maandag 6 mei 2013

Kadmos


 

        KADMOS
        Een half‑legendair figuur. Herodotos noemt hem voor het eerst reeds diverse malen.

 

Zijn naam vinden we terug in de oude naam van Thebe: KADMEIA. Deze plaats was al bekend vanuit de Myceense tijd (onder een andere naam?). In het Myceense paleiscomplex is een serie oosterse zegels teruggevonden, die getuigen van de relatie van de stad met het nabije oosten. Zelfs nog bij Polybius (4.27) komt de oude naam van Thebe in beeld. Hij bericht over de 3e eeuw nog, dat Forbidas de burcht Kadmeia te Thebe door verraad in handen kreeg.

 

(Herod.I 2)  Eerst de aanleiding, waardoor hij in beeld gaat komen:

Hierna (ontvoering Ioo) zouden volgens hen (de Perzen) enkele Grieken (hun naam weten ze niet te vermelden) na een landing in het Phoinikische Tyros de koningsdochter Euroopa geschaakt hebben. Dit zouden dan wel Kretensers geweest kunnen zijn.

       

(Herod.II 49). "Het heeft er sterk de schijn van, dat Melampous de Dionysos‑dienst heeft geleerd van Kadmos uit Tyros en van de met hem meegekomen Phoinikiërs na hun komst in het land, dat nu Boiootia heet."

 

Kadmos wordt gezien als de zoon van koning Agenoor van Tyros, die er samen met zijn broers erop uitgestuurd om hun zuster Europa te gaan zoeken. Kadmos gaat in het Egeïsche gebied zoeken.

 

Kadmos begint zijn zoektocht echter wellicht op Rhodos, want hij schijnt volgens Pindarus (Schol.Pind.,Pyth.IV 88) de cultus van Athena (Anat?) te Lindos en van Poseidon te Rhodos te hebben ingevoerd. Diodoros bericht daar als volgt over:

 

Diod.V 58.2-3)  En een weinig na deze tijd (van Danaos) werd Cadmus uitgezonden door de koning om Europa te gaan zoeken en zette voet aan wal te Rhodes.Hij was ernstig toegetakeld door stormen onderweg tijdens de reis en hij had een eed gezworen om om een tempel te stichten voor Poseidon en dus omdat hij het er levend vanaf had gebracht stichtte hij op het eiland een heiligdom voor deze god en hij liet daar enige Phoeniciërs achter als opzichters. Deze mensen vermengden zich met de bewoners van Ialysos en leefden verder als mede-burgers van hen en uit hen, zo wordt ons verteld, kwamen priesters voort, die door vererving het priesterambt gingen bekleden. Nu heeft Cadmus ook de Lindische Athena vereerd met met wijdingsoffers. Een daarvan was een opvallende bronzen ketel, bewerkt op de oude manier en dat bevatte een inscriptie in Phoenicische letters, die naar men zegt van Phoenicië naar Griekenland zijn gebracht”.

 

(Herod.IV 147) "Op het eiland, dat nu Thèra heet, maar vroeger Kallistè genoemd werd, leefden         afstammelingen van Membliaros, de zoon van de Phoinikiër Poikilès. Kadmos, de zoon van Agènoor, was namelijk bij het zoeken naar Euroopa op het nu Thèra  genoemde eiland geland en of dat land hem nu goed beviel na zijn landing of dat hij om een andere reden dat wilde doen, hij liet in ieder geval op dat eiland enige Phoinikiërs achter, waaronder ook zijn eigen bloedverwant (neef) Membliaros. Dezen bewoonden het toen nog Kallistè genoemde eiland gedurende acht generaties voor de komst van Thèras uit Laikedaimoon."

 

Diododoros van Agurion (1e eeuw v.C) stuurt hem vervolgens naar Samothrace:

 

Diod.V.48,5:

En na dit kwam Cadmus, de zoon van Agenor, tijdens zijn zoektocht naar Europa bij de Samothraciërs en na deelgenomen te hebben aan de inwijdingsprocedure, trouwde hij met Harmonia, die de zuster van Iasion was en niet, zoals de Grieken hebben opgetekend in hun mythologieën, de dochter van Ares.

 

Pausanius (III 1,8) laat hem dan nog bij Thasos zoeken, waarna hij tenslotte te Kadmeia/Thebe aanspoelt, dat hij gesticht zou hebben.

 

Diod.V.49.2:

Na dit heeft Cadmus, naar zij zeggen, Thebe in Boeotia gesticht in overeenstemming met het orakel, dat hij had ontvangen, terwijl Iasion trouwde met Cybele en kreeg het kind Corybas.

 

Deze gebeurtenissen moeten in de tijd geplaatst worden voorafgaand aan de oorlog om Troje. Op het marmer van Pharos (264/263 v.C) wordt de stichting van Thebe door Kadmos zelfs expliciet aangegeven als 1255 jaren eerder => 1519/8 v.C.

 

(Herod.V 57) "De Gephyraiers, waartoe de moordenaars van Hipparchos behoorden, waren volgens

henzelf oorspronkelijk afkomstig uit Eretria, maar ik ben door grondig onderzoek  tot de conclusie gekomen, dat zij Phoinikiërs waren, die behoorden tot de Phoinikiërs, die met Kadmos in het land waren gekomen, dat nu Boiootia heet en na de verdeling van dat land woonden zij in het gebied om Tanagra."

 

De uitvindingen van Kadmos:

 

(Plin.7.195)  In Thebe nam Cadmus steengroeves in gebruik of, volgens Theophrastus in Phoenicië.”

 

(Plin.7.197)  “--- het delven en smelten van gouderts door de Phoeniciër Cadmus in het Pangea-gebergte, ---).

 

Aan Kadmos worden nog meer uitvindingen toegeschreven, zoals het bewerken van brons (Hyg.Fab. 274.4) en het vervoer van water d.m.v. een aquaduct (FHGII blz 258).

 

De grootste uitvinding:Kadmeia grammata.

 

(Herod.V 58  "Die Phoinikiërs, die met Kadmos waren meegekomen en waartoe de Gephyraiers behoorden, brachten, toen zij zich in dit land vestigden, vele wetenschappen aan de Grieken en wel in het bijzonder het letterschrift, dat naar mijn mening daarvoor aan de Grieken onbekend was; aanvankelijk waren het de letters,  waarvan alle Phoinikiërs zich bedienen, maar na verloop van tijd werden, toen zij op een andere taal overgingen, ook de vormen van de lettertekens veranderd. In de meeste streken waren de Grieken, die in die tijd in hun buurt woonden, Iooniërs en deze namen van de Phoinikiërs, hun leermeesters, die letters over en gebuikten ze, terwijl ze er slechts weinig veranderingen in de vorm ervan aanbrachten. Bij het gebruiken gaven zij er de naam Phoinikische aan, wat ook juist was, omdat de Phoinikiërs ze in Griekenland hadden ingevoerd. ----"

 

Een wat andere invulling geeft Diodoros:

 

Diod.V 57.5)  En het was omwille deze redenen dat vele generaties later de mensen veronderstelden, dat Cadmus, de zoon van Agenor de eerste was die de letters van Phoenicië naar Griekenland bracht ---“

 

(Diod.74)  En in antwoord op al degenen, die zeggen dat de Syriërs de ontdekkers van de letters zijn, dat de Phoeniciërs die van de Syriërs geleerd hebben en dan doorgegeven hebben aan de Grieken en dat deze Phoeniciërs degenen zijn, dienaar Europa zeilden samen met Cadmus en dat dit de reden is, waarom de Grieken de letters Phoenicisch noemen, in antwoord hierop zijn er mensen, die zeggen, dat de Phoeniciërs niet de eersten waren, die deze ontdekking deden, maar dat zij slechts de vorm van de letters veranderden, waarna de meerderheid van de mensheid gebruik maakten van deze vorm van schrijven, zoals de Phoeniciërs aangaven en dus kregen de letters de benaming, zoals hierboven is aangegeven.”

 

(Plin.7.192)  Ik denk, dat het schrift in Assyrië altijd bestaan heeft, maar sommigen, zoals Gellius, geloven, dat het door Mercurius in Egypte is ontdekt, anderen dat het in Syrië is ontdekt. Volgens beide visies heeft Cadmus de letters, zestien in getal, vanuit Phoenicië in Griekenland geïntroduceerd ---“  en even verderop: “de klank van al deze letters is ook in de onze te herkennen.”

 

 (Herod.V 59) "Zelf heb ik nog letters uit de tijd van Kadmos gezien in het heiligdom van de      Ismènische Apolloon in het Boiootische Thebe; zij waren gegraveerd in drie drievoeten en waren grotendeels gelijk aan de Ioonische letters. Een van die drievoeten heeft als opschrift: 'Mij wijdde Amphitryoon toen hij thuiskwam uit Teleboia.' Dat kan dus zijn uit de tijd van Laïos ...."

 

        Herodotos vermoedt hier de volgende stamboom:

        Agenoor               c.1525?

        V

        Kadmos               c.1500?

        V

        Polydooros           c.1475?

        V

        Labdakos             c.1450?

        V

        Laïos                   c.1425?

 

Volgens Quintus Curtius (IV 4.19) is Kadmos zelfs de stichter van Tyros, maar waar blijft Agenoor dan? Indirect zou hij zelfs de stichter van Carthago kunnen zijn, want in de Aeneas (I.338) van Virgillius wordt deze plaats Agenoris Urbis genoemd.

 

Kadmos wordt gezien als een uitvinder in de ogen van de Grieken. Herodotos en Diodoros laten hem o.a. de Fenicische letters brengen. Anderen achten echter Danaos (FHG 1, fr.20) hiervoor verantwoordelijk of zelfs Palamedes, leerling van de centaurus Chiron (KIP IV, kol.418-419). Hierbij gaat het echter niet om syllabische schrifttekens van het Lineair B van de Myceense Grieken, omdat de betreffende letters lijken op het Ionische schrift.

Diodoros (V 58, 2‑3) acht hem verantwoordelijk voor de invoering van de cultus van Athena te Lindos (samen met Danaos) en van de cultus van Poseidon te Rhodos.

In de naam Kadmos is het Hebreeuwse QDM terug te vinden, wat zou kunnen duiden op 'het oosten'.

Het verhaal en de (legendaire) figuur van Kadmos leeft nog voort tot in de Romeinse Keizertijd. Op munten van Sidon en Tyrus wordt hij dan nog steeds afgebeeld. In wezen reflecteert het verhaal het begin van de Fenicische expansie overzee. Het is niet uit te maken, of Kadmos een historisch figuur was, of alleen maar een legende. Het meest waarschijnlijke lijkt te zijn, dat er een grond van

historische waarde in schuilt, maar dat veel er later om heen is bedacht. Het verhaal van Herodotos is het oudste en waarschijnlijk is daar nog het meeste van waar. Alle andere verhalen zijn er later vermoedelijk aan toegevoegd.

 

H.R.van Diessen

Apeldoorn, 18-11-2011

ncfps

See for more information and in the English language:

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten