ADHERBAL
'drb*l (fen/pun), Aderbal(l)os (gr), Atarbas (gén), Ad(h)erbal /
Adarbaal /
Adarbalis / Aderbalo (lat).
Betekenis: Baal is krachtig / machtig.
De naam komt redelijk veel voor in de Fenicisch‑Punische wereld. In
totaal komt
de naam 'drb*l 72 x voor volgens de opgave van F.L.Benz in: Personal
Names in
the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome, Biblical Institute Press,
1972.
Daar komen nog 4 à 5 Neopunische namen bij uit Leptis Magna, Maktar en
Constantine. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984,
R.U.Groningen.
In feite treffen we de naam vooral aan in het westelijke deel van de
Middellandse zee.
In het vervolg wordt tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire
Lipinski
aangegeven. In Romeinse cijfers de totale rangorde chronologisch bezien
van de
hier weergegeven personen. Enige (markante) voorbeelden, waarbij we iets
meer
dan alleen de naam weten, zijn:
Adherbal I
Op een steen van 46 cm hoogte en 35 cm breedte is een inscriptie
aangetroffen
uit Tharros op Sardinië met de naam van Adirbaal ('drb*l). Deze stamt
uit de 4e eeuw v.C. Het is een eenvoudige optekening van de familie. Adirbaal (of
Adherbal) blijkt de zoon te zijn van Yatonbaal (ytnb*l) en die is weer de zoon
van Abdo (*bd'). Zie Amadasi Sardegna 16. Wat voor beroep of positie deze
Adherbal had wordt niet duidelijk. Adherbal I leefde in een Sardinië, dat voor
een belangrijk deel onder de controle van Carthago stond. In deze 4e eeuw v.C
zijn op het eiland geen oorlogen of rampen te melden. Zijn plaats Tharros was
een van de voornaamste Carthaagse steunpunten en vervulde een intermediaire rol
naar de Balearen toe.
Abdo
(c.400)
\/
Yatonbaal
(c.375)
\/
Adirbaal
(c.350) te Tharros
Adherbal II (1) leefde aan het eind van de 4e eeuw v.C. Hij duikt op als
commandant van Carthaagse troepen, die de kuststeden moet bevrijden dan
wel beschermen. Hij bevecht een overwinning op de troepen van Agathocles. Dit moet
dicht in de buurt van Carthago zijn geweest in de loop van het jaar 307 v.C.
Daarna belegert hij met zijn troepen Tunis.
Zijn mede‑generaals zijn Hanno en Himilco, die ieder voor zich ook een deel van
de troepen van Agathocles verslaan. Agathocles zit op dat moment in Sicilië en
heeft het commando in Afrika overgedragen aan Archagatos.
De drie Carthaagse generaals hebben ieder zo'n 10‑15.000 man tot hun
beschikking. Vermoedelijk sluit Adherbal (1) Tunes in het zuiden van de
buitenwereld af. Zijn legerkamp ligt op 40 stadiën (=7,4 km) van Tunes
verwijderd (Diod.XX.60.6‑61). In het noorden hebben dan Hanno en Himilco
stelling betrokken op 100 stadiën (=18,5 km) afstand van Tunes. Wanneer
Agathocles is teruggekeerd, wordt er nog een uitvalspoging gedaan naar het
noordelijke Carthaagse kamp, dat echter mislukt. De hierna ontstoken
vreugdevuren zetten het noordelijke Carthaagse kamp echter geheel in
lichterlaaie.
Niettemin is de uitkomst van de oorlog duidelijk. In het leger van Agathocles
komt steeds meer honger en desertie voor en de koning van Syracuse pakt op een
gegeven moment definitief zijn biezen. Het is merkwaardig, dat in het relaas van Diodoros
het zuidelijke kamp van Adherbal helemaal niet meer in beeld komt. Juist bij de
bestorming van het noordelijke Carthaagse kamp, had Adherbal vanuit het zuiden
actie hebben kunnen ondernemen. Misschien heeft hij dat wel gedaan, maar
Diodoros bericht daar niets over.
Van deze Adherbal (1) weten we alleen zijn militaire activiteiten in dit jaar
307 v.C. Hij moet voor 330 v.C geboren zijn. Het is onbekend uit welke ouders en
ook weten we niets over zijn eventuele eigen gezin. We horen verder helemaal
niets meer over hem. Omstreeks 300 v.C is er wel een suffeet bekend in Carthago
met de naam Maharbaal. Adherbal (1) kan de andere suffeet geworden zijn, maar
dat kunnen evengoed Himilco en/of Hanno zijn geweest.
Adherbal (1) leefde in de tijd van invasie van Agathocles. In die benauwde tijd
werden veel kinderoffers gebracht en misschien heeft Adherbal (1) ook wel zijn
eigen kind ter beschikking moeten stellen. Hij maakte ook de staatsgreep van
Bomilcar mee in 308 v.C. Kennelijk was hij geen aanhanger van deze Bomilcar,
want hij krijgt juist daarna het commando over een deel van Carthaagse troepen.
Zie: S.Gsell, l'Histoire Ancien Afrique du Nord III, p 53‑56, 94‑95 + W.Huss,
Geschichte der Karthager, p.198, 243‑244.
Adherbal III
Op een bronzen plaquette is hier op Sardinië in Antas een Punische inscriptie
gevonden, waarvan de rechterkant beschadigd is. Niettemin kan er uit worden
opgemaakt, dat er door Himilkat een wijding is gedaan. Hij is de zoon van
Baalyaton, de suffeet en die is weer een zoon van Adirbaal, ook een suffeet en
die is weer een zoon van een door de beschadiging onbekend gebleven persoon.
Himilkat is bij het volk van Sulcis en doet zijn wijding in het jaar X van
Hanno. Sulcis is in feite het eiland San Antioco aan de zuidwestkant van het
eiland. De plaats Antas gelegen in het binnenland van Sardinië, maar wel in
dezelfde zuidwesthoek, moet voor de bewoners van Sulcis een rol gespeeld hebben
op het religieuze vlak.
De inscriptie stamt uit de 2e helft van de 3e eeuw v.C. Als Himilkat dus c.225
v.C geleefd heeft, dan kan Baalyaton op c.250 v.C en Adirbaal op c.275 v.C
gesteld worden als de overlappende generaties tenminste cycli van c.25 jaren
hebben bedragen. Nu vindt er op Sardinië in 240‑238 v.C ook een
huurlingenopstand plaats. Aansluitend daaraan gaat het eiland over in Romeinse
handen. Aangezien er sprake is in het jaar X van Hanno, zou het aannemelijk
kunnen zijn, dat Himilkat reeds voor 240 v.C zijn wijding deed. In dat geval zou
deze Adherbal III aan het begin van de 3e eeuw v.C geplaatst kunnen worden.
Zie:Ricerche puniche ad Antas 1969, Instituto di studi del vicino oriente,
Universita di Roma, Les inscriptions, M.Fantar.
Adirbaal
de suffeet c.275
\/
Baalyaton
de suffeet c.250
\/
Himilkat
van Sulcis te Antas c.225
De vierde Adherbal, die we hier noemen, leefde in het midden van de 3e
eeuw v.C.
De 1e Punische oorlog is in volle gang, maar bevindt zich in een
impasse. De Romeinen trachten kost wat kost het belangrijkste steunpunt van de Carthagers
op het eiland Sicilië in handen te krijgen en het is daar, dat Adherbal (2) een
belangrijke rol zal gaan spelen. Diodoros (XXIV 1,2) en Polybios (I.44,1; 46,1;
49‑52) berichten erover.
Adherbal (2) is een admiraal, die met zijn vloot bij Drepana de wacht houdt. Hij
probeert met snelle schepen Lilybaion van proviand te voorzien.
In 249 v.C krijgt hij nog eens versterking van 70 schepen onder het commando
van Carthalo. Zijn vermoedelijke strijdmacht telt dan omstreeks 120 schepen.
Deze versterking moet Adherbal al hebben gekregen nog voor de zeeslag, want
anders had hij tegenover een meer dan tweevoudige overmacht gestaan, ofwel de
Carthaagse vloot zou met twee vloten van ca.100 (Adherbal) en ca.70 schepen
(Carthalo) wel erg groot zijn geweest in deze fase van de strijd. Men had namelijk zes
jaar daarvoor honderden schepen verloren in diverse zeeslagen.
Na de ophanden zijnde zeeslag kan Adherbal namelijk Carthalo met ten hoogste 120
schepen naar de zuidkust van Sicilië sturen.
Voor Lilybaion ligt een kordon van blokkadeschepen met minstens 10.000
scheepspersoneel onder het commando van Publius Appius Claudius Pulcher. Deze
man had de bijnaam "de mooie", maar hij was meer gediend met een naam als
"verwaand" en "eigenwijs". Hij schijnt slechte voortekenen in de wind te hebben
geslagen, want hij wlde de oorlog gaan beslissen in een grote klap en dat was
de uitschakeling van de vloot van Adherbal.
Pulcher gaat met 120 schepen op Adherbal bij Drepana af, maar wordt bijtijds
door wachten langs de kust opgemerkt. Adherbal laat onmiddellijk zijn complete
strijdmacht de haven uitvaren. Zijn schepen waren ook sneller dan die van de
Romeinen als gevolg van een betere constructie en een hogere kunde van de
roeiers. Adherbal heeft zijn schepen op tijd in open zee gekregen, terwijl
Pulcher langs de kust voortploetert. Toen de eerste Romeinse schepen de haven
van Drepana bereikten was die leeg. In een grote boog lag de vloot van Adherbal
op zee en viel uit alle macht aan. Als daarbij een Carthaags schip in de
verdrukking raakte dan gebruikte dat zijn snelheid om zich in de open zee terug
te trekken, waarna omgedraaid werd om vervolgens opnieuw van achteren of van
opzij aan te vallen. In zo'n situatie moesten de Romeinen ook keren en geraakten
dan in moeilijkheden vanwege hun gewicht en de slechtere roeikunde van de
bamanningen. Zij werden dan geramd en velen werden tot zinken gebracht.
Bovendien konden de Carthaagse schepen elkaar in open water te hulp snellen
achter hun eigen linie om. Daar tegenover stond, dat geen enkel Romeins schip
zich achterwaarts kon terug trekken, omdat zij te dicht onder de kust moesten
vechten. De Romeinse schepen, die in de verdrukking geraakten, liepen ofwel aan
de grond bij de achtersteven, ofwel zij vluchten gewoon naar de kust toe. De
consul Pulcher zat in de achterhoede en zag wat er gebeurde. Hij vluchtte
onmiddellijk met nog ca.dertig van zijn schepen.
In totaal vielen 93 schepen in handen van de Carthagers en daarmee ook een
groot deel van het scheepspersoneel en een deel van de ingescheepte legioenen.
Zelden hebben de Carthagers op de Romeinen zo'n grote verwinning behaald.
Van de kundige admiraal Adherbal weten we verder niet veel. Wel is bekend, dat
kort na de zeeslag de resterende Romeinse blokkadevloot voor Lilybaion werd
verdreven. Kennelijk blijft Adherbal gewoon op zijn post in Drepana, want hij
stuurt Carthalo met 120 schepen er verder op uit en die weet bij Kamarina
minstens zulke grote successen te behalen door alleen maar de natuur zijn werk
te laten doen.
Even later zien we Carthalo in actie bij het schiereiland Aigithallos, waar hij
800 Romeinen uitschakeld. Over Adherbal valt een stilzwijgen. Is hij wellicht
naar een andere post geroepen. Is hij wellicht ondertussen gesneuveld? We weten
het niet. Nergens is ook maar een waardering voor de kundige admiraal
opgetekend. Een andere mogelijkheid is, dat Adherbal gewoon de commandant van
Drepana was en dat Carthalo eigenlijk de zeeheld was.
Zoals gezegd weten we van Adherbal (2) verder niets. Hoogstens, dat hij
minstens voor c.270 v.C geboren moet zijn. Hij zou zelfs nog omstreeks 300 v.C
geboren kunnen zijn en dan de zoon van heel misschien Adherbal (1) kunnen zijn.
In c.250 v.C zou hij dan 50 jaar oud zijn geweest en dat past meer bij een
admiraal. Ook van zijn vrouw en kinderen weten we niets. Het lijkt er op, dat
Carthalo zijn positie in Drepana heeft overgenomen en dat Adherbal werd
teruggeroepen ofwel uit dank mocht gaan genieten van zijn oude dag in Carthago.
Maar waarom zou men zo'n kundig admiraal aan de kant hebben gezet? Er moet een
andere reden zijn voor zijn plotse verdwijning in de annalen.
Zie:Gsell, l'Histoire de l'Ancienne Afrique du Nord III, p 53‑56, 94‑95 + W.Huss, Geschichte,
p.198, 243‑244.
Adherbal V (3)
Van deze Adherbal weten we eigenlijk nog het minst in deze opsomming. We
weten,
dat hij in Spanje actief is geweest als
officier van Mago (zoon van Hamilcar Barcas) t.t.v. de 2e Punische oorlog. Zie Livius XXVIII 30,4. Er is verder niets
van zijn familie bekend. Hij heeft dus in ieder geval geleefd in ca.206‑205 en
moet voor ca.225 v.C zijn geboren. Adherbal is betrokken bij het zeegevecht in
de straat van Gibraltar. Mago (6), zoon van Hamilcar Barcas, heeft een rebellie
in Gadir neergeslagen en stuurt de aanstichters daarvan naar Carthago. Deze
Adherbal heeft die taak. Er gaat 1 vijfriemer vooruit en Adherbal volgt met 8
drieriemers. Hij wordt echter onderschept door een eskader van Laelius. De
aanwezige stroming verijdelt een geregeld gevecht, maar Adherbal verliest
volgens Livius toch drie schepen. Hij weet echter veilig de Afrikaanse kant van
de zeestraat te bereiken. Dan loopt het spoor dood. Er is nog wel een
mededeling, dat Mago gevlucht is naar een eiland in de oceaan en wellicht heeft
deze Adherbal daarbij een rol gespeeld. Wellicht is hij daarna Mago gevolgd naar
de Balearen en Ligurië en werd hij met Mago teruggeroepen in 203 v.C. Dan zou
hij zijn teruggekeerd in Carthago. Het kan ook zijn, dat hij in Gallia Cisalpina
is gebleven om met een Hamilcar de strijd voort te zetten. Minder indrukwekkend
is het scenario, dat Adherbal na het zeegevecht langs de Afrikaanse kust toch
op den duur langs die kust Carthago heeft bereikt.
Adherbal VI (4)
Dit is de oudste zoon van Micipsa (regeert van 148‑118 v.C) van Numidië
en dan
bevinden we ons in de 2e helft van
de 2e eeuw v.C. Zijn broer is Hiempsal I, die door de adoptief‑zoon van Micipsa in 118 v.C wordt vermoord. Adherbal raakt
verwikkeld in de troonopvolging van het Numidische koninkrijk. Hij wordt in een
veldslag tegen Jugurtha verslagen, vlucht naar Rome en roept de hulp van de
senaat van Rome in. Die geeft hem de oostelijke helft van Numidië (=Massylië)
met de hoofdstad Cirta en Jugurtha moet het doen met de westelijke helft
(=Masaesylië). Jugurtha verwoest echter in 112 v.C Cirta, vermoordt de Italische
kolonisten en laat Adherbal wurgen. Mikiwan of Micipsa is duidelijk een
Numidiër. Kennelijk heeft er een huwelijk/liaison plaatsgevonden met een
gevluchte Carthaagse, waaruit Adherbal VI is ontstaan. Hij is dus half
Numidisch/half Punisch. Het kan zijn, dat Micipsa een Punische naam voor zijn
oudste zoon heeft bedacht, zonder dat er ook maar sprake is van rasvermenging,
maar dat lijkt toch niet erg voor de hand liggend te zijn. Deze Adherbal heeft
minstens van c.140‑112 v.C geleefd. Hij maakt de tijd mee van een toenemende
punisering van het Massylische gebied als gevolg van de vele gevluchte
Carthagers na de ramp van 146 v.C.
Zie: F.Decret‑M.Fantar, L'Afrique du Nord dans l'Antiquité, Paris 1981.
H.G.Horn‑C.B.Rüger, Die Numider
Micipsa
\/
-----------------------------
\/ \/
Adherbal Hiempsal I
c.140-112
Adherbal VII (5)
In het begin van de 1e eeuw v.C leeft er in Leptis Magna een Adherbal,
die de
titel heeft van "mpqd" en dat betekent 'gerechtigd tot de
macht'. Dit wordt ook aangetroffen op munten van Leptis Magna. Hij heeft een bronzen beeld opgericht
ter ere van de goden van de stad, namelijk Shadrapa en Milkasjtart (Trip.31=KAI
119). Zie: Benz, Names, p.60, 262.
De naam komt in het oostelijke deel van de Middellandse zee niet markant voor.
dherbal is echt een Carthaagse naam. Weliswaar zien we de eerste Adherbal in Tharros (Sardinië) opduiken, maar verder zijn het veelal generaals en admiraals van Carthago. Op Sardinië blijft een lijn bestaan met een Adherbal als suffeet. Deze kan overigens ook dezelfde zijn als Adherbal II van Carthago. In de 2e en 1e eeuw v.C komen we de laatste namen tegen in de toevluchtsoorden van de Carthagers, namelijk in Cirta en Lepcis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten