vrijdag 19 april 2013

Bodastarte


        BODASJTART/BOSTAR

        Bd*sjtrt (fen), Boudastratos / Bodostor / Bostaros / Bostor (gr), Bostar (lat).

        Betekenis: In of door de hand van Asjtarte.

        De naam komt zeer veel voor. Ca.1200 maal in het Punisch, 23 maal in het

        Fenicisch en c.15 maal in het Neopunisch.

         Bd*sjtrt komt als Neopunisch voor in de volgende plaatsen:

        Lepcis magna, Hr.Maktar, Sousse, Constantine, Hr.Bou Aftan, S.Antioco.

         De naam wordt in het Punisch nogal eens foutief gespeld op diverse inscripties:

        bd*ltrt, bd*sjdrt, bd*sjt, bd*sjtwn, bd*sjt*rt en bd*sjtr.

        Zie:F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,

        Biblical Institute Press, 1972, blz 82.

        Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

         De nummering tussen haakjes verwijst naar de opgave in de Dictionnaire

        Lipinski. De Romeinse cijfers geven de volgorde alhier aan.
 

        Enige markante personen zijn:

         Bodasjtart (1) I

         Koning van Sidon. Hij noemt zichzelf de kleinzoon van Esjmoenazar I en is de
        opvolger van Esjmoenazar II. Waarschijnlijk is hij de zoon van een tot dusver
        onbekend gebleven zoon van Esjmoenazar II. Bodasjtart leefde in de 5e eeuw v.C
        te Sidon. In de tempel van Esjmoen te Bostan esh‑Sheikh heeft hij een twintigtal
        inscripties achtergelaten, waaruit blijkt, dat hij gebouwd en gerestaureerd heeft
        in diverse wijken van Sidon. Waarschijnlijk is hij ook de bouwer van de tempel
        voor Esjmoen. Deze tempel is gelegen op de zuidelijke oever van de Nahr‑al‑
        Auwaly. Andere familieleden van Bodasjtart zijn de oom Tabnit en de tante
        'Emasjtart.
        De kleine bouwinscriptie (AT 9) luidt als volgt:
        “Koning Bodasjtart en de kroonprins Yatonmilk, koning van de Sidoniërs, neef van
        de Koning Esjmoenazar, koning van de Sidoniërs; deze tempel heeft hij gebouwd
        voor zijn god Esjmoen‑sjar‑kodesj”.
        Bodasjtart heeft kennelijk een zoon Yatonmilk.
        De grote bouwinscriptie (AT 8) luidt als volgt volgens V.Landau:
        "Koning Bodasjtart, de koning van de Sidoniërs, neef van Esjmoenazar, koning van
        de Sidoniërs: in zee‑Sidon, Sjamimramim (bovenste hemel), Eres‑resjafim (land
        van de dodesschaduw), Sidon is gelukkig geweest met wat hij bouwde. En in
        Sidon‑van‑de‑vlakte heeft hij deze tempel gebouwd voor zijn god Esjmoen‑sjar‑
        kodesj."
        A.Mentz maakt er in 1944 van:
        "Koning Bodasjtart, de koning van de Sidoniërs, neef van Esjmoenazar, koning van
        de Sidoniërs, heeft in Sidon de bedorven schandvlek van het land (=Esjmoenazar
        II) weggewerkt. Reshef uit Sidon heeft hem als heer ingezet en als heerser van
        Sidon bouwt hij deze tempel voor zijn heer, Esjmoen, die als een bok springt."
        Deze laatste vertaling doet vermoeden, dat Bodasjtart een staatsgreep heeft
        gepleegd.
        P.Magnanini keert in 1973 toch weer terug naar goeddeels  de interpretatie van
        Landau:
        “Koning Bodasjtart, de koning van de Sidoniërs, neef van Esjmoenazar, koning van
        de Sidoniërs heeft gebouwd in Sidon‑aan‑de‑zee, in de hoge hemelen en in het
        gebied Reshef, dat boven Sidon domineert, deze tempel voor Esjmoen, de
        voornaamste godheid.”
        Waarschijnlijk heeft Bodasjtart vanaf c.500 geregeerd. In c.475 wordt hij
        waarschijnlijk opgevolgd door Yatonmilk. Het eskader van Sidon binnen de
        Perzische vloot in 480 v.C wordt echter aangevoerd door Tetramnestos, zoon van
        Anysos (Herod.VII 98). Dit kunnen 'gewone' admiraals zijn, maar het is toch
        veelal gebruikelijk, dat de koning of een familielid het bevel over de vloot
        voert. Dit kan aanleiding zijn om de levensfase van deze Bodasjtarte iets anders
        in te schatten.
        Zie: N.Jidejian, Sidon, Dar el‑Mackreq Publications, Beirut.
        Zie: A.Mentz, Beiträge zur Deutung der Phônizischen Inschriften, Leipzig 1944.
        Zie: P.Magnanini, Le iscrizioni fenicie dell'oriente, Roma 1973.

        Bodasjtart IA
     
        Een munt uit Sidon vermeldt de opschrift b(d*sjtrt) vanuit de periode 384‑370
        v.C (Magnanini). Men bedoelt daar waarschijnlijk *bd*asjtarte mee.

         Bodasjtart II

          Tofet Carthago c.375 v.C. Hij wordt vermeld op een gedenksteen van 24x10x8,5 cm
        van leisteen uit de 4e eeuw v.C. Het is een geschenk aan Tanit van Hasdrubal
        (Azrabaal), zoon van Bodasjtarte en die is de zoon van Maharbal.
        Zie:Khader/Soren blz 150.

        Bodasjtart III
 
        Genoemd op een wijdingsinscriptie te Sulcis (San Antioco) op Sardinië op een
        bronzen plaat van 20,5(h) x 14,5(b). Zie Amadasi blz 120.
        Tijd: einde 4e eeuw ‑ 1e helft 3e eeuw v.C. Deze Bodasjtart behoort tot de
        volgende familie:
        ....                              c.425?

        V

        Mago                          c.400?

        V

        Himilkat                      c.375?

        V

        Hanno                         c.350?

        v

        Bodasjtart                    c.325?

        V

        Himilk: deze doet de wijding: c.300?

        Het is een van de weinige inscripties, waarbij een familie over 5 generaties
        kunnen terugzien. Meestal betreft het maar 2 of hoogstens 3 generaties. Al de
        personen ouder dan Himilk behoeven niet persé uit Sulcis zelf te komen.
        Deze Bodasjtart is waarschijnlijk voor c.345 geboren. Er zijn geen functies of
        beroepen van de betrokken personen bekend. Het zijn typisch Carthaagse namen.
        Mogelijk, dat Bodasjtart of een van zijn voorvaderen uit Carthago zelf komt.

        Bodasjtart IV
  
       Een suffeet uit de 3e‑2e eeuw v.C [in de plaats Eryx?]. Hij komt voor op een
        wijdingsinscriptie van Himilk samen met een andere suffeet Mago. De wijding
        vindt plaats aan Asjtarte van Eryx en wordt gedateerd op de 3e‑2e eeuw v.C
        (Amadasi blz 53). Aangezien Eryx na 241 v.C onder de Romeinen kwam is het
        aannemelijk, dat de inscriptie voor dat jaartal tot stand kwam. De drie namen op
        deze inscriptie komen ook voor bij Bodasjtart II op Sulcis. Door het veelvuldig
        voorkomen van deze namen in de Punische wereld behoeft het echter niets te
        betekenen te hebben, maar het valt wel op.

        Bodasjtart V (2)
 
       Strateeg t.t.v. de 1e Punische oorlog (Polyb.I,30.1). Hij geraakt waarschijnlijk in
        256 v.C in gevangenschap na de veldslag bij Adun of Adys (=Uthina?, dat c.25 km
        ten zuiden van Tunis ligt). Volgens Diodoros (XXIV 12) komt hij na mishandeling
        in gevangenschap om het leven. Hij wordt hier eigenlijk Bostar genoemd. Zijn
        mede‑generaal bij Adun is Hasdrubal, zoon van Hanno. De derde veldheer is
        Hamilcar, die terugkomt uit Sicilië met 5000 man voetvolk en 500 ruiters.
        Dat de Carthagers bij Adun de veldslag verloren, schijnt door enige tactische
        blunders van Hamilcar te zijn veroorzaakt. Deze Bodasjtarte moet ongeveer van
        tenminste c.280 tot c.256 v.C geleefd hebben. Van de familie van deze
        Bodasjtart/Bostar is niets bekend.

        Bodasjtart VI

        Carthago c.250 v.C. Op een grijze kalksteen met een lotusbloem als decoratie
        wordt een wijding gedaan door b*l..lt omstreeks 225 v.C. Zijn vader is
        Bodasjtarte. En diens vader is "bdblgrt?". Deze Bodasjtarte moet ongeveer in de
        periode 270‑250 v.C  minimaal geleefd hebben en heeft dus de 1e Punische oorlog
        meegemaakt. Zie: Steles Puniques de Carthage, Rivista di Studi Fenici III 1975 (tav.XIII,2).

        Bodasjtart VII (3)

        Provincie‑stadhouder op Sardinië in 239 v.C. Wanneer de huurlingen hier in
        opstand komen wordt hij eerst opgesloten in een burcht in een onbekend gebleven
        stad en daarna gedood (Polyb.I,79,2). Zijn geboortedatum valt in ieder geval voor
        c.260 v.C. Er is geen enkele verdere informatie beschikbaar.

        Bodasjtart VIII (4)

        Commandant van de Carthaagse troepen in de Ebro‑regio t.t.v. de 2e Punische
        oorlog. Feitelijk zat hij in 217 v.C vrij zuidelijk van de Ebro waarschijnlijk bij
        Saguntum, waar hij een zeekamp had. In de burcht aldaar waren tal van
        gegijzelden uit Spanje bijeengebracht. Hij schijnt door de Iberiër Abelux
        omgepraat te zijn om deze gegijzelden in vrijheid te stellen, want dan zouden de
        Spaanse hoofdmannen de zijde van Carthago kiezen. De Bostar doet dat ook
        werkelijk, wat vrij naïef mag worden genoemd. Abelux neemt de gegijzelden mee en
        levert ze juist uit aan Publius Scipio. Het handelen van deze Bostar zal niet in
        dank zijn afgenomen door Hasdrubal, zoon van Hamilcar, die in die tijd de
        scepter zwaaide over Punisch Spanje. We horen ook verder niets meer over deze
        Bostar. Hij zal terzijde zijn geschoven. Zijn geboortedatum moet ergens voor
        c.240 hebben gelegen.
        Zie: Polyb.III 98‑99
             Livius XXII 22,4‑20
             Zonaras IX 1.

        Bodasjtart IX (5)

        Gezant van Hannibal in de 2e Punische oorlog om met de afgevaardigden van
        Philippus V te gaan onderhandelen. (Livius XXIII 34,1‑9; 38,1‑7). Samen met
        Gersacon en Mago gaat deze Bostar in het jaar 215 v.C overzee, maar ze worden
        door Romeinse oorlogsschepen onderschept. Bovendien wordt het concept‑verdrag
        met Philippus V ontdekt. Het gezelschap wordt doorgestuurd naar Rome onder de
        begeleiding van Lucius Valerius Antias. Ze landen eerst te Cumae en worden in de
        boeien geslagen. Het verdere lot van de ongelukkige gezanten is niet bekend.
        Hoe is deze Bostar in Zuid‑Italië gekomen. Er zijn twee reële mogelijkheden. Hij
        was er van het begin af aan bij toen Hannibal zijn tocht uit Spanje begon in
        218 v.C, of hij is meegekomen met de vloot van Bomilcar, die in 215 v.C Hannibal
        ging bevoorraden in de haven van Locri. Van de familie van Bostar de gezant is
        niets bekend. De geboortedatum van deze Bostar ligt ergens voor c.235 v.C.

        Bodasjtart X (6)

        Commandant van Capua tijdens de 2e Punische oorlog (Livius XXVI 5,6;12,10 +
        Appianus Hann.43). In het jaar 211 v.C is Capua aan alle kanten ingesloten. In
        de stad bevindt zich een Punisch garnizoen onder Bostar en Hanno. Zij doen een
        uitval, wanneer Hannibal tracht om de stad te ontzetten. Bij de poort, die naar
        de Volturnus leidt, komt het tot een groot gevecht. Olifanten van Hannibal
        dringen het Romeinse kamp binnen, maar tot een echt ontzet van de stad komt
        het toch niet. Hannibal onderneemt dan zijn tocht naar Rome om de Romeinse
        legioenen bij Capua weg te lokken. Die blijven echter goeddeels op hun plek. De
        nood in Capua stijgt met dag.70 Numidiërs doen zich zelfs voor als overlopers,
        maar worden ontmaskerd en hun handen kunnen ze letterlijk inleveren. Zo mogen
        ze terug naar Capua. Niet lang hierna zal Capua capituleren. De Punische
        bezettingsmacht wordt in de boeien geslagen en dat lot zal ook Hanno en Bostar
        zijn beschoren. Hun verdere lot is onbekend. Van de familie van deze Bostar is
        niets bekend. Zijn geboortedatum moet ergens voor c.235 v.C hebben gelegen.
        Hoe is deze Bostar in Zuid‑Italië gekomen. Er zijn twee reële mogelijkheden. Hij
        was er van het begin af aan bij toen Hannibal zijn tocht uit Spanje begon in
        218 v.C, of hij is meegekomen met de vloot van Bomilcar, die in 215 v.C Hannibal
        ging bevoorraden in de haven van Locri. In ieder geval heeft hij de periode 215‑
        211 v.C meegemaakt, waarbij de oorlog in Zuid‑Italië op zijn zwaarst woedde.

        Bodasjtart XI

        In het tijdschrift Archeologia VIVA staat onder nr.136 de tekst van een
        inscriptie uit Carthago, maar zonder tijdsaanduiding. Interessant is echter de
        stamboom, die 4 generaties beslaat.

        Gersacon

        V

        Idnibaal

        V

        Bodmelqart

        V

        Bodasjtart

        Bodasjtart XII

        Veel namen komen ook voor in Constantine=El Hofra=Cirta als gevolg van de grote
        vlucht door Carthagers naar het Massylische koninkrijk. Zo ook een Bodasjtart
        (bd*sj[t]rt) als zoon van Baalhanno (b*lh.n'). Zie: Le sanctuaire punique d'el
        Hofra, Berthier/Charlier nr.8.

        Bodasjtart XIII

        Een andere inscriptie (nr.56) uit El‑Hofra heeft zelfs een tijdsaanduiding in de
        inscriptie zelf. Er wordt gewag gemaakt van het 41e regeringsjaar en dan komen
        we uit op c.163/162 v.C. Er leeft dan een Bodasjtart als zoon van Hamilcar
        (*bdmlqrt). Zie: Le sanctuaire punique d'el Hofra, Berthier/Charlier. Hij moet
        minstens voor c.185 v.C zijn geboren en zijn vader minstens voor c.205 v.C.
        Nog voor de val van Carthago hebben zich dus al Puniërs gevestigd in de
        hoofdstad van Massylië.

        Bodasjtart XIV

        Inscriptie nr.57 van El‑Hofra rept van een Bod*sjtart als zoon van *Acbor in
        waarschijnlijk het 45e regeringsjaar (=c.159/158). Hier wordt het regeringsjaar van Massinissa
        en zijn volgelingen mee bedoeld.Hij moet voor c.180 v.C zijn geboren en zijn vader minstens
        voor c.200 v.C. Zie: Le sanctuaire punique d'el Hofra, Berthier/Charlier.
 
In het oostelijk Middellandse zeegebied te Sidon is maar één markant voorbeeld van de naam aanwezig en wel rond 500 v.C.
Daarna duikt de naam vooral in het westelijke Middellandse zeegebied op. Het is voornamelijk een Carthaagse naam, alhoewel hij ook gesignaleerd wordt op Sardinë en Sicilië. Tijdens de Punische oorlogen zwermen de Bodasjtartes uit over het westelijk deel van de Middellandse zee. De naam komt op zijn laatst weer voor in het binnenland te Cirta.

 ncfps

See for more information and in the English language:

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten