MAGO
Mgn (ug/fen/pun), Maganu (akk),
Magon(os) (gr), Mago / Magonus (lat).
De naam komt een enkele keer voor als
de verkorte vorm van Magonbaal.
De naam wordt nog al eens verkeerd
gespeld (gmn, mgl, mgm, mgnn).
betekent=schild (magen), maar in de
naamgeving van personen: gift. overgave,
geschenk.
Frequentie: 3x Fenicisch, 444x Punisch,
4x Neopunisch.
Zie: F.L.Benz in:
Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,
Biblical
Institute Press, 1972.
Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic
Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.
Tussen haakjes de nummering in de
Dictionnaire Lipinski. In Romeinse cijfers de
volgorde alhier.
Mago I (1)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In Almunecar (Sexi) is een albaster‑urn
in Egyptische stijl teruggevonden uit de
7e eeuw v.C met in het zwart daarop
geschilderd de naam MGN. In deze plaats op
de zuidkust van Spanje zijn meer
Egyptische relicten teruggevonden. Op albaster
scherven komen de namen van de farao's
Apophis I,Takelot II, Orsokon II, Seshonq
III voor en die leefden goeddeels in de
9e eeuw v.C.
Mago II (2)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Stamvader van de familie der Magoniden.
Hij volgt Malchus op en regeert tussen
525 en 500. Hij heeft twee zonen,
waarvan Hasdrubal in 510 tegen Doriëus
optreedt en Hamilcar, die in 480 tegen
Himera ten strijde trekt. Wellicht is zijn
andere zoon Hanno en daar de zoon
Hamilcar van. Deze Mago voert een
legerhervorming door en schaft het
burgerleger van Malchus af. Hij wordt gezien
als de stichter van het Carthaagse
zeerijk. Zie: Justinius XIX 1,1. Het is
merkwaardig, dat er in zijn stamboom
geen hernoeming van zijn naam plaats
vindt, daar waar dat bij de andere
namen wel het geval is.
Stamboom Magonieden vlg.Beloch:
Mago
c.540
V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
V V
Hasdrubal c.520 Hanno ???
V V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑ Hamilcar tot 480
V V V V
Hannibal Hasdrubal Sapho ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
V V V
Himilco Hanno 480‑450 Geskon
V zeevaarder? V
Hannibal tot
406
Mago III?
‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een inscriptie te Antas komen we een
stamboom tegen, die begint met de
Magoniet. Zie: Ricerche puniche ad
Antas, les inscriptions, M.Fantar. De wijding
werd verricht door o.a. een ...rtytn en dat
zal waarschijnlijk een Asjtartyaton
geweest zijn. Datering 6e‑5e eeuw v.C.
Als we c.500 als uitgangspunt nemen, dan
ontstaat mogelijk het volgende beeld:
c.575 de Magoniet = Mago?
V
c.550 b*lysjp baalyasop
V
c.525 brgsj
V
c.500 ...rtytn {asjta}rtyaton?
Mago IV + V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De naam komt voor op een inscriptie,
die in de tuin Birochi te Cagliari werd
gevonden. De zijkant is helaas
afgebroken, waardoor we niet zeker weten, of het
een doorlopende genealogie is, of een
opsomming van namen van personen uit
dezelfde periode. De inscriptie werd
gemaakt in de 3e eeuw v.C door Esjmoenyaton
en ...bmqr. Als er inderdaad sprake is
van een doorlopende genealogie van met
name Esjmoenyaton, dan zou het volgende
beeld kunnen ontstaan:
c.525 Magon
hoofd van de priesters
V
c.500 Hasdrubal
V
c.475 Bodmelqart x *b...
V
c.450 Germelqart
V
c.425 bd*
V
c.400 Magon x *ms.'
V
c.375 ? x knsjy
V
c.350 Arisj
V
c.325 Arisj x ...mlqrt
V
c.300 Mattan
V
c.275 *bd'..x..b]mlqrt
V
c.250 Esjmoenyaton
In dit geval is er dus een Mago
omstreeks 525 v.C en een Mago omstreeks 400
v.C bij normale cycli van c.25 jaren.
Een dergelijke lange stamboom is echter
vrij ongebruikelijk om die op
inscripties terug te vinden. Bovendien worden de
echtgenoten hoogst zelden weergegeven.
Voor een enkele genealogie pleit het feit,
dat diverse namen meer malen
terugkomen, zoals bij Melqart, Mago, Arisj.
Niettemin is het aannemelijker, dat
diverse families in ongeveer dezelfde
periode zijn weergegeven en dan komen
we qua datering rond 300 v.C terecht.
Niettemin: de eerste Mago heeft een
zoon Hasdrubal en hij is hoofd van de
priesters: een baan, die veelal
samenviel met het koningsschap of het
suffeetschap. De gelijkenis met Mago
(2) is dan zeer opvallend.
Mago VI
‑‑‑‑‑‑‑
Op een inscriptie uit S.Antioco op
Sardinië komt Mago voor. De inscriptie staat
op een marmeren blok van 20,5 x 14,5 x
12,5 cm. De wijding werd in Sulcis door
Himilk gedaan aan het eind van de 4e
eeuw of het begin van de 3e eeuw v.C. Als
we c.300 v.C als uitgangspunt nemen,
dan kan het volgende beeld ontstaan bij 25
jaars cycli:
c.425 .... ?
‑> niet meer leesbaar.
V
c.400 mgn
= magon
V
c.375 h.mlkt
= himilkat
V
c.350 h.n'
= hanno
V
c.325
bd*sjtrt = bodasjtarte
V
c.300 h.mlk
= himilk
De vader van deze Mago is niet meer te
achterhalen. Zijn zoon is Himilkat.
Deze Mago moet rond 400 v.C geleefd
hebben.
Mago VII (3)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Admiraal en generaal van Carthago, die
in 396 de zeeslag op de rede van Catane
wint.
Hij belegert samen met Himilco Syracuse (Diodoros XIV 59‑61).
Waarschijnlijk is deze Mago dezelfde
als welke we in 393 in Italië en Sicilië
bezig zien. Hij wordt dan bij Abakainon
verslagen (Diodoros XIV 90)en in 392
komt hij weer met 80.000!?man in actie
op Sicilië. Hij wordt bij Agyrion
tegengehouden en sluit een onvoordelige
vrede met Dionysios I (Diodoros XIV 95‑
96). In 383 (?) sneuvelt hij tenslotte
in de slag te Kabala (Diodoros XV 15,2‑
16,2). Zijn zoon Himilco (3) wint even
later de veldslag bij Kronion.
Mago VIII (4)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Leeft in de middenperiode van de 4e
eeuw. Hij opereert te Sicilië en stuurt in
344 Carthaagse hulp naar Hicetas
o.l.v.Hanno. Hij scheept zelf in op 150 schepen
en gaat naar Syracuse. Samen met
Hicetas valt hij Catane aan. Ondertussen
veroveren de Corinthiërs de Achradina
te Syracuse. Mago keert terug, maar slaagt
er niet in om de stadswijk terug te
veroveren. Mago trekt daarom de Carthaagse
troepen terug in de Epicratie en pleegt
zelfmoord. Te Carthago wordt hij alsnog
gekruisigd, vanwege zijn slechte
militaire beleid (Diodoros XVI 67 + Plutarchus
Tim.17‑22).
Mago IX
‑‑‑‑‑‑‑
In Abydos staat op de tempel van Osiris
een inscriptie uit de 5e‑3e eeuw v.C
een lange lijst namen. Daaronder komt
ook een Mago voor als zoon bd' (Bodo).
Dezelfde Bodo of een andere bd' komt
weer voor als zoon van 'srj (Arisj). Zie:
Magnanini blz 66‑ 68.
Mago X
‑‑‑‑‑‑
Te Eryx worden de suffeten Mago en
Bodasjtarte genoemd in een
wijdingsinscriptie van Himilk. De
inscriptie stamt uit de 3e‑2e eeuw v.C. Zie
Amadasi blz 53‑54. Aangezien na 241 v.C
Eryx in handen over ging van Romeinen
moet waarschijnlijk aangenomen worden,
dat de datering preciezer op de eerste
helft van de 3e eeuw v.C gesteld kan
worden. De suffeten kunnen ter plaatse
actief zijn geweest, maar wellicht
slaat het op de suffeten van Carthago. In
deze periode kennen we ook een Mago (5)
uit Carthago, die met de Carthaagse
vloot naar Ostia gaat. Het zou dus
dezelfde kunnen zijn.
Mago XI
‑‑‑‑‑‑‑
Een inscriptie te Tharros vermeldt een
Mago als zoon van Hannibal. Datering 4e‑
2e eeuw v.C. Zie Amadasi blz 88‑89. Er
is sprake van MSK van MGN, hetgeen kan
betekenen: de dode Mago of het lijk van
Mago (Zie:Krahmalkov blz 297), ofwel MSK
betekent: gepolijste steen (Amadasi).
Ook hier zou de datering wellicht precieser
teruggebracht kunnen worden naar de tijd
voor 238 v.C, aangezien daarna de stad
overging in Romeinse handen.
Mago XII (5)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Vlootcommandant t.t.v. Pyrrhus. In 279
verschijnt hij met 120‑130 oorlogsschepen
te Ostia en biedt de Romeinen een wederzijds
bijstandsverdrag aan. Alhoewel
Rome dit eerst afwijst, wordt even
later toch een accoord gesloten. Mago neemt
500 Romeinen mee naar Rhegion
(Justinius XVIII 2 + Valerius Max.III 7,10).
Mago XIII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Te Antas vinden we een inscriptie van
de hand van Mago, die hem wijdt aan
Horon. Datering 2e helft 3e eeuw v.C.
Zie: Ricerche puniche ad Antas 1969 Les
Inscriptions, M.Fantar, inscriptie VI.
Mago XIV
‑‑‑‑‑‑‑‑
Te Antas vinden we een inscriptie van
de hand van een zoon Mago, die hem wijdt
aan waarschijnlijk Sid, de machtige van
Abi‑. Datering 2e helft 3e eeuw v.C. Zie:
Ricerche puniche ad Antas 1969 Les
Inscriptions, M.Fantar, inscriptie VIII.
Mago XV (6)
‑‑‑‑‑‑
Broer van Hannibal en zoon van Hamilcar
Barcas. Hij is de jongste van de drie
broers. Deze Mago gaat met Hannibal mee
over de Alpen in 218. Hij is de
commandant van de hinderlaag‑groep in
de slag aan de Trebia (Livius XXI 54). In
de Apenijnen vormt hij in 217 de
achterhoede van het leger (Livius XXII 2). In
de slag bij Cannae (216) vinden we hem
terug in het centrum bij Hannibal
(Livius XXII 46). Daarna maakt hij zich
verdienstelijk bij de onderwerping van
een groot deel van Zuid‑Italië.
Vervolgens zendt Hannibal hem naar Carthago
terug, waar hij verslag doet van de
gebeurtenissen (Livius XXIII 11). Carthago
geeft hem 12000 man voetvolk, 1500
ruiters en 20 olifanten, waarmee hij de
strijd in Spanje moet voortzetten.
In 214 verslaat Mago diverse opstandige
Spaanse stammen (Livius XXIV 41). Wat
er precies in 213 gebeurde is moeilijk
traceerbaar, maar wellicht ging ook hij
(net als zijn broer Hasdrubal) terug naar
Noord‑Afrika om aldaar te helpen in
de Numidische burgeroorlog. In 212 of
211 behaalt Mago samen met Hasdrubal
Barcas en Hasdrubal Gisgo een grote
overwinning op de broers P+Cn.Scipio
(Livius XXV 33‑39). Er is in datzelfde jaar
ook sprake van een hinderlaag,
waarin Mago met 5000 man geraakt. In de
winter van 211/210 ligt Mago in
winterkwartier in de Castilliaanse
wouden en een jaar later ligt zijn
hoofdkwartier meer in de buurt van
Gadir. In 208 verschijnt Mago op de Balearen
om troepen te werven. In 207 voegt Mago
zijn strijdkrachten samen met die van
Hanno, maar zij worden door Silanus
verslagen. Met een paar duizend man vlucht
Mago naar de Baetica, waar Hasdrubal
Gisgo zich ophoudt. In 206 komt de fatale
slag bij Ilipa, waarbij Mago de strijd
opent met een ongelukkig uitgevallen
ruitergevecht. Vandaar gaat hij terug
naar Gadir, waar hij een revolte
onderdrukt. De rebellen worden naar
Carthago gestuurd. Een aanslag op het
verloren gegane Nieuw‑Carthago mislukt
(Livius XXVIII 36). In 205/204 volgt de
laatste acte. Via de Balearen verdwijnt
Mago met 25 schepen, 6000 man voetvolk,
800 ruiters en 7 olifanten naar Genua.
In Liguria wordt succesvol guerilla
gevoerd, maar in Gallia verliest hij
een veldslag ternauwernood. In 203 roept
Carthago alle strijdkrachten terug. Het
is niet waarschijnlijk, dat Mago Carthago
nog levend heeft bereikt. Hij is
inmiddels gewond geraakt en sterft in Ligurië
of op de reis terug naar Carthago
(Appianos Lib.49‑54‑59, Livius XXX 19,5).
Mago XVI (7)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een familielid van Hannibal, de zoon
van Hamilcar Barcas. Hij bevindt zich in
het leger van Hannibal "de
Kale" en wordt in 215 gevangen genomen tijdens de
expeditie naar Sardinië (Livius XXIII
41,1‑2). In welke relatie hij tot Hannibal
heeft gestaan, is niet bekend. Hij was
een belangrijke Carthager en moet dus
minstens de leeftijd van Hannibal gehad
hebben. M.a.w. het kan een neef of
wellicht een oom van Hannibal geweest
zijn.
Mago XVII (8)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een van de drie gezanten, die Hannibal
naar Philippus van Macedonië stuurt en
die prompt door de Romeinen gevangen
genomen wordt. Dit gebeurt in 215. Deze
Mago heeft kennelijk de tocht van
Hannibal uit Spanje naar Italië meegemaakt, of
hij moet met het transport van Bomilcar
naar Locri zijn meegekomen (Livius
XXIII 34+38‑39).
Mago XVIII (9)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Mago de Samniet (Polybios IX 25,4). Hij
is officier in het leger van Hannibal. In
212 verovert hij o.l.v.Hanno de stad
Thurioi (Livius XXV 15,8‑17). Hij is bepaald
bedreven in hinderlagen leggen, want na
Thurioi beproeft hij dit recept nog een
keer met succes. Tiberius Sempronius
Gracchus is het slachtoffer (Livius XXV
16,7‑24 + Polybios VIII 35,1 + Appianos
Hann.35). Zijn naam wordt ook nog een
keer genoemd bij een uitval uit Capua,
maar dat lijkt in tegenspraak met zijn
verdere optredens. In 208 wordt hij te
Locroi uit een benarde positie bevrijd
door Hannibal zelf (Livius XXVII
28,14).
Waarom wordt hij de Samniet genoemd?
Komt hij uit Samnium, of is hij het
resultaat van een gemengd huwelijk. We
weten het niet.
Mago XIX (10)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Mago, commandant van Carthago‑nova in
209 v.C. Hij heeft slechts 1000 man aan
reguliere troepen ter beschikking. Bij
de overval van Scipio recruteert hij nog
eens 2000 man uit de bevolking en doet
daarmee onverstandig genoeg een uitval,
waarbij alle kansen op een verdediging
van de stad verkeken zijn. Nieuw‑
Carthago valt en Mago wordt naar Rome
gezonden (Polybios X 12‑19 + Livius XXVI
42‑51). Livius plaatst de
gebeurtenissen in 210 v.C (XXVII 7).
Mago XX (11)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een van de gezanten, die in 149 naar
Rome gezonden worden teneinde te
voorkomen, dat de oorlog daadwerkelijk
zou uitbarsten. Hij keerde
onverrichterzake terug, want de senaat
van Rome had de beslissing al genomen
(Polybios XXXVI 3,8).
Mago XXI (12)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Mago de Bruttiër. In 149 houdt hij een
"mannelijke en zakelijke" rede, waarbij
hij de Carthagers de keuze uitlegt van
oorlog of van volledige onderwerping. Hij
pleit voor het laatste en de zending
van 300 gijzelaars (Polybios XXXVI 5,1‑5).
Daarna krijgt het bestuur van Carthago
echter pas te horen, dat de stad
verwoest moet worden.
Mago XXII (14)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Mago de woestijnreiziger. Volgens eigen
zeggen zou hij de woestijn driemaal
doorkruist hebben, levend van droog
voedsel en zonder water. Dat lijkt wel erg
sterk. Hij zal echt wel diverse oases
met water zijn tegen gekomen (Atheneus,
Deipnosophist II 44e). Een goede
datering is niet voorradig.
Mago XXIII (13)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Mago de agronoom. Hij schrijft boeken
over de landbouw en de veeteelt. Sommige
onderdelen (van de 28 boeken) laten de
Romeinen vertalen (Plinius Nat.Hist.XVIII
22). In 88 v.C geeft Cassius Dionysius
van Utica in het grieks een verkorte
versie van 20 boeken van hem uit. Deze
zijn helaas verloren gegaan. We moeten
het dus doen met fragmenten van zijn
werk. Dat was kennelijk echter zo
belangrijk, dat Varro (R.R.=Rurale
Economie 1,1‑10) hem de vader van de rurale
wetenschap noemt. Deze Mago kan
waarschijnlijk in de 1e helft van de 2e eeuw
v.C hebben geleefd.
Mago XXIV
‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een bilingue uit c.96 v.C komen we de naam tegen in Piraeus en wel in
het
14e jaar van Sidon. Zijn zoon is
(onzekere vertaling!) Sjm*b*l (Sjmobaal) ofwel
Diopeithes. Hij behoort waarschijnlijk
tot de Sidonische gemeenschap in deze
havenplaats en draagt bij aan de bouw
of herbouw van een tempel.
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten