KADMOS
Een half‑legendair
figuur. Herodotos noemt hem voor het eerst reeds diverse malen.
Zijn
naam vinden we terug in de oude naam van Thebe: KADMEIA. Deze plaats was al
bekend vanuit de Myceense tijd (onder een andere naam?). In het Myceense
paleiscomplex is een serie oosterse zegels teruggevonden, die getuigen van de
relatie van de stad met het nabije oosten. Zelfs nog bij Polybius (4.27) komt
de oude naam van Thebe in beeld. Hij bericht over de 3e eeuw nog,
dat Forbidas de burcht Kadmeia te Thebe door verraad in handen kreeg.
(Herod.I
2) Eerst de aanleiding, waardoor hij in
beeld gaat komen:
Hierna (ontvoering Ioo) zouden volgens hen (de Perzen) enkele
Grieken (hun naam weten ze niet te vermelden) na een landing in het
Phoinikische Tyros de koningsdochter Euroopa geschaakt hebben. Dit zouden dan
wel Kretensers geweest kunnen zijn.
(Herod.II
49). "Het heeft er sterk de schijn
van, dat Melampous de Dionysos‑dienst heeft geleerd van Kadmos uit Tyros en van
de met hem meegekomen Phoinikiërs na hun komst in het land, dat nu Boiootia
heet."
Kadmos
wordt gezien als de zoon van koning Agenoor van Tyros, die er samen met zijn
broers erop uitgestuurd om hun zuster Europa te gaan zoeken. Kadmos gaat in het
Egeïsche gebied zoeken.
Kadmos
begint zijn zoektocht echter wellicht op Rhodos, want hij schijnt volgens
Pindarus (Schol.Pind.,Pyth.IV 88) de cultus van Athena (Anat?) te Lindos en van
Poseidon te Rhodos te hebben ingevoerd. Diodoros bericht daar als volgt over:
Diod.V
58.2-3) “En een weinig na deze tijd (van Danaos) werd Cadmus uitgezonden door de koning om Europa te gaan zoeken en
zette voet aan wal te Rhodes.Hij was ernstig toegetakeld door stormen onderweg
tijdens de reis en hij had een eed gezworen om om een tempel te stichten voor
Poseidon en dus omdat hij het er levend vanaf had gebracht stichtte hij op het
eiland een heiligdom voor deze god en hij liet daar enige Phoeniciërs achter
als opzichters. Deze mensen vermengden zich met de bewoners van Ialysos en
leefden verder als mede-burgers van hen en uit hen, zo wordt ons verteld,
kwamen priesters voort, die door vererving het priesterambt gingen bekleden. Nu
heeft Cadmus ook de Lindische Athena vereerd met met wijdingsoffers. Een
daarvan was een opvallende bronzen ketel, bewerkt op de oude manier en dat
bevatte een inscriptie in Phoenicische letters, die naar men zegt van Phoenicië
naar Griekenland zijn gebracht”.
(Herod.IV
147) "Op het eiland, dat nu Thèra
heet, maar vroeger Kallistè genoemd werd, leefden afstammelingen van Membliaros, de zoon
van de Phoinikiër Poikilès. Kadmos, de zoon van Agènoor, was namelijk bij het
zoeken naar Euroopa op het nu Thèra genoemde eiland geland en of dat land hem nu
goed beviel na zijn landing of dat hij om een andere reden dat wilde doen, hij
liet in ieder geval op dat eiland enige Phoinikiërs achter, waaronder ook zijn
eigen bloedverwant (neef) Membliaros.
Dezen bewoonden het toen nog Kallistè genoemde eiland gedurende acht generaties
voor de komst van Thèras uit Laikedaimoon."
Diododoros
van Agurion (1e eeuw v.C) stuurt hem vervolgens naar Samothrace:
Diod.V.48,5:
En na dit kwam Cadmus, de zoon
van Agenor, tijdens zijn zoektocht naar Europa bij de Samothraciërs en na
deelgenomen te hebben aan de inwijdingsprocedure, trouwde hij met Harmonia, die
de zuster van Iasion was en niet, zoals de Grieken hebben opgetekend in hun
mythologieën, de dochter van Ares.
Pausanius
(III 1,8) laat hem dan nog bij Thasos zoeken, waarna hij tenslotte te
Kadmeia/Thebe aanspoelt, dat hij gesticht zou hebben.
Diod.V.49.2:
Na dit heeft Cadmus, naar zij
zeggen, Thebe in Boeotia gesticht in overeenstemming met het orakel, dat hij
had ontvangen, terwijl Iasion trouwde met Cybele en kreeg het kind Corybas.
Deze
gebeurtenissen moeten in de tijd geplaatst worden voorafgaand aan de oorlog om
Troje. Op het marmer van Pharos (264/263 v.C) wordt de stichting van Thebe door
Kadmos zelfs expliciet aangegeven als 1255 jaren eerder => 1519/8 v.C.
(Herod.V
57) "De Gephyraiers, waartoe de
moordenaars van Hipparchos behoorden, waren volgens
henzelf oorspronkelijk
afkomstig uit Eretria, maar ik ben door grondig onderzoek tot de conclusie gekomen, dat zij Phoinikiërs
waren, die behoorden tot de Phoinikiërs, die met Kadmos in het land waren
gekomen, dat nu Boiootia heet en na de verdeling van dat land woonden zij in
het gebied om Tanagra."
De
uitvindingen van Kadmos:
(Plin.7.195) “In
Thebe nam Cadmus steengroeves in gebruik of, volgens Theophrastus in
Phoenicië.”
(Plin.7.197) “--- het
delven en smelten van gouderts door de Phoeniciër Cadmus in het
Pangea-gebergte, ---).
Aan
Kadmos worden nog meer uitvindingen toegeschreven, zoals het bewerken van brons
(Hyg.Fab. 274.4) en het vervoer van water d.m.v. een aquaduct (FHGII blz 258).
De
grootste uitvinding:Kadmeia grammata.
(Herod.V 58 "Die Phoinikiërs, die met Kadmos waren
meegekomen en waartoe de Gephyraiers behoorden, brachten, toen zij zich in dit
land vestigden, vele wetenschappen aan de Grieken en wel in het bijzonder het
letterschrift, dat naar mijn mening daarvoor aan de Grieken onbekend was;
aanvankelijk waren het de letters,
waarvan alle Phoinikiërs zich bedienen, maar na verloop van tijd werden,
toen zij op een andere taal overgingen, ook de vormen van de lettertekens veranderd.
In de meeste streken waren de Grieken, die in die tijd in hun buurt woonden,
Iooniërs en deze namen van de Phoinikiërs, hun leermeesters, die letters over
en gebuikten ze, terwijl ze er slechts weinig veranderingen in de vorm ervan
aanbrachten. Bij het gebruiken gaven zij er de naam Phoinikische aan, wat ook
juist was, omdat de Phoinikiërs ze in Griekenland hadden ingevoerd. ----"
Een
wat andere invulling geeft Diodoros:
Diod.V
57.5) “En het was omwille deze redenen dat vele generaties later de mensen
veronderstelden, dat Cadmus, de zoon van Agenor de eerste was die de letters
van Phoenicië naar Griekenland bracht ---“
(Diod.74) “En in
antwoord op al degenen, die zeggen dat de Syriërs de ontdekkers van de letters
zijn, dat de Phoeniciërs die van de Syriërs geleerd hebben en dan doorgegeven
hebben aan de Grieken en dat deze Phoeniciërs degenen zijn, dienaar Europa
zeilden samen met Cadmus en dat dit de reden is, waarom de Grieken de letters
Phoenicisch noemen, in antwoord hierop zijn er mensen, die zeggen, dat de
Phoeniciërs niet de eersten waren, die deze ontdekking deden, maar dat zij
slechts de vorm van de letters veranderden, waarna de meerderheid van de
mensheid gebruik maakten van deze vorm van schrijven, zoals de Phoeniciërs
aangaven en dus kregen de letters de benaming, zoals hierboven is aangegeven.”
(Plin.7.192) “Ik
denk, dat het schrift in Assyrië altijd bestaan heeft, maar sommigen, zoals
Gellius, geloven, dat het door Mercurius in Egypte is ontdekt, anderen dat het
in Syrië is ontdekt. Volgens beide visies heeft Cadmus de letters, zestien in
getal, vanuit Phoenicië in Griekenland geïntroduceerd ---“ en even verderop: “de klank van al deze letters is ook in de onze te herkennen.”
(Herod.V 59) "Zelf heb ik nog letters uit de tijd van Kadmos gezien in het
heiligdom van de Ismènische Apolloon in het Boiootische Thebe;
zij waren gegraveerd in drie drievoeten en waren grotendeels gelijk aan de
Ioonische letters. Een van die drievoeten heeft als opschrift: 'Mij wijdde
Amphitryoon toen hij thuiskwam uit Teleboia.' Dat kan dus zijn uit de tijd van
Laïos ...."
Herodotos vermoedt hier de volgende
stamboom:
Agenoor c.1525?
V
Kadmos c.1500?
V
Polydooros c.1475?
V
Labdakos c.1450?
V
Laïos c.1425?
Volgens
Quintus Curtius (IV 4.19) is Kadmos zelfs de stichter van Tyros, maar waar
blijft Agenoor dan? Indirect zou hij zelfs de stichter van Carthago kunnen
zijn, want in de Aeneas (I.338) van Virgillius wordt deze plaats Agenoris Urbis
genoemd.
Kadmos
wordt gezien als een uitvinder in de ogen van de Grieken. Herodotos en Diodoros
laten hem o.a. de Fenicische letters brengen. Anderen achten echter Danaos (FHG
1, fr.20) hiervoor verantwoordelijk of zelfs Palamedes, leerling van de
centaurus Chiron (KIP IV, kol.418-419). Hierbij gaat het echter niet om
syllabische schrifttekens van het Lineair B van de Myceense Grieken, omdat de
betreffende letters lijken op het Ionische schrift.
Diodoros
(V 58, 2‑3) acht hem verantwoordelijk voor de invoering van de cultus van
Athena te Lindos (samen met Danaos) en van de cultus van Poseidon te Rhodos.
In
de naam Kadmos is het Hebreeuwse QDM terug te vinden, wat zou kunnen duiden op
'het oosten'.
Het
verhaal en de (legendaire) figuur van Kadmos leeft nog voort tot in de Romeinse
Keizertijd. Op munten van Sidon en Tyrus wordt hij dan nog steeds afgebeeld. In
wezen reflecteert het verhaal het begin van de Fenicische expansie overzee. Het
is niet uit te maken, of Kadmos een historisch figuur was, of alleen maar een
legende. Het meest waarschijnlijke lijkt te zijn, dat er een grond van
historische
waarde in schuilt, maar dat veel er later om heen is bedacht. Het verhaal van
Herodotos is het oudste en waarschijnlijk is daar nog het meeste van waar. Alle
andere verhalen zijn er later vermoedelijk aan toegevoegd.
H.R.van Diessen
Apeldoorn, 18-11-2011
ncfps
ncfps
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten