BODASJTART/BOSTAR
Bd*sjtrt (fen), Boudastratos / Bodostor
/ Bostaros / Bostor (gr), Bostar (lat).
Betekenis:
In of door de hand van Asjtarte.
De naam komt zeer veel voor. Ca.1200
maal in het Punisch, 23 maal in het
Fenicisch en c.15 maal in het
Neopunisch.
Lepcis magna,
Hr.Maktar, Sousse , Constantine , Hr.Bou Aftan, S.Antioco.
bd*ltrt, bd*sjdrt, bd*sjt, bd*sjtwn,
bd*sjt*rt en bd*sjtr.
Zie:F.L.Benz in:
Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome ,
Biblical
Institute Press, 1972, blz 82.
Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic
Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.
Lipinski. De Romeinse cijfers geven de
volgorde alhier aan.
Enige markante personen zijn:
Koning van Sidon. Hij noemt zichzelf de
kleinzoon van Esjmoenazar I en is de
opvolger van Esjmoenazar II.
Waarschijnlijk is hij de zoon van een tot dusver onbekend gebleven zoon van Esjmoenazar II. Bodasjtart leefde in de 5e eeuw v.C
te Sidon. In de tempel van Esjmoen te Bostan esh‑Sheikh heeft hij een twintigtal
inscripties achtergelaten, waaruit blijkt, dat hij gebouwd en gerestaureerd heeft
in diverse wijken van Sidon. Waarschijnlijk is hij ook de bouwer van de tempel
voor Esjmoen. Deze tempel is gelegen op de zuidelijke oever van de Nahr‑al‑
Auwaly. Andere familieleden van Bodasjtart zijn de oom Tabnit en de tante
'Emasjtart.
De kleine bouwinscriptie (AT 9) luidt als volgt:
“Koning Bodasjtart en de kroonprins Yatonmilk, koning van de Sidoniërs, neef van
de Koning Esjmoenazar, koning van de Sidoniërs; deze tempel heeft hij gebouwd
voor zijn god Esjmoen‑sjar‑kodesj”.
Bodasjtart heeft kennelijk een zoon Yatonmilk.
De grote bouwinscriptie (AT 8) luidt als volgt volgens V.Landau:
"Koning Bodasjtart, de koning van de Sidoniërs, neef van Esjmoenazar, koning van
de Sidoniërs: in zee‑Sidon, Sjamimramim (bovenste hemel), Eres‑resjafim (land
van de dodesschaduw), Sidon is gelukkig geweest met wat hij bouwde. En in
Sidon‑van‑de‑vlakte heeft hij deze tempel gebouwd voor zijn god Esjmoen‑sjar‑
kodesj."
A.Mentz maakt er in 1944 van:
"Koning Bodasjtart, de koning van de Sidoniërs, neef van Esjmoenazar, koning van
de Sidoniërs, heeft in Sidon de bedorven schandvlek van het land (=Esjmoenazar
II) weggewerkt. Reshef uit Sidon heeft hem als heer ingezet en als heerser van
Sidon bouwt hij deze tempel voor zijn heer, Esjmoen, die als een bok springt."
Deze laatste vertaling doet vermoeden, dat Bodasjtart een staatsgreep heeft
gepleegd.
P.Magnanini keert in 1973 toch weer terug naar goeddeels de interpretatie van
Landau:
“Koning Bodasjtart, de koning van de Sidoniërs, neef van Esjmoenazar, koning van
de Sidoniërs heeft gebouwd in Sidon‑aan‑de‑zee, in de hoge hemelen en in het
gebied Reshef, dat boven Sidon domineert, deze tempel voor Esjmoen, de
voornaamste godheid.”
Waarschijnlijk heeft Bodasjtart vanaf c.500 geregeerd. In c.475 wordt hij
waarschijnlijk opgevolgd door Yatonmilk. Het eskader van Sidon binnen de
Perzische vloot in 480 v.C wordt echter aangevoerd door Tetramnestos, zoon van
Anysos (Herod.VII 98). Dit kunnen 'gewone' admiraals zijn, maar het is toch
veelal gebruikelijk, dat de koning of een familielid het bevel over de vloot
voert. Dit kan aanleiding zijn om de levensfase van deze Bodasjtarte iets anders
in te schatten.
Zie: N.Jidejian, Sidon, Dar el‑Mackreq Publications, Beirut.
Zie: A.Mentz, Beiträge zur Deutung der Phônizischen Inschriften, Leipzig 1944.
Zie: P.Magnanini, Le iscrizioni fenicie dell'oriente, Roma 1973.
Bodasjtart IA
Een munt uit Sidon vermeldt de
opschrift b(d*sjtrt) vanuit de periode 384‑370
v.C (Magnanini). Men bedoelt daar
waarschijnlijk *bd*asjtarte mee.
Tofet Carthago c.375 v.C. Hij wordt
vermeld op een gedenksteen van 24x10x8,5 cm
van leisteen uit de 4e eeuw v.C. Het is
een geschenk aan Tanit van Hasdrubal (Azrabaal), zoon van Bodasjtarte en die is de zoon van Maharbal.
Zie:Khader/Soren blz 150.
Bodasjtart III
Genoemd op een wijdingsinscriptie te Sulcis (San Antioco) op Sardinië op een
bronzen plaat van 20,5(h) x 14,5(b). Zie Amadasi blz 120.
Tijd: einde 4e eeuw ‑ 1e helft 3e eeuw v.C. Deze Bodasjtart behoort tot de
volgende familie:
.... c.425?
V
Mago c.400?
V
Himilkat c.375?
V
Hanno c.350?
v
Bodasjtart c.325?
V
Himilk: deze doet de wijding: c.300?
Het is een van de weinige inscripties,
waarbij een familie over 5 generaties
kunnen terugzien. Meestal betreft het
maar 2 of hoogstens 3 generaties. Al de personen ouder dan Himilk behoeven niet persé uit Sulcis zelf te komen.
Deze Bodasjtart is waarschijnlijk voor c.345 geboren. Er zijn geen functies of
beroepen van de betrokken personen bekend. Het zijn typisch Carthaagse namen.
Mogelijk, dat Bodasjtart of een van zijn voorvaderen uit Carthago zelf komt.
Bodasjtart IV
Een suffeet uit de 3e‑2e eeuw v.C [in
de plaats Eryx?]. Hij komt voor op een
wijdingsinscriptie van Himilk samen met
een andere suffeet Mago. De wijding vindt plaats aan Asjtarte van Eryx en wordt gedateerd op de 3e‑2e eeuw v.C
(Amadasi blz 53). Aangezien Eryx na 241 v.C onder de Romeinen kwam is het
aannemelijk, dat de inscriptie voor dat jaartal tot stand kwam. De drie namen op
deze inscriptie komen ook voor bij Bodasjtart II op Sulcis. Door het veelvuldig
voorkomen van deze namen in de Punische wereld behoeft het echter niets te
betekenen te hebben, maar het valt wel op.
Bodasjtart V (2)
Strateeg t.t.v. de 1e Punische oorlog (Polyb.I,30.1). Hij geraakt waarschijnlijk in
256 v.C in gevangenschap na de veldslag bij Adun of Adys (=Uthina?, dat c.25 km
ten zuiden van Tunis ligt). Volgens Diodoros (XXIV 12) komt hij na mishandeling
in gevangenschap om het leven. Hij wordt hier eigenlijk Bostar genoemd. Zijn
mede‑generaal bij Adun is Hasdrubal, zoon van Hanno. De derde veldheer is
Hamilcar, die terugkomt uit Sicilië met 5000 man voetvolk en 500 ruiters.
Dat de Carthagers bij Adun de veldslag verloren, schijnt door enige tactische
blunders van Hamilcar te zijn veroorzaakt. Deze Bodasjtarte moet ongeveer van
tenminste c.280 tot c.256 v.C geleefd hebben. Van de familie van deze
Bodasjtart/Bostar is niets bekend.
Bodasjtart VI
Carthago c.250 v.C. Op een grijze
kalksteen met een lotusbloem als decoratie
wordt een wijding gedaan door b*l..lt
omstreeks 225 v.C. Zijn vader is Bodasjtarte. En diens vader is "bdblgrt?". Deze Bodasjtarte moet ongeveer in de
periode 270‑250 v.C minimaal geleefd hebben en heeft dus de 1e Punische oorlog
meegemaakt. Zie: Steles Puniques de Carthage, Rivista di Studi Fenici III 1975 (tav.XIII,2).
Bodasjtart VII (3)
Provincie‑stadhouder op Sardinië in 239
v.C. Wanneer de huurlingen hier in
opstand komen wordt hij eerst
opgesloten in een burcht in een onbekend gebleven stad en daarna gedood (Polyb.I,79,2). Zijn geboortedatum valt in ieder geval voor
c.260 v.C. Er is geen enkele verdere informatie beschikbaar.
Bodasjtart VIII (4)
Commandant van de Carthaagse troepen in
de Ebro‑regio t.t.v. de 2e Punische
oorlog. Feitelijk zat hij in 217 v.C
vrij zuidelijk van de Ebro waarschijnlijk bij Saguntum, waar hij een zeekamp had. In de burcht aldaar waren tal van
gegijzelden uit Spanje bijeengebracht. Hij schijnt door de Iberiër Abelux
omgepraat te zijn om deze gegijzelden in vrijheid te stellen, want dan zouden de
Spaanse hoofdmannen de zijde van Carthago kiezen. De Bostar doet dat ook
werkelijk, wat vrij naïef mag worden genoemd. Abelux neemt de gegijzelden mee en
levert ze juist uit aan Publius Scipio. Het handelen van deze Bostar zal niet in
dank zijn afgenomen door Hasdrubal, zoon van Hamilcar, die in die tijd de
scepter zwaaide over Punisch Spanje. We horen ook verder niets meer over deze
Bostar. Hij zal terzijde zijn geschoven. Zijn geboortedatum moet ergens voor
c.240 hebben gelegen.
Zie: Polyb.III 98‑99
Livius XXII 22,4‑20
Zonaras IX 1.
Bodasjtart IX (5)
Gezant van Hannibal in de 2e Punische
oorlog om met de afgevaardigden van
Philippus V te gaan onderhandelen.
(Livius XXIII 34,1‑9; 38,1‑7). Samen met Gersacon en Mago gaat deze Bostar in het jaar 215 v.C overzee, maar ze worden
door Romeinse oorlogsschepen onderschept. Bovendien wordt het concept‑verdrag
met Philippus V ontdekt. Het gezelschap wordt doorgestuurd naar Rome onder de
begeleiding van Lucius Valerius Antias. Ze landen eerst te Cumae en worden in de
boeien geslagen. Het verdere lot van de ongelukkige gezanten is niet bekend.
Hoe is deze Bostar in Zuid‑Italië gekomen. Er zijn twee reële mogelijkheden. Hij
was er van het begin af aan bij toen Hannibal zijn tocht uit Spanje begon in
218 v.C, of hij is meegekomen met de vloot van Bomilcar, die in 215 v.C Hannibal
ging bevoorraden in de haven van Locri. Van de familie van Bostar de gezant is
niets bekend. De geboortedatum van deze Bostar ligt ergens voor c.235 v.C.
Bodasjtart X (6)
Commandant van Capua tijdens de 2e
Punische oorlog (Livius XXVI 5,6;12,10 +
Appianus Hann.43). In het jaar 211 v.C is
Capua aan alle kanten ingesloten. In de stad bevindt zich een Punisch garnizoen onder Bostar en Hanno. Zij doen een
uitval, wanneer Hannibal tracht om de stad te ontzetten. Bij de poort, die naar
de Volturnus leidt, komt het tot een groot gevecht. Olifanten van Hannibal
dringen het Romeinse kamp binnen, maar tot een echt ontzet van de stad komt
het toch niet. Hannibal onderneemt dan zijn tocht naar Rome om de Romeinse
legioenen bij Capua weg te lokken. Die blijven echter goeddeels op hun plek. De
nood in Capua stijgt met dag.70 Numidiërs doen zich zelfs voor als overlopers,
maar worden ontmaskerd en hun handen kunnen ze letterlijk inleveren. Zo mogen
ze terug naar Capua. Niet lang hierna zal Capua capituleren. De Punische
bezettingsmacht wordt in de boeien geslagen en dat lot zal ook Hanno en Bostar
zijn beschoren. Hun verdere lot is onbekend. Van de familie van deze Bostar is
niets bekend. Zijn geboortedatum moet ergens voor c.235 v.C hebben gelegen.
Hoe is deze Bostar in Zuid‑Italië gekomen. Er zijn twee reële mogelijkheden. Hij
was er van het begin af aan bij toen Hannibal zijn tocht uit Spanje begon in
218 v.C, of hij is meegekomen met de vloot van Bomilcar, die in 215 v.C Hannibal
ging bevoorraden in de haven van Locri. In ieder geval heeft hij de periode 215‑
211 v.C meegemaakt, waarbij de oorlog in Zuid‑Italië op zijn zwaarst woedde.
Bodasjtart XI
In het tijdschrift Archeologia VIVA
staat onder nr.136 de tekst van een
inscriptie uit Carthago, maar zonder
tijdsaanduiding. Interessant is echter de stamboom, die 4 generaties beslaat.
Gersacon
V
Idnibaal
V
Bodmelqart
V
Bodasjtart
Bodasjtart XII
Veel namen komen ook voor in
Constantine=El Hofra=Cirta als gevolg van de grote
vlucht door Carthagers naar het
Massylische koninkrijk. Zo ook een Bodasjtart (bd*sj[t]rt) als zoon van Baalhanno (b*lh.n'). Zie: Le sanctuaire punique d'el
Hofra, Berthier/Charlier nr.8.
Bodasjtart XIII
Een andere inscriptie (nr.56) uit El‑Hofra
heeft zelfs een tijdsaanduiding in de
inscriptie zelf. Er wordt gewag gemaakt
van het 41e regeringsjaar en dan komen we uit op c.163/162 v.C. Er leeft dan een Bodasjtart als zoon van Hamilcar
(*bdmlqrt). Zie: Le sanctuaire punique d'el Hofra, Berthier/Charlier. Hij moet
minstens voor c.185 v.C zijn geboren en zijn vader minstens voor c.205 v.C.
Nog voor de val van Carthago hebben zich dus al Puniërs gevestigd in de
hoofdstad van Massylië.
Bodasjtart XIV
Inscriptie nr.57 van El‑Hofra rept van
een Bod*sjtart als zoon van *Acbor in
waarschijnlijk het 45e regeringsjaar
(=c.159/158). Hier wordt het regeringsjaar van Massinissa en zijn volgelingen mee bedoeld.Hij moet voor c.180 v.C zijn geboren en zijn vader minstens
voor c.200 v.C. Zie: Le sanctuaire punique d'el Hofra, Berthier/Charlier.
In het oostelijk Middellandse zeegebied te Sidon is maar één markant voorbeeld van de naam aanwezig en wel rond 500 v.C.
Daarna duikt de naam vooral in het westelijke Middellandse zeegebied op. Het is voornamelijk een Carthaagse naam, alhoewel hij ook gesignaleerd wordt op Sardinë en Sicilië. Tijdens de Punische oorlogen zwermen de Bodasjtartes uit over het westelijk deel van de Middellandse zee. De naam komt op zijn laatst weer voor in het binnenland te Cirta.
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten