woensdag 8 mei 2013

Mago


        MAGO

 

        Mgn (ug/fen/pun), Maganu (akk), Magon(os) (gr), Mago / Magonus (lat).

        De naam komt een enkele keer voor als de verkorte vorm van Magonbaal.

        De naam wordt nog al eens verkeerd gespeld (gmn, mgl, mgm, mgnn).

        betekent=schild (magen), maar in de naamgeving van personen: gift. overgave,

        geschenk.

        Frequentie: 3x Fenicisch, 444x Punisch, 4x Neopunisch.

        Zie: F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,

        Biblical Institute Press, 1972.

        Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

        Tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski. In Romeinse cijfers de

        volgorde alhier.

 

        Mago I (1)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In Almunecar (Sexi) is een albaster‑urn in Egyptische stijl teruggevonden uit de

        7e eeuw v.C met in het zwart daarop geschilderd de naam MGN. In deze plaats op

        de zuidkust van Spanje zijn meer Egyptische relicten teruggevonden. Op albaster

        scherven komen de namen van de farao's Apophis I,Takelot II, Orsokon II, Seshonq

        III voor en die leefden goeddeels in de 9e eeuw v.C.

 

        Mago II (2)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Stamvader van de familie der Magoniden. Hij volgt Malchus op en regeert tussen

        525 en 500. Hij heeft twee zonen, waarvan Hasdrubal in 510 tegen Doriëus

        optreedt en Hamilcar, die in 480 tegen Himera ten strijde trekt. Wellicht is zijn

        andere zoon Hanno en daar de zoon Hamilcar van. Deze Mago voert een

        legerhervorming door en schaft het burgerleger van Malchus af. Hij wordt gezien

        als de stichter van het Carthaagse zeerijk. Zie: Justinius XIX 1,1. Het is

        merkwaardig, dat er in zijn stamboom geen hernoeming van zijn naam plaats

        vindt, daar waar dat bij de andere namen wel het geval is.

 

        Stamboom Magonieden vlg.Beloch:

                                         Mago c.540

                                             V

                       ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                       V                                    V

                  Hasdrubal c.520                  Hanno ???

                       V                                    V

             ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑                          Hamilcar tot 480

             V         V         V                          V

        Hannibal  Hasdrubal Sapho     ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                                                        V            V            V

                                                   Himilco    Hanno 480‑450 Geskon

                                                         V zeevaarder?             V

                                                                                         Hannibal tot 406


 

        Mago III?

        ‑‑‑‑‑‑‑‑

        Op een inscriptie te Antas komen we een stamboom tegen, die begint met de

        Magoniet. Zie: Ricerche puniche ad Antas, les inscriptions, M.Fantar. De wijding

        werd verricht door o.a. een ...rtytn en dat zal waarschijnlijk een Asjtartyaton

        geweest zijn. Datering 6e‑5e eeuw v.C. Als we c.500 als uitgangspunt nemen, dan

        ontstaat mogelijk het volgende beeld:

 

        c.575     de Magoniet    = Mago?

                  V

        c.550     b*lysjp        baalyasop

                  V

        c.525     brgsj

                  V

        c.500     ...rtytn       {asjta}rtyaton?

 

        Mago IV + V

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        De naam komt voor op een inscriptie, die in de tuin Birochi te Cagliari werd

        gevonden. De zijkant is helaas afgebroken, waardoor we niet zeker weten, of het

        een doorlopende genealogie is, of een opsomming van namen van personen uit

        dezelfde periode. De inscriptie werd gemaakt in de 3e eeuw v.C door Esjmoenyaton

        en ...bmqr. Als er inderdaad sprake is van een doorlopende genealogie van met

        name Esjmoenyaton, dan zou het volgende beeld kunnen ontstaan:

 

        c.525     Magon     hoofd van de priesters

                  V

        c.500     Hasdrubal

                  V

        c.475     Bodmelqart x *b...

                  V

        c.450     Germelqart

                  V

        c.425     bd*

                  V

        c.400     Magon x *ms.'

                  V

        c.375     ? x knsjy

                  V

        c.350     Arisj

                  V

        c.325     Arisj x ...mlqrt

                  V

        c.300     Mattan

                  V

        c.275     *bd'..x..b]mlqrt

                  V

        c.250     Esjmoenyaton


 

        In dit geval is er dus een Mago omstreeks 525 v.C en een Mago omstreeks 400

        v.C bij normale cycli van c.25 jaren. Een dergelijke lange stamboom is echter

        vrij ongebruikelijk om die op inscripties terug te vinden. Bovendien worden de

        echtgenoten hoogst zelden weergegeven. Voor een enkele genealogie pleit het feit,

        dat diverse namen meer malen terugkomen, zoals bij Melqart, Mago, Arisj.

        Niettemin is het aannemelijker, dat diverse families in ongeveer dezelfde

        periode zijn weergegeven en dan komen we qua datering rond 300 v.C terecht.

        Niettemin: de eerste Mago heeft een zoon Hasdrubal en hij is hoofd van de

        priesters: een baan, die veelal samenviel met het koningsschap of het

        suffeetschap. De gelijkenis met Mago (2) is dan zeer opvallend.

 

        Mago VI

        ‑‑‑‑‑‑‑

        Op een inscriptie uit S.Antioco op Sardinië komt Mago voor. De inscriptie staat

        op een marmeren blok van 20,5 x 14,5 x 12,5 cm. De wijding werd in Sulcis door

        Himilk gedaan aan het eind van de 4e eeuw of het begin van de 3e eeuw v.C. Als

        we c.300 v.C als uitgangspunt nemen, dan kan het volgende beeld ontstaan bij 25

        jaars cycli:

 

        c.425     .... ?    ‑> niet meer leesbaar.

                  V

        c.400     mgn       = magon

                  V

        c.375     h.mlkt    = himilkat

                  V

        c.350     h.n'      = hanno

                  V

        c.325     bd*sjtrt  = bodasjtarte

                  V

        c.300     h.mlk     = himilk

 

        De vader van deze Mago is niet meer te achterhalen. Zijn zoon is Himilkat.

        Deze Mago moet rond 400 v.C geleefd hebben.

 

        Mago VII (3)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Admiraal en generaal van Carthago, die in 396 de zeeslag op de rede van Catane

        wint.  Hij belegert samen met Himilco Syracuse (Diodoros XIV 59‑61).

        Waarschijnlijk is deze Mago dezelfde als welke we in 393 in Italië en Sicilië

        bezig zien. Hij wordt dan bij Abakainon verslagen (Diodoros XIV 90)en in 392

        komt hij weer met 80.000!?man in actie op Sicilië. Hij wordt bij Agyrion

        tegengehouden en sluit een onvoordelige vrede met Dionysios I (Diodoros XIV 95‑

        96). In 383 (?) sneuvelt hij tenslotte in de slag te Kabala (Diodoros XV 15,2‑

        16,2). Zijn zoon Himilco (3) wint even later de veldslag bij Kronion.


 

        Mago VIII (4)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Leeft in de middenperiode van de 4e eeuw. Hij opereert te Sicilië en stuurt in

        344 Carthaagse hulp naar Hicetas o.l.v.Hanno. Hij scheept zelf in op 150 schepen

        en gaat naar Syracuse. Samen met Hicetas valt hij Catane aan. Ondertussen

        veroveren de Corinthiërs de Achradina te Syracuse. Mago keert terug, maar slaagt

        er niet in om de stadswijk terug te veroveren. Mago trekt daarom de Carthaagse

        troepen terug in de Epicratie en pleegt zelfmoord. Te Carthago wordt hij alsnog

        gekruisigd, vanwege zijn slechte militaire beleid (Diodoros XVI 67 + Plutarchus

        Tim.17‑22).

 

        Mago IX

        ‑‑‑‑‑‑‑

        In Abydos staat op de tempel van Osiris een inscriptie uit de 5e‑3e eeuw v.C

        een lange lijst namen. Daaronder komt ook een Mago voor als zoon bd' (Bodo).

        Dezelfde Bodo of een andere bd' komt weer voor als zoon van 'srj (Arisj). Zie:

        Magnanini blz 66‑ 68.

 

        Mago X

        ‑‑‑‑‑‑

        Te Eryx worden de suffeten Mago en Bodasjtarte genoemd in een

        wijdingsinscriptie van Himilk. De inscriptie stamt uit de 3e‑2e eeuw v.C. Zie

        Amadasi blz 53‑54. Aangezien na 241 v.C Eryx in handen over ging van Romeinen

        moet waarschijnlijk aangenomen worden, dat de datering preciezer op de eerste

        helft van de 3e eeuw v.C gesteld kan worden. De suffeten kunnen ter plaatse

        actief zijn geweest, maar wellicht slaat het op de suffeten van Carthago. In

        deze periode kennen we ook een Mago (5) uit Carthago, die met de Carthaagse

        vloot naar Ostia gaat. Het zou dus dezelfde kunnen zijn.

 

        Mago XI

        ‑‑‑‑‑‑‑

        Een inscriptie te Tharros vermeldt een Mago als zoon van Hannibal. Datering 4e‑

        2e eeuw v.C. Zie Amadasi blz 88‑89. Er is sprake van MSK van MGN, hetgeen kan

        betekenen: de dode Mago of het lijk van Mago (Zie:Krahmalkov blz 297), ofwel MSK

        betekent: gepolijste steen (Amadasi). Ook hier zou de datering wellicht precieser

        teruggebracht kunnen worden naar de tijd voor 238 v.C, aangezien daarna de stad

        overging in Romeinse handen.

 

        Mago XII (5)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Vlootcommandant t.t.v. Pyrrhus. In 279 verschijnt hij met 120‑130 oorlogsschepen

        te Ostia en biedt de Romeinen een wederzijds bijstandsverdrag aan. Alhoewel

        Rome dit eerst afwijst, wordt even later toch een accoord gesloten. Mago neemt

        500 Romeinen mee naar Rhegion (Justinius XVIII 2 + Valerius Max.III 7,10).


 

        Mago XIII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Te Antas vinden we een inscriptie van de hand van Mago, die hem wijdt aan

        Horon. Datering 2e helft 3e eeuw v.C. Zie: Ricerche puniche ad Antas 1969 Les

        Inscriptions, M.Fantar, inscriptie VI.

 

        Mago XIV

        ‑‑‑‑‑‑‑‑

        Te Antas vinden we een inscriptie van de hand van een zoon Mago, die hem wijdt

        aan waarschijnlijk Sid, de machtige van Abi‑. Datering 2e helft 3e eeuw v.C. Zie:

        Ricerche puniche ad Antas 1969 Les Inscriptions, M.Fantar, inscriptie VIII.

 

        Mago XV (6)

        ‑‑‑‑‑‑

        Broer van Hannibal en zoon van Hamilcar Barcas. Hij is de jongste van de drie

        broers. Deze Mago gaat met Hannibal mee over de Alpen in 218. Hij is de

        commandant van de hinderlaag‑groep in de slag aan de Trebia (Livius XXI 54). In

        de Apenijnen vormt hij in 217 de achterhoede van het leger (Livius XXII 2). In

        de slag bij Cannae (216) vinden we hem terug in het centrum bij Hannibal

        (Livius XXII 46). Daarna maakt hij zich verdienstelijk bij de onderwerping van

        een groot deel van Zuid‑Italië. Vervolgens zendt Hannibal hem naar Carthago

        terug, waar hij verslag doet van de gebeurtenissen (Livius XXIII 11). Carthago

        geeft hem 12000 man voetvolk, 1500 ruiters en 20 olifanten, waarmee hij de

        strijd in Spanje moet voortzetten.

        In 214 verslaat Mago diverse opstandige Spaanse stammen (Livius XXIV 41). Wat

        er precies in 213 gebeurde is moeilijk traceerbaar, maar wellicht ging ook hij

        (net als zijn broer Hasdrubal) terug naar Noord‑Afrika om aldaar te helpen in

        de Numidische burgeroorlog. In 212 of 211 behaalt Mago samen met Hasdrubal

        Barcas en Hasdrubal Gisgo een grote overwinning op de broers P+Cn.Scipio

        (Livius XXV 33‑39). Er is in datzelfde jaar ook sprake van een hinderlaag,

        waarin Mago met 5000 man geraakt. In de winter van 211/210 ligt Mago in

        winterkwartier in de Castilliaanse wouden en een jaar later ligt zijn

        hoofdkwartier meer in de buurt van Gadir. In 208 verschijnt Mago op de Balearen

        om troepen te werven. In 207 voegt Mago zijn strijdkrachten samen met die van

        Hanno, maar zij worden door Silanus verslagen. Met een paar duizend man vlucht

        Mago naar de Baetica, waar Hasdrubal Gisgo zich ophoudt. In 206 komt de fatale

        slag bij Ilipa, waarbij Mago de strijd opent met een ongelukkig uitgevallen

        ruitergevecht. Vandaar gaat hij terug naar Gadir, waar hij een revolte

        onderdrukt. De rebellen worden naar Carthago gestuurd. Een aanslag op het

        verloren gegane Nieuw‑Carthago mislukt (Livius XXVIII 36). In 205/204 volgt de

        laatste acte. Via de Balearen verdwijnt Mago met 25 schepen, 6000 man voetvolk,

        800 ruiters en 7 olifanten naar Genua. In Liguria wordt succesvol guerilla

        gevoerd, maar in Gallia verliest hij een veldslag ternauwernood. In 203 roept

        Carthago alle strijdkrachten terug. Het is niet waarschijnlijk, dat Mago Carthago

        nog levend heeft bereikt. Hij is inmiddels gewond geraakt en sterft in Ligurië

        of op de reis terug naar Carthago (Appianos Lib.49‑54‑59, Livius XXX 19,5).


 

        Mago XVI (7)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een familielid van Hannibal, de zoon van Hamilcar Barcas. Hij bevindt zich in

        het leger van Hannibal "de Kale" en wordt in 215 gevangen genomen tijdens de

        expeditie naar Sardinië (Livius XXIII 41,1‑2). In welke relatie hij tot Hannibal

        heeft gestaan, is niet bekend. Hij was een belangrijke Carthager en moet dus

        minstens de leeftijd van Hannibal gehad hebben. M.a.w. het kan een neef of

        wellicht een oom van Hannibal geweest zijn.

 

        Mago XVII (8)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een van de drie gezanten, die Hannibal naar Philippus van Macedonië stuurt en

        die prompt door de Romeinen gevangen genomen wordt. Dit gebeurt in 215. Deze

        Mago heeft kennelijk de tocht van Hannibal uit Spanje naar Italië meegemaakt, of

        hij moet met het transport van Bomilcar naar Locri zijn meegekomen (Livius

        XXIII 34+38‑39).

 

        Mago XVIII (9)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Mago de Samniet (Polybios IX 25,4). Hij is officier in het leger van Hannibal. In

        212 verovert hij o.l.v.Hanno de stad Thurioi (Livius XXV 15,8‑17). Hij is bepaald

        bedreven in hinderlagen leggen, want na Thurioi beproeft hij dit recept nog een

        keer met succes. Tiberius Sempronius Gracchus is het slachtoffer (Livius XXV

        16,7‑24 + Polybios VIII 35,1 + Appianos Hann.35). Zijn naam wordt ook nog een

        keer genoemd bij een uitval uit Capua, maar dat lijkt in tegenspraak met zijn

        verdere optredens. In 208 wordt hij te Locroi uit een benarde positie bevrijd

        door Hannibal zelf (Livius XXVII 28,14).

        Waarom wordt hij de Samniet genoemd? Komt hij uit Samnium, of is hij het

        resultaat van een gemengd huwelijk. We weten het niet.

 

        Mago XIX (10)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Mago, commandant van Carthago‑nova in 209 v.C. Hij heeft slechts 1000 man aan 

        reguliere troepen ter beschikking. Bij de overval van Scipio recruteert hij nog

        eens 2000 man uit de bevolking en doet daarmee onverstandig genoeg een uitval,

        waarbij alle kansen op een verdediging van de stad verkeken zijn. Nieuw‑

        Carthago valt en Mago wordt naar Rome gezonden (Polybios X 12‑19 + Livius XXVI

        42‑51). Livius plaatst de gebeurtenissen in 210 v.C (XXVII 7).

 

        Mago XX (11)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een van de gezanten, die in 149 naar Rome gezonden worden teneinde te

        voorkomen, dat de oorlog daadwerkelijk zou uitbarsten. Hij keerde

        onverrichterzake terug, want de senaat van Rome had de beslissing al genomen

        (Polybios XXXVI 3,8).


 

        Mago XXI (12)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Mago de Bruttiër. In 149 houdt hij een "mannelijke en zakelijke" rede, waarbij

        hij de Carthagers de keuze uitlegt van oorlog of van volledige onderwerping. Hij

        pleit voor het laatste en de zending van 300 gijzelaars (Polybios XXXVI 5,1‑5).

        Daarna krijgt het bestuur van Carthago echter pas te horen, dat de stad

        verwoest moet worden.

 

        Mago XXII (14)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Mago de woestijnreiziger. Volgens eigen zeggen zou hij de woestijn driemaal

        doorkruist hebben, levend van droog voedsel en zonder water. Dat lijkt wel erg

        sterk. Hij zal echt wel diverse oases met water zijn tegen gekomen (Atheneus,

        Deipnosophist II 44e). Een goede datering is niet voorradig.

 

        Mago XXIII (13)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Mago de agronoom. Hij schrijft boeken over de landbouw en de veeteelt. Sommige

        onderdelen (van de 28 boeken) laten de Romeinen vertalen (Plinius Nat.Hist.XVIII

        22). In 88 v.C geeft Cassius Dionysius van Utica in het grieks een verkorte

        versie van 20 boeken van hem uit. Deze zijn helaas verloren gegaan. We moeten

        het dus doen met fragmenten van zijn werk. Dat was kennelijk echter zo

        belangrijk, dat Varro (R.R.=Rurale Economie 1,1‑10) hem de vader van de rurale

        wetenschap noemt. Deze Mago kan waarschijnlijk in de 1e helft van de 2e eeuw

        v.C hebben geleefd.

 

        Mago XXIV

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Op een bilingue uit c.96 v.C komen we de naam tegen in Piraeus en wel in het

        14e jaar van Sidon. Zijn zoon is (onzekere vertaling!) Sjm*b*l (Sjmobaal) ofwel

        Diopeithes. Hij behoort waarschijnlijk tot de Sidonische gemeenschap in deze

        havenplaats en draagt bij aan de bouw of herbouw van een tempel.

 ncfps

See for more information and in the English language:

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten