HANNIBAL
h.nb*l (pun) en bij uitzondering hnb*l
(pun), Annibas (gr), (H)annibal of
An(n)obal (lat),
Anniboni (gen). In het
Neopunisch komen de namen voor in de
latijnse versie als: Aninibni, Annibal,
Hannibal, Hannibalis, Anibas, Annobal,
Annobalis, Anobal en zelfs Annbal.
Soms wordt ook een korte vorm van h.n'
gebruikt.
Een veel voorkomende naam bij vooral de
Puniërs.
Het betekent:"in de gunst van
Baäl". De naam wordt ook door vrouwen gebruikt!
De naam komt niet in het Fenicisch
voor. In het Punisch 60 x en in het
Neopunisch 10 x. Zie: Jongeling &
Benz. Tussen (haakjes) de nummering in de
Dictionnaire Lipinski en tussen
{accolades} de nummering In Paulys 1912.
Hier is de nummering met Romeinse
cijfers weergegeven.
Hannibal I {1}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hasdrubal, neef (of
kleinzoon?) van Mago. Hasdrubal, de vader is in de
vijfde eeuw actief als bevelhebber op
Sardinië. Bron:Justinius XIX, 22.
Van deze Hannibal uit Carthago is
verder niets bekend.
Hannibal II
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een zandsteen van 46 x 40 cm staat
een inscriptie uit Tharros (Sardinië),
waarin de naam voorkomt. Datering: 5e‑4e
eeuw v.C. Indien we als uitgangspunt
c.400 nemen dan komt bij 25 jaar cycli
de volgende stamboom naar voren:
c.450 h.nb*l
hannibal
V
c.425 b*lsjlk
baalsjillek
V
c.400
... qrt
De wijding werd dus gedaan door
wellicht een Abdmelqart of een Bodmelqart te
Tharros. Zijn vader en grootvader
behoeven niet uit Tharros afkomstig te zijn.
Deze Hannibal heeft namelijk ook de
toevoeging hkrmy gekregen en dat kan duiden
op de plaats Charmis, die volgens
Stephanus van Byzantium door de Carthagers op
Sardinië is gesticht. Een alternatieve
verklaring is, dat hkrmy de wijnbouwer
zou betekenen. Zie: Amadasi blz 95‑96.
Hannibal III (1) {2}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Gersakon, neef van Hamilcar.
Hij leefde in de tweede helft van de 5e
eeuw en was een van de belangrijkste
Carthagers van die eeuw. Hij was het, die
de Grieken in het defensief drong. In
410 treft hij grote voorbereidingen voor
de komende confrontatie met de Grieken
op Sicilië. In 409 neemt hij Selinunte
in, dank zij vooral zijn meegebrachte
oorlogsmachines. Vervolgens verovert hij
Himera en wist de smet op het blazoen
van zijn voorvader Hamilcar daarmee uit.
Daarna ontbindt hij zijn grote leger en
gaat terug naar Carthago. In 406 is hij
terug. Bij de belegering van Akragas
bezwijkt hij echter aan de pest. Himilco
neemt het bevel over.
Volgens Diodoros (XIII 43,6) zou hij de
Grieken veracht hebben. Reeds in 416 v.C
zou hij geweigerd hebben om met de
Atheners tegen Syracuse te strijden. Pas
toen Segesta de hulp van Carthago vroeg
in 410 v.C kwam hij in actie.
Bij Himera zou hij 3000 krijgsgevangen
hebben laten offeren voor zijn held
Hamilcar (Diodoros XIII 62,2).
Afgezien van zijn vader Gersakon, die
naar Selinous was verbannen, zijn er geen
verdere familieleden bekend. Deze
Hannibal moet vrij oud zijn geworden, omdat
zijn vader in de 1e helft van de 5e
eeuw v.C geleefd moet hebben.
Zie voor een uitgebreide verslaglegging
bij: ZK,dl2A,blz 80‑90(250‑260).
Hannibal IV
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een gepolijste(?) steen uit Tharros
staat de naam Hannibal. Datering 4e‑2e
eeuw v.C. De steen met inscriptie kwam
uit een graf. Het is van leisteen en met
spatel en mes aangescherpt. De zoon van
deze Hannibal is Mago en hij maakt de
inscriptie op een "mskl" (Zie:Krahmalkov blz 298).. Dit kan
wellicht ook
verwijzen naar mengen of mengvat.
Zie:Amadasi blz 89.
Hannibal V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Vader van de priesteres Hannibal in de
4e eeuw v.C. Zie CIS I 5949.
Hannibal VI (2)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Dochter van Hannibal V. Ze is een
hogepriesteres van Korè (Krw') tegen het einde
van de 4e eeuw v.C. Zie CIS I 5949. Zij
huwt met een Hamilcar (*bdmlqrt).
V
Hannibal
VII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Te Benhisa bij Marsascirocco op Malta
is een grafinscriptie gevonden met
waarschijnlijk de naam van Hannibal.
Datering 4e‑3e eeuw v.C. De plek wordt
aangeduid als "kamer van het
eeuwige verblijf". Het werd gemaakt in het jaar van
h.[nb]*l, die de zoon is van bdml[k].
Hannibal VIII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Te Terranova Pausania nabij Olbia op
Sardinië is een onwaarschijnlijk lange
stamboom op een inscriptie
teruggevonden op een kalksteenblok van 16 x29 x 17
cm. Datering 3e eeuw v.C. Als we het
begin op c.250 v.C mogen stellen, dan
ontstaat het volgende beeld bij
aangenomen cycli van 25 jaren:
c.650 mlks.d
milksid
V
c.625 h.ls.b*l
hillesbaal
V
c.600 h.lbn
V
c.575 ym'
V
c.550 gr'
wellicht: geradon (verkorte vorm)
V
c.525 'rsj
arisj
V
c.500 pt'
wellicht ptah
V
c.475 *bdtywn
wellicht: dienaar van Tennaw?
V
c.450 b*lsjm*
balsamo
V
c.425 bds.d
bodsid
V
c.400 gr'sjmn
geresjmoen
V
c.375 mhrb*l
maharbaal
V
c.350 ...nb*l
V
c.325 grmlqrt
germelqart
V
c.300 h.mlkt
himilkat
V
c.275 h.nb*l
hannibal
V
c.250 ...
die bij het volk van qrth.dsjt is, of:
dat toebehoort aan
het volk van qrth.dsjt.
Degene, die de wijding heeft verricht
en aan wie hij/zij het heeft gedaan, blijft
onbekend. qrth.dsjt kan slaan op Carthago,
maar ook op een nieuwe stad in
Sardinië zelf.
In ieder geval is de vader van degene,
die de wijding doet, een Hannibal.
Deze en al zijn voorgangers behoeven
niet uit Olbia of zelfs Sardinië te
stammen.
Hannibal IX (3) {3}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Geskon (of Gersakon of Gisgo).
Hij leefde aan het begin van de eerste
Romeins‑Punische oorlog. Hij was
veldheer en vlootvoogd in de periode 269‑265
voorafgaande aan deze oorlog of wellicht
reeds langer. Zijn vloot heeft als
basis Lipara. Deze Hannibal
intervenieert op het diplomatieke vlak op het
moment, dat Hiëro van Syracuse de
Mamertijnen van Messana definitief dreigt te
verslaan en legt daarbij een Carthaags
garnizoen in de burcht van de stad.
Bronnen:
Diodorus XXII, 13,7, Zonaras
VIII,8 en Polybius I,10.
Frontin.(IV,1,19) vermeldt het
misschien te betwijfelen feit, dat hij in de
eerste oorlogsjaren een Romeins korps
tot overgave dwong en onder het juk door
liet gaan.
In 261 verdedigt deze Hannibal Akragas
van juni tot december tegen de Romeinen,
waarna hij dank zij het optreden van
een ontzettingsleger (Hanno) zonder veel
verliezen kan uitbreken. Vervolgens
wordt hij weer vlootvoogd en heeft Panormus
als uitvalsbasis. Bij Mylae lijdt hij
echter een nederlaag tegen de Romeinse
vloot, die voor het eerst met de
enterbruggen opereren. Zijn schip, dat nog van
Pyrrhus was geweest, raakt hij echter
kwijt, maar hij weet zichzelf in veiligheid
te brengen. Terug in Carthago wordt hij
uit zijn ambt gezet, maar niet bestraft
op de gebruikelijke manier.
Integendeel, hij krijgt een nieuwe opdracht en wordt
naar Sardinië gestuurd. Daar laat de
ongelukkige zich in 258 v.C in een haven te
Sulcis opsluiten door een Romeinse
vloot, waarbij hij veel schepen verliest.
Daarna wordt hij gekruisigd door zijn
eigen manschappen.
Zie:ZK,Dl2B,blz 4‑11 (368‑375).
Bronnen:Polybius I, 17‑24, Diodorus
XXIII 7‑9, Zonaras VIII,10 en Orosius IV,7.
Deze Hannibal heeft dus vanaf minimaal
269 tot in 258 v.C de Carthaagse zaak
gediend. Het is niet duidelijk wie zijn
vader Gersakon in feite was. Zijn zoon is
volgens Paulys ook een Hannibal {4}.
Hannibal X {4}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hannibal Gersacon uit ca.270‑260.
Hij is onderbevelhebber te Lilybaeum.
Zijn chef is Himilco. Deze Hannibal
weet een rebellie onder Gallische huurlingen
te voorkomen. Hij leefde dus in de
eerste Romeins‑Punische oorlog. Zijn vader
sterft in 258 v.C te Sulcis op
Sardinië. Het lot van deze Hannibal is verder
onbekend, of hij is dezelfde als een
van de andere Hannibals, die verderop in de
strijd worden genoemd.
Bron:Polybius I, 43,4.
Hannibal XI {5} de Rhodiër.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Bijgenaamd de Rhodiër en dat zal niet
zonder betekenis zijn geweest. Een
buitengewoon bekwame Carthaagse
zeevaarder, die keer op keer de Romeinse
blokkade van Lilybaeum weet te
doorbreken in de jaren 250‑249. Uiteindelijk valt
hij met zijn schip toch in Romeinse
handen. Hij zal de rest van zijn leven in
gevangenschap of als slaaf hebben
moeten doorbrengen.
Bron:Polybius I,47,7‑10.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Hamilcar (7) en bevriend met
Adherbal (2), de commandant van Drepana.
Deze Hannibal brengt in 250/249 v.C
10.000 huurlingen in Lilybaeum met 50
schepen vanuit de Aegatische eilanden.
Hannibal maakt de daarop volgende uitval
van de Carthagers mee, maar vertrekt
daarna met zijn vloot naar Drepana.
Bron:Polybius I, 44+46 en Orosius
IV, 10.
Orosius
(IV 10,2) noemt hem een zoon van de overwonnen (victi) Hamilcar! Dat kan dan
waarschijnlijk alleen maar slaan op de Hamilcar van Ecnomus (256).
Zijn
verdere lot is onbekend, of hij zou dezelfde moeten zijn als Hannibal (5) {7}
en daar is wel enige reden toe om dat aan te nemen.
Hannibal XIII (5) {7}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Wellicht is deze dezelfde als onder (4)
{6}. Deze Hannibal strijdt in 239‑238 v.C
aan de zijde van Hamilcar Barcas tegen
de huurlingen bij Prion en Tunes, maar
wordt door Matho verslagen en
gekruisigd. Zie: Polybius I 82, 12+86,5.
Zijn
verlies heeft hij te wijten aan eigen onvoorzichtigheid. Hij eindigt aan
hetzelfde kruis, waarop kort daarvoor Spendios het leven liet.
Hij
schijnt de zoon te zijn van de Hamilcar van Paropos. Paropos nu verwijst naar
het door deze Hamilcar gewonnen gevecht op deze plaats in Sicilië. We hebben
dan te maken met dezelfde Hamilcar van Ecnomus. Hannibal XII en XIII zijn dus
wel degelijk dezelfde, of deze Hamilcar moet twee zonen met dezelfde naam
hebben gehad, hetgeen niet echt waarschijnlijk is.
Hannibal XIV (6) {8} de Barcid.
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De beroemdste Carthager, die in de tweede
Romeins‑Carthaagse confrontatie, Rome
aan het wankelen bracht, maar net niet
slaagde in zijn opzet. Hij is sindsdien
nogal eens geromantiseerd als de
"edelste mislukkeling" van de oudheid.
Weliswaar was hij een briljant generaal,
die schitterende veldslagen voor zijn
stad vrijwel altijd goedgunstig deed
aflopen, maar Rome op de knieën krijgen,
dat lukte net niet.
Zie:HANNIBAL:W HOFFMAN
HANNIBAL:K CHRIST
HANNIBAL:GÖRLITZ
HANNIBAL:VELDHEER VAN CARTHAGO
HANNIBAL ALS POLITIKER:E
GROARG
HANNIBAL ALS STAATSMAN:J
KROHMAYER
HANNIBAL & SICILIË:W
HOFFMANN
ANNIBAL:G P BAKER
HISTOIRE D'ANNIBAL: HENNEBERT
Deze
opgave van literatuur is lang niet uitputtend, maar het illustreert wel de
veelzijdige aspecten, waaronder het
fenomeen Hannibal door de verschillende
auteurs is bekeken.
...................................................
Deze Hannibal is de zoon van Hamilcar Barcas.
Hij werd vermoedelijk in 247
geboren in Carthago. Wellicht lag zijn
afstamming op Malta of Cyrena³ca. Silius
Italicus beweert, dat zijn familie
afstamt van Elissa en Belos, maar dat is wat
al te romantisch gedacht. Barca schijnt
een gewone naam te zijn en is misschien
toevallig ook een woord voor
"bliksem". De naam kan ook terugslaan op het land
van Barca=Cyrenaïca. Hannibal maakt als
vijfjarige(?) de strijd om Eryx(?) mee,
beleeft in Carthago de
huurlingenopstand en volgt zijn vader naar Spanje.
Tijdschema:
247 jaar van geboorte 0
246 1
245 2
244 3
243 4
242 Eryx 5
241 Eryx 6
240 terug naar Carthago 7
239 Huurlingenopstand 8 de eed
238 Huurlingenopstand 9
237 naar Spanje 10
236 11
235 12
234 13
233 14
232 15
231 16
230 17
229 Vader Hamilcar sterft18
hinderlaag Castulo of Helike
228 Hasdrubal (de L) 19 de Luisterrijke
227 20
226 21
225 Huwelijk met Imilce 22 Himilkat v Castulo
224 23
223 24
222 25
221 Hasdrubal (de L) + 26 Veldtocht Olcaden
220 Legeraanvoerder 27 Veldtocht Vaccaeërs
219 belegering Saguntum 28
218 tocht Alpen/Ticinus 29 Trebia veldslag
217 veldslag Trasimeno 30
216 veldslag Cannae 31
215 verbond Macedonië 32 Capua
214 verbond Syracuse 33
213 verovering Tarente 34
212 veldslagen Herdoniae+35
Lucanië(Volontes)
211 tocht naar Rome 36
210 veldslag Herdoniae 37
209 veldslag Canusium 38 verlies Tarente
208 hinderlaag op Crispinus+
Marcellus
39
207 broer Hasdrubal komt om a/d
Metaurus
40
206 terug naar Bruttië 41
205 Bruttië 42
204 Bruttië 43
203 terug naar Afrika 44 broer Mago sterft
202 verlies te Zama 45
201 Hadremetum 46 vrede
200 Hadremetum/Carthago 47
199
Hadremetum/Carthago 48
198 Hadremetum/Carthago 49
197 Suffeet te Carthago 50
196 Hervormingen
51
195 Vlucht naar Tyrus! 52
194 naar Antiochië/Ephesus 53
193 54
192 Expeditie Griekenland55
191 terug naar Azië 56
190 Veldslag Magnesium 57
189 naar Gortyn op Kreta 58
188 naar Armenië? 59
187 60
186 naar Bythinië 61
185 Bythinië 62
184 Bythinië 63
183 Bythinië 64
Zelfmoord Hannibal
Hannibal's leraar was de Spartaan
Sosilus. Hannibal kende Grieks en ook de
Griekse leefwijze. Zijn belang voor
Carthago is groot geweest. Hij heeft de
Romeinse wals nog even opgehouden, maar
tot stilstand brengen kon hij niet
meer. Wel heeft hij ingezien, dat de
enige kans lag bij het gebruiken van de
inheemse westerse krachten van de
landen van de Middellandse zee. Hij zag in,
dat de inheemse kenmerken van de huurlingengroepen
gebruikt dienden te worden.
De inheemse westerse volken zagen een
veldslag als een serie van man‑tot‑man
gevechten. Hij bracht daar verandering
in, zodat zijn leger gelijkwaardig werd
aan dat van de Romeinen mede door zijn
geniaal veldheerinzicht. Hij ziet verder
af van de lans en neemt het zwaard als
hoofdwapen voor het offensief. Deze
innovatie ziet G Brizzi als zijn
belangrijkste verdienste voor de
krijgswetenschap in de oudheid.
In plaats van de massieve falanx maakt
Hannibal een meer elastisch leger, dat
verdeeld wordt in kleine tactische
groepen (speirai). Slechts de bewegingen van
zijn leger waren nog
"Grieks". Hannibal heeft moeten beseffen, dat een aanval op
het hart van Italië alleen nog tot
succes zou kunnen leiden teneinde de
confederatie te breken. Numeriek zou
Carthago nooit meer van Rome kunnen
winnen. De afval van de bondgenoten van
Rome was noodzakelijk. Eenmaal zover
zou met Rome te onderhandelen zijn. Was
dat in de tijd van Pyrrhus ook niet zo
gegaan? Toen was Mago gekomen en had
Rome bewogen de strijd voort te zetten.
Vandaar het idee van de
"Blitzkrieg" en na 1 of 2 beslissende veldslagen zou
"arcem et caput italiae"
zijn.
Het is alles zeer goed doordacht, maar
de senaat van Rome in 216 is een andere
dan die van de tijd van Mago! De senaat
van Rome vergeeft het Hannibal namelijk
niet, dat hij zich aan het hoofd van
"barbaren" stelde. Dus vecht de adel (niet
het gewone volk!) door en overwint
tenslotte. Hannibal's grootste teleurstelling
moet het zijn geweest, dat hij na dit
voldongen feit geen andere wegen heeft
gevonden om toch Rome op de knieën te
krijgen. Omstreeks 210 moet Hannibal
beseft hebben, dat de grote zaak
verloren was. Het wanhoopsoffensief van de
grotelijks onderschatte broer Hasdrubal
in 207 doet de deur dicht. Het
terugtrekken op Bruttië lijkt op de
achterhoedegevechten van zijn vader op de
Eryx. Het is definitief verloren. Hij
laat zelfs zijn daden vastleggen op
plaquettes in een tempel in Bruttië.
Dit was geen ijdelheid, maar het vastleggen
van de vreselijke mislukking. Hij weet
op dat moment namelijk de nederlaag al en
probeert nog te redden wat er te redden
is. Vergeefs probeert hij te Zama nog
in een vredesgesprek te komen met
Scipio, maar de Romeinen willen de kelk tot
het einde door de Carthager
leeggedronken hebben. In Zama wordt hij door de
Numidische ruiterij verslagen. Zijn lot
lijkt bezegeld te zijn. Opmerkelijk genoeg
keert hij naar Carthago terug als
hervormer, zonder dat de Romeinen hem
opeisen. Dat gebeurt pas in 195, maar
hij is al verdwenen naar Syrië. Hij zet
gewoon de strijd voort, maar helaas met
inferieur materiaal. Op Gortyn vindt hij
tenslotte even een toevluchtsoord,
nadat de Romeinen zijn uitlevering vergeefs
geëist hebben. Opnieuw moet hij
vluchten naar uiteindelijk Bythinië.
Tenslotte achterhalen de Romeinen hem
te Libyssa (Gebseh), waar hij zelfmoord
pleegt. Hij werd nooit een vriend van
de Romeinen. Volgens Dio Cassius zou
Septimus Severus op zijn graf veel
later een mausoleum hebben laten oprichten
van wit marmer. Wanneer Marcellus weer
meer dan een eeuw later erover bericht,
staan er nog maar een paar zuilen.
Hannibal Barcas is niet alleen de
"edelste mislukkeling", maar nog meer het
prototype van de "grootste
misrekening", ondanks een geniale voorbereiding en
uitvoering. De eed en eigenlijk gewoon
de opdracht, die hij kreeg van zijn vader
kon niet worden uitgevoerd. Hannibal
verliest in zijn leven zijn beide strijdende
broers. Wellicht was er nog een derde
broer. Van zijn vier zussen weten we, dat
een de vrouw wordt van Bomilcar, een
uitgehuwelijkt wordt aan Navaras, een
andere trouwt met Hasdrubal (de Luisterrijke)
en de laatste aan een Numidische
vorst wordt gegeven. De zus, die met
Hasdrubal trouwde, stierf al spoedig. Hoe
het verder met zijn vrouw Imilce en hun
enig (?) kind ging weten we ook niet.
Wellicht was dat dat de befaamde
Hamilcar in Gallia Cisalpina. Hannibal is een
imposant figuur geweest, die zelfs
hedentendage nog tot de verbeelding spreekt.
Bronnen:
Polybius III, Livius XXI‑XXII,XXVII,XXXIII‑XXXVII,
Florus II, Eutropius III, Zonaras
VIII, Orosius IV,
Frontinus II, Florus I, Appianus
Hann.4 e.v.,
Polyaenus VII.
STAMBOOM
|
HAMILCAR BARCAS
(ca.270‑229)
_________________________|________________________________
| |
| | |
| | |
dochter dochter Hannibal dochter dochter
Hasdrubal Mago Gisco?
xHasdr. x (247‑183) x x
(240?‑207)(230?‑203) ?
º 223 Bomilcar x 2
numid. Navaras
|
| Imilce prins
Sicho Hanno |
? officier
?
v Hannibal)
AFBEELDINGEN
Hannibal is vaak afgebeeld, maar van
geen enkele afbeelding is zeker, dat het
ook werkelijk zijn beeltenis is Vanuit
de 18e eeuw stamt een gravure uit
Marseille, waarbij Hannibal als 100
jarige staat afgebeeld. Vanuit 1410 stamt
een miniatuur schilderij met als
afbeelding zijn befaamde eed. Uit de 15e eeuw
is een medaillon bekend van Hannibal
als adolescant. Hij staat er gegraveerd in
Hellenistische stijl. Ook uit ca.1410
stamt een afbeelding, waarbij de stad Capua
zich aan Hannibal overgeeft volgens
P.Bressuire. Jean Mansel (tussen 1454 en
1460 publiceert hij) schrijft "Les
histoires romaines", waarin ook een afbeelding
van Hannibal te Capua voorkomt. In 1722
maakt Sbastien Slodtz(1665‑1726) een
beeld van Hannibal als triomfator. Het
staat nu in het Louvre. Ambroise Tardieu,
die tussen 1820 en 1828 werd
geëxecuteerd, maakt een gravure van Hannibal naar
een portret, dat in 1805 werd gevonden
in Calabrië. In Capua werd in 1667 een
borstbeeld gevonden, dat over het
algemeen aan Hannibal wordt toegedicht. Het
bevindt zich nu in het museum te
Napels. Gaarne zou iedereen willen, dat dit
zijn afbeelding is, want het is
imponerend. Het is mooi, van een man van vijftig,
een man van glorie en melancholie. Uit
de 16e eeuw is een gravure bekend,
waarbij hij als grijsaard is afgebeeld.
Een eeuw eerder legt een kunstenaar de
zelfmoord van Hannibal vast in een
miniatuur. In het museum van Montargis hangt
een schilderij van Girodet (1767‑1824),
die ook al de sterfscene van Hannibal
weergeeft. Al deze afbeeldingen zijn
opgenomen in het boek van G Audisio over
Hannibal (Paris, 1961). Opmerkelijk is,
dat hij vrijwel overal met een baard
wordt weergegeven. Zeer waarschijnlijk
kennen wij echter niet zijn ware
beeltenis.
Hannibal XV
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
De naam komt voor op een inscriptie uit
Carthago vanuit de 3e/2e eeuw v.C. De
inscriptie staat op grijswitte
kalksteen (37x181x8,5cm) met betylen. Zie: Stdles
puniques de Carthage , RSF III 1975 tav.XVIII,1.
In
een reeks namen zijn in ieder geval Hanno als zoon van Hannibal afleesbaar.
Zij moeten omstreeks 200 v.C geleefd
hebben.
Hannibal XVI (8) {9}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Ook wel de triearch genoemd. Hij bevond
zich in 216 v.C bij Hannibal Barcas in
Italië. Vandaar werd hij met Epikydes
en Hippokrates naar Syracuse gestuurd om
Hieronymos het Carthaagse kamp in te
praten (Polybius VII 2,3). Dan zien we hem
terug in Carthago voor de verdere
onderhandelingen (Polybius VII 2,6).
Waarschijnlijk is hij dezelfde als
Hannibal Monomachos aan wie gruweldaden
worden toegerekend door Polybius (IX
24,5).
Hannibal XVII (7) {10}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Bomilkar. Hij is een van de
commandanten van het Carthaagse leger in
Spanje bij de belegeringen van Intibili
en Iliturgi in 215 v.C. Zie: Livius XXXIII
49,5.
Hannibal XVIII (9) {11}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Omstreeks 160 v.C is hij de leider van
de z.g.Numidische fractie in het
politieke bestel van Carthago. Hij wil
het op een akkoord met Massinissa gooien
(Appianus Lib.68). Hij wordt echter uit
de stad verdreven en voegt zich bij
Massinissa (Appianus Lib.70). Hij heeft
de bijnaaam "ho psar". Dat betekent "de
spreeuw" (letterlijk), of "de
wildebras" (figuurlijk).
Hannibal XIX (10)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Himilco, suffeet en hoofd van
de cultus. Hij maakt deel uit de familie
Tabh.api, die aan het eind van 1e eeuw
v.C tot het begin van de 1e eeuw na Chr.
leiding gaf in Leptis magna. Zie KAI
120+Trip.21. Zijn zoon is een Hamilcar
(Abdmelqart) en die leeft in het jaar 8
v.C te Leptis Magna en bevordert de
keizerlijke cultus.
Lepcis Magna: Imperator
Caesar Augustus, zoon van god, was legeroverste voor de 11e maal,
imperator voor de 14e maal, ‘in de plaats van de macht der tien
machthebbers’voor de 15e maal, machti[ge van….] en offeraars voor de
imperator Caesar waren ’dnb‘l zoon van ’rš pjlt/n en ‘bdmlqrt zoon van h.nb‘l,
de heer van het šlm-offer der eerstelingen; suffeten waren mtn zoon van h.n’,
maker van … en [….] h.nb‘l zoon van h.mlkt t.bh.pj Rufus, suffeet, offeraar,
machtige van de hoven(?), naar hun plan [….] {naar K.Jongeling}
Hannibal XX
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hij leeft in de 2e/1e eeuw v.C en wordt
vermeld op een bilingue te Leptis Magna.
De werkelijk gebruikte namen zijn:
c.125 Tapapius Rufus
V
c.100 Annobal Himilchonis
Hannibal
XXI {12}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Mettius Pompusianus geeft deze naam aan
een van zijn slaven t.t.v.keizer
Domitianus. Zie Suetonius.Dom.10,2. Het
is de periode van 81‑96 na Chr.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Hannibalianus I {1}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Veldheer onder keizer Probus (eind 3e
eeuw na Chr.
Hannibalianus II {2}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van keizer Constantus I en Flavia
Maximiana Theodora. Hij heeft niet lang
geleefd.
Hannibalianus III {3}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Als Flavius Hannibalianus, zoon van
Dalmatius. Hij leeft in de 4e eeuw na Chr en
wordt in 338 na Chr. te Constantinopel
vermoord.
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten