bij de lichting van troepen, dat ze de ronselaars hadden vastgehouden en van de Carthagers dreigden af te vallen. Maar overrompeld door Hannibals snelle optreden gaven ze hun gewapend verzet weer op.

12.In Saguntum ging de bestorming trouwens onverminderd door. Maharbal, de zoon van Himilco, was door Hannibal met de leiding belast en hij kweet zich zo ijverig van zijn taak dat noch zijn eigen mannen noch de vijanden de afwezigheid van de commandant voelden. Hij leverde enkele gevechten met gunstige afloop en vernielde met drie stormrammen een groot stuk van de muur. Toen Hannibal terugkwam liet hij hem overal de nieuwe instortingen zien. Daarop werd het offensief meteen tegen de burcht zelf gericht, en na een gruwelijke strijd met veel verliezen aan weerszijden werd een deel ervan veroverd. -----------

 

Rhône

Hij wordt hier niet bij naam genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld.

 

Ticino

Hij wordt door Polybius niet bij naam genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld. Livius noemt hem wel onder XXI, 45:

Toen de strijdlust van de soldaten aan beide kanten door deze aansporingen was aangewakkerd, sloegen de Romeinen een brug over de Ticinus en bouwden ter beveiliging daarvan bovendien een bruggenhoofd. De Puniër stuurde, terwijl zijn vijanden daarmee bezig waren, Maharbal met een afdeling van vijfhonderd Numidische ruiters erop uit om de akkers van bondgenoten van het Romeinse volk te plunderen. Hij gaf hem opdracht de Galliërs zoveel mogelijk te sparen en hun leiders tot ontrouw aan de Romeinen op te ruien. Toen de brug gereed was stak het Romeinse leger over naar het gebied van de Insubriërs en legerde zich op vijf mijl afstand van Victumulae. Daar had Hannibal zijn legerkamp. Haastig riep hij Maharbal en de ruiters terug toen hij zag dat de strijd op handen was.

Hierna volgt het ruitergevecht, waarbij de Numidiërs een beslissende rol spelen. Het ligt voor de hand, dat Maharbal dan nog steeds de Numidiërs aanvoert. Dan heeft hij een belangrijke rol gespeeld.

 

Trebia

Hij wordt hier niet bij naam genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld.

 

Trasimeno.

Tijdens de hinderlaag -  veldslag wordt hijzelf niet genoemd, maar zal waarschijnlijk zijn  ruiters langs de heuvels ten noorden van het meer hebben geleid naar hun positie aan het begin van de veldslag.

 


 

Over de omvang van de kolossale hinderlaag lopen de meningen uiteen. Dit is een visie van een beperkte en betreft alleen de vlakte ten westen van Tuoro. Andere visies gaan uit van een hinderlaag langs de hele noordkant van het meer van Trasimeno.

 


 

Polybius III, 84
Livius XXII, 6
------ Ongeveer zesduizend mannen van de Romeinse afdelingen in de vallei wisten de vijanden tegenover zich te verslaan. Hoewel hun inzet van grote betekenis had kunnen zijn voor de afloop, waren ze niet in staat hun eigen mensen te hulp te komen en de tegenstanders te omsingelen, omdat ze niets van wat zich afspeelde konden waarnemen. Met grote inspanning trokken ze steeds verder, in de overtuiging dat ze ergens vijanden zouden ontmoeten, net zo lang tot ze ongemerkt bleken te zijn terechtgekomen in het boven hen gelegen terrein. Toen ze op de toppen waren gearriveerd en de mist inmiddels opgetrokken, begrepen ze welke catastrofe zich had voltrokken. Maar ze konden niets meer doen, omdat de vijand een volledige overwinning had behaald en reeds heer en meester was van het terrein. Daarom verzamelden ze zich en trokken naar een of ander Etruskisch dorp.
Na afloop van de slag werd Maharbal door Hannibal met de Spanjaarden en lansiers weggestuurd en omsingelde hij het dorp. Omdat de nood nu in zoveel gedaanten drong, legden de Romeinen de wapens neer en gaven zich over op voorwaarde dat hun leven zou werden gespaard. Zo eindigde de beslissende veldslag in Etrurië tussen Romeinen en Carthagers.
-------- Ongeveer zesduizend mannen uit de voorste linie braken energiek door de vijanden tegenover hen heen en ontkwamen uit het dal, zonder te weten wat zich achter hen afspeelde. Toen ze op een heuvel halt hielden, hoorden ze alleen geschreeuw en wapengekletter, maar het verloop van de strijd was voor hen onduidelijk en door de nevel onzichtbaar. Tenslotte, toen de strijd al beslist was, won de zon aan kracht; de nevel trok op en liet het daglicht door. Toen, bij helder zicht, boden de bergen en de vlakte het beeld van de verloren slag en de gruwelijke slachting onder het Romeinse leger. Uit angst dat ze uit de verte gezien zouden worden en dat de ruiterij op hen zou worden afgestuurd, namen ze haastig hun standaards op en maakten zich zo snel mogelijk uit de voeten. De volgende dag gaven ze zich toch over: nog afgezien van de overige ellende vergingen ze bijna van de honger en Maharbal, die hen met alle ruitertroepen die nacht had ingehaald, gaf zijn woord dat hij hen met één kledingstuk zou laten vertrekken, als ze hun wapens zouden overhandigen.

 

Was het betreffende dorp Tuoro of verderop bij de pas Torricello de dorpen Montecolognola of  Monte del Lago.

 


 

Het verhaal van Trasimeno heeft nog een betekenisvol staartje.

 

Polybius III, 85
Vervolg Livius XXII, 6
Toen de Romeinen die zich op deze voorwaarde hadden overgegeven en de overige krijgsgevangenen naar Hannibal gebracht werden , liet hij ze allen bijeenkomen. Het waren er meer dan vijftienduizend. Hij maakte hen eerst duidelijk, dat Maharbal niet de bevoegdheid bezat zonder zijn instemming lijfsbehoud te gunnen aan mensen die zich op voorwaarden hadden overgegeven en uitte vervolgens beschuldigingen tegen de Romeinen. --------
 
 
Hannibal hield woord met Punische getrouwheid: allen werden in de boeien geslagen.

 

Zien we hier een punt van frictie tussen Hannibal en Maharbal? Of was het een smoes om verder te doen met de krijgsgevangenen wat hij wilde? Als er al enige onenigheid was dan was het in ieder geval niet ingrijpend, want even later moet Maharbal aan de bak voor de volgende opdracht. Livius doet deze passage af om een sarcastische opmerking.

 

Gaius Centenius.

 

Polybius III, 86
Livius XXII, 8
Consul Gnaeus Servilius beschermde met zijn legermacht het gebied bij Ariminum. Dit ligt aan de Adriatische kust, waar de Keltische vlakte grenst aan de rest van Italië, niet ver van de Podelta. Toen hij in de tijd dat de slag plaatsvond hoorde dat Hannibal Etrurië was binnengevallen en tegenover Flaminius gelegerd was, was Servilius wel van plan zich met al zijn troepen spoedig bij zijn collega aan te sluiten, maar de omvang van zijn leger maakte dat onmogelijk. Daarom stuurde hij Gaius Centenius met vierduizend ruiters vooruit, die, als de omstandigheden dat vereisten, snel ter plaatse konden zijn, voordat hijzelf arriveerde. Toen Hannibal na de veldslag op de hoogte werd gesteld van de hulpactie van de tegenstanders, liet hij Maharbal met de lansiers en een aantal ruiters uitrukken. Ze gingen Gaius’ ruiters tegemoet en doodden al bij het eerste treffen ongeveer de helft van hen. De rest achtervolgden ze naar een heuvel waar ze hen de dag daarop tot de laatste man gevangen namen.
Livius noemt Maharbal niet, maar gaat wel in op de nederlaag van Centenius:
 
----- Nog voordat de plannen vaste vorm hadden gekregen, werd plotseling een nieuwe nederlaag gemeld. Consul Servilius had vierduizend ruiters onder leiding van propraetor Gaius Centenius naar zijn collega gestuurd. Zij waren op het bericht van de slag aan het Trasumeense meer naar Umbrië afgebogen en daar door Hannibal omsingeld.------------

De exacte plaats van deze confrontatie is aan discussie onderhevig. Plaatsen als Folignae en Plestia worden o.a. genoemd.


 

Van Umbrië naar Campanië en Apulië in het jaar 217 c.C.

 

Op de hele tocht van Hannibal door Zuid-Italië wordt hij in dit jaar een enkele maal genoemd.

Op een gegeven moment verdwaalt Hannibal bij Casilinum, daar waar hij naar Cassinum had willen gaan. De gids had de naam verkeerd verstaan. Van de nood werd een deugd gemaakt.

Livius XXII, 13:

--------- Hij sloeg een versterkt kamp op en stuurde Maharbal met ruiters naar het Falernische gebied om buit te maken. Hun plunderingen reikten tot aan de baden van Sinuessa. De Numidiërs veroorzaakten enorme schade, en vlucht en schrik in de hele omtrek.

 

Bij de slag bij Cannae komt Maharbal weer even naar voren.

 

Polybius III, 114
Livius XXII, 46
 
Polybius noemt Maharbal niet, maar denkt, dat Hanno de rechtervleugel aanvoerde.
 
 
 
 
 
 
 
 
---- Bij de Carthagers voerde Hasdrubal de linkervleugel aan, Hanno de rechter; in het centrum stond Hannibal zelf, met zijn broer Mago bij zich. ------
 
------ Aan de overkant werden ze successievelijk als volgt opgesteld: de Gallische en Spaanse ruiters kwamen dicht bij de rivieroever op de linkervleugel te staan tegenover de Romeinse ruiterij, de rechtervleugel werd toegwezen aan de Numidische ruiters, en het centrum van de linie werd gevormd door de infanterie, met de Afrikanen aan de zijkanten en de Galliërs en Spanjaarden daartussenin. ------
----- Het totale aantal infanteristen in deze linie bedroeg veertigduizend. Het aantal ruiters tienduizend. Over de vleugels voerden links Hasdrubal en rechts Maharbal bevel; het centrum van de linie stond onder commando van Hannibal zelf met zijn broer Mago.

Appianus komt in zijn Hannibalica (20,90) tot weer een andere opstelling van de bevelhebbers: Hanno links, Hannibal in het midden en Mago rechts!

 


 

Vervolgens wordt de strijd van de Numidiërs vooral bij Livius beschreven:

Livius XXII, 48:

Intussen was ook de linkervleugel van de Romeinen, waar de ruiters van de bondgenoten zich tegenover de Numidiërs hadden opgesteld, in gevecht geraakt. De strijd kwam traag op gang en begon met een list van de Puniërs. Ongeveer vijfhonderd Numidiërs reden voorwaarts uit hun gelederen met hun schilden op hun rug, alsof ze wilden overlopen; maar behalve hun gewone wapens droegen ze heimelijk zwaarden onder hun pantsers. Bij de Romeinen aangekomen sprongen ze plotseling van hun paarden en wierpen hun schilden en speren neer voor de voeten van de vijanden. Ze werden in de vleugel opgenomen en naar de achterste gelederen gevoerd, waar ze orders kregen achter de troepen te gaan zitten. Zolang het gevecht aan alle kanten nog op gang kwam, hielden ze zich rustig. Maar toen alle ogen en en aandacht op de strijd gericht waren, grepen ze de schilden die overal tussen de stapels lijken waren neergeworpen en vielen de Romeinse linie van achteren aan. Ze staken hen in de rug, sneden hun kniepezen door en veroorzaakten een geweldige slachting en een nog veel grotere paniek en chaos. Nu leidde aan de ene kant de schrik tot een vlucht, terwijl in het centrum de strijd hardnekkig voortduurde, maar al zonder hoop op succes voor de Romeinen. Hasdrubal haalde als commandant van de ruiterij de Numidiërs weg uit het midden van hun linie, omdat hun gevecht tegen hun tegenstanders te traag verliep, en stuurde ze achter de overal vluchtende soldaten aan; de Spaanse en Gallische ruiters voegde hij bij de Afrikanen, die bijna meer vermoeid waren van het doden dan van het vechten.

 

Uiteindelijk wordt de veldslag bij Cannae een compleet succes voor de Carthagers.

Livius XXII, 51:

Hannibal werd na zijn overwinning van alle kanten gelukwenst. De meesten adviseerden hem om, nu zo’n grote oorlog tot een eind was gebracht, de rest van de dag en de volgende nacht zelf rust te nemen en die rust ook aan zijn vermoeide soldaten te gunnen. Maar de ruitercommandant Maharbal vond dat er geen moment gewacht moest worden. “Integendeel!” zei hij. “Besef toch wat met deze slag bereikt is: nog vijf dagen en je zult als overwinnaar op het Capitool dineren! Volg me! Ik ga met de ruiters vooruit en ze zullen je daar zien voordat ze van je komst horen!” Dat leek Hannibal een al te optimistische voorstelling van zaken, waarvan hij de draagwwijdte niet direct kon overzien. Hij prees daarom Maharbals goede wil, maar zei, dat er meer tijd nodig was voor een weloverwogen besluit. Daarop zei Maharbal: “Geen wonder, de goden geven niet alles aan één en dezelfde man. Overwinnen, dat kun je, Hannibal, maar je overwinning uitbuiten – dat kun je niet!” Velen geloven, dat het uitstel van die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse rijk.

 

Wat als Hannibal inderdaad de raad van Maharbal had opgevolgd? Waarschijnlijk was Rome dan nog wat meer in paniek zijn geweest, maar zou ongetwijfeld op tijd de kalmte hervonden hebben. De poorten van Rome zouden zeker niet zijn opengegaan voor Hannibal. In het beste geval zou er misschien even zijn onderhandeld, terwijl de ruiterij van Hannibal rond de stad zou galloperen en terwijl Hannibal met het gros van het leger ergens nog onderweg was, en terwijl zijn achterhoede (wellicht nog te Cannae) was aangevallen door nog steeds wel niet weg te cijfereren Romeinse troepen in de omgeving. Het leger van Hannibal zou in twee of drie delen uiteengevallen zijn en des te kwetsbaarder zijn geworden.  Op den duur zouden de Romeinen zich hoe dan ook hersteld hebben. De raad van Maharbal was eenvoudigweg niet uitvoerbaar. Er zijn overigens nog wel tien andere redenen aan te voeren, waarom Hannibal nooit tot een directe aanval Rome kon overgaan.

Overigens wordt het beroemde gesprekje tussen Hannibal en Maharbal later steeds in een ander jasje gegoten. Silius Italicus (Punica X 373-386) geeft Mago de rol van Maharbal (in de periode 26-101 na Chr). Plutarchus (Makers van Rome, negen levens, Fabius Maximus, 17) noemt ene Barca als vervanger van Maharbal (2e helft 1e eeuw na Chr).

 

Silius Italicus
Plutarchus
Toen de slaap van de generaal verstoord werd door ongegronde alarmtekens kwam Mago hem berichten, dat het restant van het leger zich in de nacht had overgegeven; en daar achteraan kwam een rijke hoeveelheid buit.Hij beloofde, dat na de vijfde opeenvolgende nacht Hannibal zou feesten en pret maken op de Tarpeïsche rots. Hannibal verborg de goddelijke waarschuwing en onderdrukte zijn angsten. Hij wees ter verontschuldiging op de wonden en vermoeidheid van de soldaten na hun woeste strijd en hij sprak over te veel zelfvertrouwen als gevolg van dat succes. Toen protesteerde Mago, die zeer teleurgesteld was, alsof hij al teruggeroepen was van de muren van Rome zelf en zei: “Dan heeft onze geweldige inspanning niet Rome verslagen, zoals Rome zelf al geloofd; het heeft alleen Varro verslagen. Welk lot doet jou het overvloedig geschenk van Mars weggooien en laat jij je land verder wachten? Laat mij vooruit gaan met de ruiterij en ik zweer je bij mijn hoofd, dat de muren van die stad jou zullen toebehoren en dat de poorten voor jou open zullen vliegen zonder enige strijd.”
Na dit overweldigende succes drongen de vrienden van Hannibal bij hem erop aaan om zijn geluk verder na te jagenen zijn weg naar Rome te forceren op de hielen van het terugtrekkende leger en zij verzekerden hem, dat als hij zou doorzetten dat hij dan op de vijfde dag na zijn overwinning zou kunnen dineren op het kapitool. Het is niet gemakkelijk om te zeggen welke beweegreden Hannibal pas op de plaats liet houden. Het lijkt er bijna op, dat zijn kwade genie of een of andere goddelijke macht op dit moment intervenieerde en hem vervulde met bescheidenheid en besluiteloosheid. Dat is waarom Barca de Carthager hem kwaad gezegd zou hebben: “Je weet hoe een overwinning te behalen, maar je hebt geen idee hoe die uit te nutten.”

 

Hannibal stelt dus eerst orde op zaken bij Cannae en gaat dan richting Campanië en dat is toch al een eind in de richting van Rome. Daar komen we Maharbal nog een keer tegen bij gevechten rond Casilinum:

Livius XXIII, 18:

--------- Toen ze bij de muur aankwamen, leek de stad verlaten, zo stil was het. Isalcas meende, dat de bevolking uit angst was weggetrokken en maakte aanstalten de poorten te open te breken en de grendels te forceren. Plotseling gingen de poorten open en twee cohorten die voor dat doel binnen opgesteld stonden, stormden onder luid geschreeuw naar buiten en richtten een slachting aan onder de vijanden. Nadat zo de eersten waren teruggeslagen, werd Maharbal gestuurd met een grotere afdeling kerntroepen, maar hij was evenmin bestand tegen een uitval van de cohorten. Tenslotte sloeg Hannibal dicht voor de stadsmuur zijn kamp op en trof voorbereidingen om deze kleine vesting met zijn kleine bezetting uit alle macht met heel zijn leger aan te vallen. ---------

 

Hierna wordt Maharbal in de overleveringen niet meer genoemd.

 

 


 

RECONSTRUCTIE

 

We zijn geheel afhankelijk van de Griekse en Romeinse overleveringen. In het geval van Maharbal is het helemaal problematisch. De dichtstbijzijnde geschiedschrijver is Polybius (200 – 120 v.C). Dat is dus minder dan een eeuw later. Hij noemt Maharbal slechts tweemaal. Bij Livius (59 v.C – 17 na Chr) treedt hij opeens vijfmaal voor het voetlicht. Bij de andere klassieke auteurs komt hij nauwelijks meer aan bod. Waar ligt dus de waarheid?

 

Maharbal wordt maar bij één gebeurtenis zowel door Polybius als door Livius genoemd:

Gebeurtenis
Polybius
Livius
jaar
Saguntum
 
X
219
Rhône
 
 
218
Alpen
 
 
218
Ticino
 
X
218
Trebia
 
 
218
Trasimeno
X
X
217
Plestia/Folignae
X
 
217
Falernisch gebied
 
X
217
Gerunium
 
 
217
Cannae
 
X
216
Casilinum
 
X
216

 

Polybius en Livius hebben zich gebaseerd op nog oudere bronnen, die maar fragmentarisch of helemaal niet zijn behouden, zoals Fabius Pictor, Cincius Alimentus, Marcus Porcius Cato, Silenus. Dit waren tijdgenoten van Hannibal. Dan zijn er nog Coelius Antipater (c.175-120 v.C) en Valerius Antias (begin 1e eeuw v.C), waarop Livius en latere schrijvers zich weer baseren. Doordat al die bronnnen lang niet compleet zijn, is het dus nauwelijks traceerbaar van wat er nu echt met onze Maharbal gebeurd is. Als we er vanuit mogen gaan, dat al die auteurs lang niet volledig zijn geweest in hun berichtgeving, maar dat dan de optelsom van al die bronnen de waarheid benadert, dan zou de volgende reconstructie zeer wel tot de mogelijkheden kunnen behoren.

 

Geboorte:

Omdat hij als ruiteraanvoerder naar voren komt, kan hij omstreeks 220 v.C nauwelijks ouder dan 30 jaar geweest zijn. Dat zou een geboortejaar van ca.250 v.C kunnen betekenen.

 

Afkomst:

Zoon van Himilco (Liv.XXI 12.1) of van Bomilcar (Florus.Epit. I 22.19).

Als vader kunnen de volgende bekende Himilco’s in aanmerking komen:

 

        HIMILCO IX (5)

        Commandant van Lilybaion, dat in 250 v.C verdedigd wordt tegen de Romeinen. Hij

        leidt deze verdediging zeer behendig, doet diverse uitvallen, waarbij de Romeinen

        veel verliezen lijden (Polybios I 44,1+45,13+48+53,5 / Diodoros XXIV 1,2‑6). Bij

        Zonaras (VIII 15) wordt hij ten onrechte Hamilcar genoemd. Zijn verdere

        familierelaties zijn onbekend gebleven.

 

        HIMILKAT X

        Een inscriptie uit de 2e helft van de 3e eeuw v.C noemt de naam Himilkat.

        Himilkat wijdt op een beeld van brons de inscriptie aan Sid, de machtige of

        krachtige van Abi.

        Zie: Ricerche puniche ad Antas, les inscriptions, M.Fantar, Instituto del vicino

        oriente, universita di Roma, 1969, inscriptie I.

        Aangezien Sardinië in 238 v.C onder Rome kwam, is het wellicht aannemelijk om

        de begindatum op c.250 te stellen:

        c.300     bdmlqrt        bodmelqart

                  V

        c.275     *bd'sjmn       abdesjmoen

                  V

        c.250     h.mlkt         himilkat, die bij het volk van Caralis is.

        Die laatste toevoeging toont een relatie met Calaris (Cagliari) aan. Himilkat

        schijnt van Calaris te komen, maar hij doet zijn wijding in Antas, want dat was

        het grootste heiligdom op Sardinië.

 

        HIMILKAT XI

        Een inscriptie uit de 2e helft van de 3e eeuw v.C noemt de naam Himilkat.

        Himilkat wijdt de inscriptie te Antas, maar hij is zelf van het volk van Sulcis!

        Zie: Ricerche puniche ad Antas, les inscriptions, M.Fantar, Instituto del vicino

        oriente, universita di Roma, 1969, inscriptie III.

        Aangezien Sardinië in 238 v.C onder Rome kwam, is het wellicht aannemelijk om

        de begindatum op c.250 te stellen:

        c.300     ']drb*l        a]dirbaal

                  V

        c.275     b*lytn         baalyaton

                  V

        c.250     h.mlkt         himilkat, die bij het volk van Sulcis is in het jaar

                                 van Hanno.

 

        HIMILKAT XII

        Een inscriptie uit de 2e helft van de 3e eeuw v.C noemt de naam Himilkat.

        Abd..Ashtaf, zoon van Himilkat, wijdt de inscriptie aan een onbekend gebleven

        godheid, maar dat kan heel goed weer Sid zijn.

        Zie: Ricerche puniche ad Antas, les inscriptions, M.Fantar, Instituto del vicino

        oriente, universita di Roma, 1969, inscriptie XVIII.

        Aangezien Sardinië in 238 v.C onder Rome kwam, is het wellicht aannemelijk om

        de begindatum op c.250 te stellen.

 

Welke Himilco de werkelijke vader zou kunnen zijn valt niet met zekerheid te zeggen. Als Maharbal uit een legerfamilie komt, dat is het meeste te zeggen voor de Himilco van Lilybaion.

 

Als Bomilcar de vader is, dan komt er eigenlijk maar een bekende Bodmelqart in aanmerking:

 

        Bodmelqart IV

        ‑‑‑‑‑‑‑-------‑‑‑‑‑‑

        Bekend van een inscriptie uit Calaris (buurt Stampace) uit de 3e eeuw v.C.

        (Amadasi, blz 101). De inscriptie is gewijd aan de vrouwe b*sjmm op het eiland

        van de valken of havikken (=Isola S.Pietro). De wijding gebeurt door Baalhanno

        en/of Bodmelqart. De bijgaande genealogie behoort waarschijnlijk aan Bodmelqart.

        Baalhanno zou zijn dienaar kunnen zijn. Als we Bodmelqart in het midden van de

        3e eeuw v.C situeren dan komt het volgende beeld naar voren met +/‑ c.25 jaar:

        c.350     'tsj

                               V

        c.325     Maharbaal

                               V

        c.300     'sjmoen*ms

                               V

        c.275     Hanno

                               V

        c.250     Bodmelqart

      Het is een van de weinige inscripties, waarbij we zo'n 100 jaar terug kunnen

        kijken. Het feit, dat de vader van Bodmelqart een Hanno is en dat de zoon van

        Bomilcar (3) een zoon Hanno heeft, opent een heel voorzichtige mogelijkheid, dat

        deze Bodmelqart wellicht dezelfde is als Bomilcar (3), maar het is in de verste

        verte geen bewezen zaak!!! Bodmelqart zou dan (na de huurlingenopstand?) op

        Sardinië) naar Carthago gegaan kunnen zijn.

 

Het is opmerkelijk, dat zowel bij Himilco als bij Bomilcar Sardinië als land van mogelijke oorsprong in beeld komt.

 

Naar Spanje.

Als zijn geboortejaar inderdaad omstreeks 250 v.C ligt, dan kan hij nog niet direct met Hamilcar in 238 v.C zijn meegegaan. Hij zal eerder pas onder het regime van Hasdrubal de luisterrijke naar Spanje zijn gekomen.

 

Saguntum 219.

Livius XXI 11-12:

11. ------ Even werden hun zorgen wat verlicht door het plotselinge vertrek van Hannibal naar de Oretanen en de Carpetanen. Deze twee volken waren zo geschokt door het harde optreden bij de lichting van troepen, dat ze de ronselaars hadden vastgehouden en van de Carthagers dreigden af te vallen. Maar overrompeld door Hannibals snelle optreden gaven ze hun gewapend verzet weer op.

12.In Saguntum ging de bestorming trouwens onverminderd door. Maharbal, de zoon van Himilco, was door Hannibal met de leiding belast en hij kweet zich zo ijverig van zijn taak dat noch zijn eigen mannen noch de vijanden de afwezigheid van de commandant voelden. Hij leverde enkele gevechten met gunstige afloop en vernielde met drie stormrammen een groot stuk van de muur. Toen Hannibal terugkwam liet hij hem overal de nieuwe instortingen zien. Daarop werd het offensief meteen tegen de burcht zelf gericht, en na een gruwelijke strijd met veel verliezen aan weerszijden werd een deel ervan veroverd. -----------

 

Let wel: Maharbal is dus de tweede in commando over het Carthaagse leger voor Saguntum. Dat is een zeer hoge functie. Hannibal moet veel vertrouwen in deze man hebben gehad.

 

Na de inname van Saguntum gaat het leger in winterkwartier en pas het volgend jaar in 218 v.C komt het weer in actie. Hannibal vertrekt met zijn leger vanuit Carthago-nova. In de zomer komt dan de oorlogsverklaring van de Romeinen. Hannibal overschrijdt dan de Ebro, of heeft die inmiddels overschreden. Maharbal moet daarbij aanwezig zijn geweest.

 

Rhône.

Als Maharbal nu al de ruiteraanvoerder over de Numidiërs is, dan komt onder zijn leiding het eerste gevecht met de Romeinen tot stand.

Livius XXI, 29:

Tijdens het overzetten van de olifanten had Hannibal vijfhonderd Numidische ruiters naar het Romeinse kamp gestuurd om te verkennen waar en hoe groot hun troepenmacht was en wat ze van plan waren. Deze ruiterafdeling stootte op de driehonderd Romeinse ruiters, die, zoals gezegd vanaf de Rhônemonding waren uitgestuurd. Er werd een grimmiger gevecht geleverd dan men bij dit aantal strijders zou verwachten: nog afgezien van de vele gewonden leden beide partijen ongeveer even grote verliezen.

 

Vervolgens komt de tocht over de Alpen en vijf maanden na het vertrek uit Carthago-nova staat het leger van Hannibal dan in de Povlakte. Bij de rivier de Ticino komt het tot het eerste gevecht op Italische bodem.

 

Ticino

Hij wordt door Polybius niet bij naam genoemd, maar hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld. Livius noemt hem wel onder XXI, 45:

Toen de strijdlust van de soldaten aan beide kanten door deze aansporingen was aangewakkerd, sloegen de Romeinen een brug over de Ticinus en bouwden ter beveiliging daarvan bovendien een bruggenhoofd. De Puniër stuurde, terwijl zijn vijanden daarmee bezig waren, Maharbal met een afdeling van vijfhonderd Numidische ruiters erop uit om de akkers van bondgenoten van het Romeinse volk te plunderen. Hij gaf hem opdracht de Galliërs zoveel mogelijk te sparen en hun leiders tot ontrouw aan de Romeinen op te ruien. Toen de brug gereed was stak het Romeinse leger over naar het gebied van de Insubriërs en legerde zich op vijf mijl afstand van Victumulae. Daar had Hannibal zijn legerkamp. Haastig riep hij Maharbal en de ruiters terug toen hij zag dat de strijd op handen was.

Hierna volgt het ruitergevecht, waarbij de Numidiërs een beslissende rol spelen. Het ligt voor de hand, dat Maharbal dan nog steeds de Numidiërs aanvoert. Dan heeft hij een belangrijke rol gespeeld.

Livius XXI, 46:

--------- Nadat Scipio deze voortekens door zoenoffers had bezworden, vertrok hij met zijn ruiterij en lichtgewapende slingeraars om het kamp van de vijand en de sterkte en samenstelling van diens troepen van nbij te bespioneren. Daarbij stootte hij op Hannibal, die er eveneens met zijn ruiters op uit was getrokken om de omgeving te verkennen. -------

Beide colonnes hielden halt en maakten zich gereed voor de stijd. Scipio plaatste zijn slingeraars en Gallische ruiters vooraan, en de Romeinse ruiters met kerntroepen van de bondgenoten als reserve daarachter. Hannibal stelde zijn ruiters met getoomde paarden in het midden op en formeerde krachtige vleugels met de Numidiërs. -----------

Het gevecht werd al grotendeels te voet geleverd, toen de Numidiërs, die op de vleugels stonden, zich na een korte omtrekkende beweging aan de achterkant vertoonden. Dit veroorzaakte panische schrik bij de Romeinen. ---------

De chaotische vlucht beperkte zich grotendeels tot de slingeraars, die het eerst door de Numidiërs werden aangevallen. ---------

 

Trebia.

Als Maharbal nog steeds de Numidiërs aanvoert, heeft hij de aanloop naar deze veldslag de volgende taak toegwezen gekregen:

Livius XXI, 54:

-------- Toen het licht werd, gaf Hannibal de Numidische ruiters bevel de Trebia over te steken, naar de poorten van de vijand te rijden en hem door beschieting van de voorposten tot een gevecht te verlokken. Zodra de strijd ontketend was, moesten ze geleidelijk terugwijken en de vijand helemaal meetrekken tot aan hun eigen kant van de rivier. ---------

Zo gezegd, zo gedaan.

Tijdens de veldslag zelf verschijnen de Numidiërs opnieuw in een voorname rol.

Livius XXI, 55:

--------- Daarbij doken Mago en de Numidiërs aan de achterkant op, zodra de Romeinen nietsvermoedend hun schuilplaats gepasseerd waren, en zorgden er voor een enorme opschudding en schrik. ----------

 

 


 

De Romeinen ontruimen na de verloren veldslag hun meeste posities aan de noordkant van de Apenijnen en gaan in winterkwartier. Hannibal doet hetzelfde te Bononia of bij de Liguriërs, alhoewel Livius hem nog diverse avonturen laat beleven in de Povlakte, maar die moeten toch met een korreltje zout genomen worden.

 

In de lente van het jaar 217 v.C overschrijdt het leger van Hannibal de Apenijnen en komt eerst terecht aan de overstroomde oevers van de rivier de Annio.

Hannibal trekt langs Faesulae en Arretium en komt dan terecht bij het Trasimeense meer met de consul Gaius Flaminius op zijn hielen. Daar zet Hannibal een gigantische hinderlaag in elkaar.

 

Trasimeno.

Tijdens de hinderlaag -  veldslag wordt hijzelf niet genoemd, maar zal waarschijnlijk zijn  ruiters langs de heuvels ten noorden van het meer hebben geleid naar hun positie aan het begin van de veldslag.

 


 

Over de omvang van de kolossale hinderlaag lopen de meningen uiteen. Dit is een visie van een beperkte en betreft alleen de vlakte ten westen van Tuoro. Andere visies gaan uit van een hinderlaag langs de hele noordkant van het meer van Trasimeno.

 

Polybius III, 84
Livius XXII, 6
------ Ongeveer zesduizend mannen van de Romeinse afdelingen in de vallei wisten de vijanden tegenover zich te verslaan. Hoewel hun inzet van grote betekenis had kunnen zijn voor de afloop, waren ze niet in staat hun eigen mensen te hulp te komen en de tegenstanders te omsingelen, omdat ze niets van wat zich afspeelde konden waarnemen. Met grote inspanning trokken ze steeds verder, in de overtuiging dat ze ergens vijanden zouden ontmoeten, net zo lang tot ze ongemerkt bleken te zijn terechtgekomen in het boven hen gelegen terrein. Toen ze op de toppen waren gearriveerd en de mist inmiddels opgetrokken, begrepen ze welke catastrofe zich had voltrokken. Maar ze konden niets meer doen, omdat de vijand een volledige overwinning had behaald en reeds heer en meester was van het terrein. Daarom verzamelden ze zich en trokken naar een of ander Etruskisch dorp.
Na afloop van de slag werd Maharbal door Hannibal met de Spanjaarden en lansiers weggestuurd en omsingelde hij het dorp. Omdat de nood nu in zoveel gedaanten drong, legden de Romeinen de wapens neer en gaven zich over op voorwaarde dat hun leven zou werden gespaard. Zo eindigde de beslissende veldslag in Etrurië tussen Romeinen en Carthagers.
-------- Ongeveer zesduizend mannen uit de voorste linie braken energiek door de vijanden tegenover hen heen en ontkwamen uit het dal, zonder te weten wat zich achter hen afspeelde. Toen ze op een heuvel halt hielden, hoorden ze alleen geschreeuw en wapengekletter, maar het verloop van de strijd was voor hen onduidelijk en door de nevel onzichtbaar. Tenslotte, toen de strijd al beslist was, won de zon aan kracht; de nevel trok op en liet het daglicht door. Toen, bij helder zicht, boden de bergen en de vlakte het beeld van de verloren slag en de gruwelijke slachting onder het Romeinse leger. Uit angst dat ze uit de verte gezien zouden worden en dat de ruiterij op hen zou worden afgestuurd, namen ze haastig hun standaards op en maakten zich zo snel mogelijk uit de voeten. De volgende dag gaven ze zich toch over: nog afgezien van de overige ellende vergingen ze bijna van de honger en Maharbal, die hen met alle ruitertroepen die nacht had ingehaald, gaf zijn woord dat hij hen met één kledingstuk zou laten vertrekken, als ze hun wapens zouden overhandigen.

 

Was het betreffende dorp Tuoro of verderop bij de pas Torricello de dorpen Montecolognola of  Monte del Lago.

 


 

Het verhaal van Trasimeno heeft nog een betekenisvol staartje.

 

Polybius III, 85
Vervolg Livius XXII, 6
Toen de Romeinen die zich op deze voorwaarde hadden overgegeven en de overige krijgsgevangenen naar Hannibal gebracht werden , liet hij ze allen bijeenkomen. Het waren er meer dan vijftienduizend. Hij maakte hen eerst duidelijk, dat Maharbal niet de bevoegdheid bezat zonder zijn instemming lijfsbehoud te gunnen aan mensen die zich op voorwaarden hadden overgegeven en uitte vervolgens beschuldigingen tegen de Romeinen. --------
 
 
Hannibal hield woord met Punische getrouwheid: allen werden in de boeien geslagen.

 

Zien we hier een punt van frictie tussen Hannibal en Maharbal? Of was het een smoes om verder te doen met de krijgsgevangenen wat hij wilde? Als er al enige onenigheid was dan was het in ieder geval niet ingrijpend, want even later moet Maharbal aan de bak voor de volgende opdracht. Livius doet deze passage af om een sarcastische opmerking.

 

Gaius Centenius.

 

Polybius III, 86
Livius XXII, 8
Consul Gnaeus Servilius beschermde met zijn legermacht het gebied bij Ariminum. Dit ligt aan de Adriatische kust, waar de Keltische vlakte grenst aan de rest van Italië, niet ver van de Podelta. Toen hij in de tijd dat de slag plaatsvond hoorde dat Hannibal Etrurië was binnengevallen en tegenover Flaminius gelegerd was, was Servilius wel van plan zich met al zijn troepen spoedig bij zijn collega aan te sluiten, maar de omvang van zijn leger maakte dat onmogelijk. Daarom stuurde hij Gaius Centenius met vierduizend ruiters vooruit, die, als de omstandigheden dat vereisten, snel ter plaatse konden zijn, voordat hijzelf arriveerde. Toen Hannibal na de veldslag op de hoogte werd gesteld van de hulpactie van de tegenstanders, liet hij Maharbal met de lansiers en een aantal ruiters uitrukken. Ze gingen Gaius’ ruiters tegemoet en doodden al bij het eerste treffen ongeveer de helft van hen. De rest achtervolgden ze naar een heuvel waar ze hen de dag daarop tot de laatste man gevangen namen.
Livius noemt Maharbal niet, maar gaat wel in op de nederlaag van Centenius:
 
----- Nog voordat de plannen vaste vorm hadden gekregen, werd plotseling een nieuwe nederlaag gemeld. Consul Servilius had vierduizend ruiters onder leiding van propraetor Gaius Centenius naar zijn collega gestuurd. Zij waren op het bericht van de slag aan het Trasumeense meer naar Umbrië afgebogen en daar door Hannibal omsingeld.------------

De exacte plaats van deze confrontatie is aan discussie onderhevig. Plaatsen als Folignae en Plestia worden o.a. genoemd.

 

Van Umbrië naar Campanië en Apulië in het jaar 217 c.C.

 

Op de hele tocht van Hannibal door Zuid-Italië wordt hij in dit jaar een enkele maal genoemd.

Op een gegeven moment verdwaalt Hannibal bij Casilinum, daar waar hij naar Cassinum had willen gaan. De gids had de naam verkeerd verstaan. Van de nood werd een deugd gemaakt.

Livius XXII, 13:

--------- Hij sloeg een versterkt kamp op en stuurde Maharbal met ruiters naar het Falernische gebied om buit te maken. Hun plunderingen reikten tot aan de baden van Sinuessa. De Numidiërs veroorzaakten enorme schade, en vlucht en schrik in de hele omtrek.

 

Even later nabij Casilinum komt het tot een zwaar ruitergevecht. Maharbal wordt hier niet genoemd, maar het is vrij waarschijnlijk, dat hij ook hier de Numidiërs commandeert. Lucius Hostilius Mancinus is op verkenning met 400 ruiters van de bondgenoten.

Livius XXII, 15:

--------- Deze Mancinus was een van de jongemannen die graag naar de felle betogen van de adjudant luisterden. Aanvankelijk reed hijvoorwaarts met de behoedzaamheid van een verkennen en bespiedde hij de vijand vanuit een veilige stelling. Maar toen hij de Numidiërs overal verspreid door de dorpen zag rijden en kans zag ook enkelen van hen te doden, raakte meteen bezeten van de gedachte aan een gevecht. Hij dacht niet meer aan de voorschriften van de dictator, die hem orders had gegeven om zover door te rijden als de veiligheid het toeliet en zich terug te trekken voordat hij in het zicht van de vijand kwam. Door beurtelings aan te stormen en terug te wijken putten de Numidiërs zijn mannen en paarden uit en lokten ze hem bijna helemaal mee tot aan hun kamp. Daar reed de ruitercommandant Carthalo met zijn troepen in galop op hun af. Hij dreef ze op de vlucht voordat hij binnen schootsafstand kwam en bleef ze ongeveer vijf mijl lang onafgebroken achtervolgen. Toen Mancinus zag dat de vijand de achtervolging niet staakte en dat er ook geen kans was te ontkomen, sprak hij zijn mannen moed in en keerde hij terug voor een gevecht, waartegen hij in geen enkel opzicht opgewassen was. En zo werden hijzelf en de beste van zijn ruiters omsingeld en gedood. De anderen vluchtten in wanorde eerst naar Cales, en daarvandaan langs bijna onbegaanbare paden naar de dictator.

Ik vermoed, dat Maharbal met zijn Numidiërs de Romeinen naar een ruiterkamp lokten, waarna de Gallische en/of Spaanse ruiterij o.l.v. Carthalo het karwei afmaakten.

 

De pas van Callicula.

Maharbal is hier ongetwijfeld aanwezig, maar hij wordt niet genoemd. Ook de Numidiërs komen niet echt in beeld.

 

Gerunium.

Maharbal is hier ongetwijfeld aanwezig, maar hij wordt niet genoemd. De Numidiërs zouden wel eens onder de genoemde foerageurs geweest kunnen zijn.

 

Bij de slag bij Cannae komt Maharbal weer even naar voren.

Polybius III, 114
Livius XXII, 46
 
Polybius noemt Maharbal niet, maar denkt, dat Hanno de rechtervleugel aanvoerde.
 
 
 
 
 
 
 
 
---- Bij de Carthagers voerde Hasdrubal de linkervleugel aan, Hanno de rechter; in het centrum stond Hannibal zelf, met zijn broer Mago bij zich. ------
 
------ Aan de overkant werden ze successievelijk als volgt opgesteld: de Gallische en Spaanse ruiters kwamen dicht bij de rivieroever op de linkervleugel te staan tegenover de Romeinse ruiterij, de rechtervleugel werd toegwezen aan de Numidische ruiters, en het centrum van de linie werd gevormd door de infanterie, met de Afrikanen aan de zijkanten en de Galliërs en Spanjaarden daartussenin. ------
----- Het totale aantal infanteristen in deze linie bedroeg veertigduizend. Het aantal ruiters tienduizend. Over de vleugels voerden links Hasdrubal en rechts Maharbal bevel; het centrum van de linie stond onder commando van Hannibal zelf met zijn broer Mago.

Appianus komt in zijn Hannibalica (20,90) tot weer een andere opstelling van de bevelhebbers: Hanno links, Hannibal in het midden en Mago rechts!


 

Vervolgens wordt de strijd van de Numidiërs vooral bij Livius beschreven:

Livius XXII, 48:

Intussen was ook de linkervleugel van de Romeinen, waar de ruiters van de bondgenoten zich tegenover de Numidiërs hadden opgesteld, in gevecht geraakt. De strijd kwam traag op gang en begon met een list van de Puniërs. Ongeveer vijfhonderd Numidiërs reden voorwaarts uit hun gelederen met hun schilden op hun rug, alsof ze wilden overlopen; maar behalve hun gewone wapens droegen ze heimelijk zwaarden onder hun pantsers. Bij de Romeinen aangekomen sprongen ze plotseling van hun paarden en wierpen hun schilden en speren neer voor de voeten van de vijanden. Ze werden in de vleugel opgenomen en naar de achterste gelederen gevoerd, waar ze orders kregen achter de troepen te gaan zitten. Zolang het gevecht aan alle kanten nog op gang kwam, hielden ze zich rustig. Maar toen alle ogen en en aandacht op de strijd gericht waren, grepen ze de schilden die overal tussen de stapels lijken waren neergeworpen en vielen de Romeinse linie van achteren aan. Ze staken hen in de rug, sneden hun kniepezen door en veroorzaakten een geweldige slachting en een nog veel grotere paniek en chaos. Nu leidde aan de ene kant de schrik tot een vlucht, terwijl in het centrum de strijd hardnekkig voortduurde, maar al zonder hoop op succes voor de Romeinen. Hasdrubal haalde als commandant van de ruiterij de Numidiërs weg uit het midden van hun linie, omdat hun gevecht tegen hun tegenstanders te traag verliep, en stuurde ze achter de overal vluchtende soldaten aan; de Spaanse en Gallische ruiters voegde hij bij de Afrikanen, die bijna meer vermoeid waren van het doden dan van het vechten.

 

Uiteindelijk wordt de veldslag bij Cannae een compleet succes voor de Carthagers.

Livius XXII, 51:

Hannibal werd na zijn overwinning van alle kanten gelukwenst. De meesten adviseerden hem om, nu zo’n grote oorlog tot een eind was gebracht, de rest van de dag en de volgende nacht zelf rust te nemen en die rust ook aan zijn vermoeide soldaten te gunnen. Maar de ruitercommandant Maharbal vond dat er geen moment gewacht moest worden. “Integendeel!” zei hij. “Besef toch wat met deze slag bereikt is: nog vijf dagen en je zult als overwinnaar op het Capitool dineren! Volg me! Ik ga met de ruiters vooruit en ze zullen je daar zien voordat ze van je komst horen!” Dat leek Hannibal een al te optimistische voorstelling van zaken, waarvan hij de draagwwijdte niet direct kon overzien. Hij prees daarom Maharbals goede wil, maar zei, dat er meer tijd nodig was voor een weloverwogen besluit. Daarop zei Maharbal: “Geen wonder, de goden geven niet alles aan één en dezelfde man. Overwinnen, dat kun je, Hannibal, maar je overwinning uitbuiten – dat kun je niet!” Velen geloven, dat het uitstel van die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse rijk.

 

Hannibal stelt eerst orde op zaken bij Cannae en gaat dan richting Campanië en dat is toch al een eind in de richting van Rome. Daar komen we Maharbal nog een keer tegen bij gevechten rond Casilinum:

Livius XXIII, 18:

--------- Toen ze bij de muur aankwamen, leek de stad verlaten, zo stil was het. Isalcas meende, dat de bevolking uit angst was weggetrokken en maakte aanstalten de poorten te open te breken en de grendels te forceren. Plotseling gingen de poorten open en twee cohorten die voor dat doel binnen opgesteld stonden, stormden onder luid geschreeuw naar buiten en richtten een slachting aan onder de vijanden. Nadat zo de eersten waren teruggeslagen, werd Maharbal gestuurd met een grotere afdeling kerntroepen, maar hij was evenmin bestand tegen een uitval van de cohorten. Tenslotte sloeg Hannibal dicht voor de stadsmuur zijn kamp op en trof voorbereidingen om deze kleine vesting met zijn kleine bezetting uit alle macht met heel zijn leger aan te vallen. ---------

 

Hierna wordt Maharbal in de overleveringen niet meer genoemd.

De Numidiërs komen nog wel een aantal malen in beeld, maar of Maharbal daar dan nog de commandant speelt is onbekend.

Eindigt het leven van Maharbal bij Casilinum, of sterft hij ergens later tijdens deze oorlog in Italië? We weten het niet.

Waren er nakomelingen ? Ook hier blijft het antwoord uit. We komen namelijk ook geen namen meer van personen, die de zoon van een Maharbal zijn.

 

Samen met diverse andere militaire bevelhebbers in deze periode maakt Maharbal een eind aan de fabel, dat Hannibal top was, maar dat zijn medebevelhebbers zo slecht waren, dat Carthago wel moest verliezen.

 ncfps

See for more information and in the English language:

 


 



 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten