woensdag 17 april 2013

Adonbaal


 

        ADONBAAL

        'dnb*l (fen), A‑du‑ni/nu‑ba‑'‑al/li (akk), Adnibal / Adombal / Iddibal (lat).

        Betekenis: mijn heer is Baal.

        De naam komt slechts een enkele maal voor in Fenicische inscripties.

        Daarentegen is hij 474 x in het Punisch geregistreerd. In het Neopunisch komt

        de naam 15 x naar voren.

        F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,

        Biblical Institute Press, 1972.

        Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

        Tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski. In Romeinse cijfers de

        volgorde alhier.


        Adonbaal I

        Op een inscriptie op een speerpunt uit de 2e helft van de 10e eeuw v.C komt de
        naam 'dnb*l voor. De vindplaats is onbekend, maar die moet ergens in
        Libanon/Syrië zijn gelegen. De inscriptie stamt uit een collectie uit Damascus.
        Deze Adonbaal heeft een zoon *zrb*l (Azrubaal). Waarschijnlijk is dit de oudste
        gevonden Adonbaal.

Adonbaal

\/

Azrubaal

         Adonibaal II (1)

        Koning van Siyan in 853 v.C. Siyan ligt in het Syrische binnenland ter hoogte
        van Latakia. Adonibaal neemt deel aan de slag bij Qarqar, waarbij hij
        participeert in een Anti‑Assyrische coalitie. Zijn bijdrage is een strijdmacht
        van 30 strijdwagens en 10.000 man. De coalitie schijnt door de Assyriërs
        verslagen te zijn, maar toch is het dan merkwaardig, dat de Assyriërs zich enige
        jaren niet meer laten zien in deze streek. Zie: J.B.Pritchard, The Ancient Near
        East Texts relating to the Old Testament.p.279 en J.Briend+M.‑J.Seux, Textes du
        Proch‑Orient ancien, Paris 1977, p.86.

        Adonibaal III (2)

        Een van de zonen van Yakinlou, de koning van Arvad t.t.v. Assoerbanipal. Zie:
        J.B.Pritchard, The Ancient Near East Texts relating to the Old Testament.p.296.
        Assoerbanipal kiest c.668 v.C na de dood van Yakinlou de opvolger uit de reeks
        zonen van Yakinlou. Dat wordt niet Adun‑baal, maar hij wordt schadeloos gesteld
        met de onvangst van veelkleurige gewaden en gouden sieraden.

Yakinlou

\/

Adun-baal

         Adonbaal IV

          De naam komt voor in de 1e helft van de 7e eeuw v.C te Amrit (Marathos).
        Zijn vader is Bodmelqart en zijn zoon heet Esjmoena/don.


         Adonibaal V (rab) c.300 huwt Sophonibaal.

        Echtgenoot van Sophonibaal, die de dochter is van Abdmelqart (RAB). Adonibaal is
        Eveneens een RAB en bovendien een miqim elim. Het betekent, dat Adonibaal een
        Hoge politieke en religieuze functionaris. Datering c.300 v.C.

        Adonbaal VI te Lilybaeum c.275

        Adonibaal VIII (3)

       Zoon van Azzimilk, suffeet van Carthago tegen het einde van de 4e eeuw v.C. Hij
        maakt deel uit een aristocratische lijn van minstens 4 suffeten (CIS I, 5988 =
        KAI 95).

        c.400     D*mlk     (komt ook voor te Carambolo!)

                        V

        c.375     Bodmelqart suffeet

                        V

        c.350     .....?    suffeet

                        V

        c.325     *zmlk     suffeet                         Bodmelqart

                        V                                             V

        c.300     Adonbaal  suffeet                         ... sjpt (Shapot?)


        Adonbaal VII

       Een lange inscriptie uit de 3e eeuw v.C van Calaris vermeldt een Adonbaal. De
        inscriptie is gedeeltelijk leesbaar op een blok marmer van 14 x 11 x 7 c. Er
        wordt een heiligdom gebouwd, waaraan een groot aantal personen hebben
        deelgenomen, waaronder deze Adonbaal. Zie: Amadasi, Sardinië nr.36.

        Adonbaal VIII

        Inscriptie op een blok marmer(?) van 41,5 x 49,5 x 9 cm. Datering: 3e‑2e eeuw
        v.C. De inscriptie is behoorlijk aangetast, zodat het gissen is voor wat betreft
        de afstammingslijnen. Niettemin is een en ander opgesteld in de tijd van een
        aantal suffeten, zoals h.my, mh[r]b[*]l, grskn te Tharros. Er worden ook suffeten
        genoemd uit Carthago en dat zouden kunnen zijn Adonbaal en Himilkat. Zie:
        Amadasi, Sardinië nr 32.

        Adonbaal IX + X

        Een inscriptie uit Marsala (Lilybaion) noemt o.a. twee maal een Adonbaal. De
        inscriptie is gedateerd op de 3e/2e eeuw v.C (Amadasi). De wijding werd verricht
        door Hanno. Aangezien de stad in 241 v.C overging in Romeinse handen is het
        waarschijnlijker, dat de wijding c.250 v.C plaatsvond. De stamboom kan er als
        volgt hebben uit gezien bij "normale" cycli van c.25 jaren:

        c.325     Adonbaal IX

                        V

        c.300     Gerasjtarte

                        V

        c.275     Adonbaal X

                        V

        c.250     Hanno

        De ene Adonbaal is dus de kleinzoon van de andere.
       Zie: Amadasi, Sicilië nr.5.

        Idnibaal XI

        In het tijdschrift Archeologia VIVA staat onder nr.136 de tekst van een
        inscriptie uit Carthago met de verlatijnste naam Adonbaal , maar zonder
        tijdsaanduiding. Interessant is echter de stamboom, die 4 generaties beslaat.
 
        Gersacon

            V

        Idnibaal

            V

        Bodmelqart

            V

        Bodasjtart

 
       Adonbaal XII  Tharros c.225-200 suffeet van Carthago.

       Dit kunnen meerdere personen zijn!

         Idnibalis XIII

         Op een bilingue (latijns/neopunisch) uit Sulcis (San Antioco) staat een Adonbaal
        vermeld als zoon van Himilkat. Deze Adonbaal heeft zelf weer een zoon, die ook
        Himilkat heet. De inscriptie is opgesteld ter gelegenheid van de bouw van een
        heiligdom voor de vrouwe 'lt (Elat?).

        Adonibaal XIV (4)

        Zoon van Arisj te Leptis Magna. Zie de bilingue (pun/lat) uit het jaar 8 v.C.
        (Trip.21 = IRT 319 = KAI 120).
        Trip.:G.Levi Della Vida + M.G.Amadasi Guzzo, Iscrizioni puniche della Tripolitania
        (1927‑1967), Roma 1987.
        IRT: J.M.Reynolds+J.B.Ward‑Perkins, Inscriptions of Roman Tripolitania, Roma‑
        London 1952.
        KAI: H.Donner+W.Röllig, Kanaanäische und Aramäische Inschriften, Wiesbaden 1971‑
        1976.

        Adonibaal XV (5)

        Zoon van Hannibal, een vooraanstaand burger van Leptis Magna. Zie een bilingue
        (pun/lat) uit de 2e eeuw na Chr (Trip.17 = IRT 599 = KAI 130).
        Trip.:G.Levi Della Vida + M.G.Amadasi Guzzo, Iscrizioni puniche della Tripolitania
        (1927‑1967), Roma 1987.
        IRT: J.M.Reynolds+J.B.Ward‑Perkins, Inscriptions of Roman Tripolitania, Roma‑
        London 1952.
        KAI: H.Donner+W.Röllig, Kanaanäische und Aramäische Inschriften, Wiesbaden 1971‑
        1976.

De naam Adonbaal duikt voor het eerst op in de 10e eeuw v.C ergens in Syrië en/of de Libanon. Vervolgens komt de naam voor in het noordelijk deel van Fenicië bij Siyan, Arvad en Amrit (8e-7e eeuw v.C). Dan valt er tijd een leemte. Pas rond c.350 v.C komen we de naam weer markant tegen in Tyrus als een suffeet, maar vooral in het westelijke deel van de Middellandse zee met name in Sardinië en Sicilië. Via Carthago komen de laatste signaleringen tegen in Lepcis tot in de 2e eeuw na Chr.toe.

De verbreiding van de naam Adonbaal in het neopunisch gaat als volgt:

 
                                   Sulky
 
 
 
                        Cap Djinet
Oudjel
 
                        Cirta
                                   H. Aouin
                                   H.Kasbat
                                   H.Maktar
                                   H.Medeine
                                   H.Merah
 
 
                                                                                  Hadrumetum
 
 
 
                                                                                                          Lepcis
 

 

 

1 opmerking: