woensdag 24 april 2013

Hamilcar


 
        HAMILCAR

        *bdmlqrt (fen‑pun), Amilkhar / Ammikar / Amilkas (gr), (H)amilcar / Am(m)icar /

        Admicar (lat).

        Betekenis: dienaar van Melqart.

        Het is een van de meest gebruikte namen in de Punische wereld (920x). In het

        Fenicisch komt de naam 8x voor en in het Neopunisch: 33x.

        F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,

        Biblical Institute Press, 1972.

        Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

        Tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski. Tussen accolades de

        nummering bij Paulys 1912. In Romeinse cijfers de volgorde alhier.

 

        Hamilcar I (1) {1}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hij is wellicht de zoon van Magon (2). Zie Justinus XIX 1. Waarschijnlijk is hij

        echter de zoon van Hanno en een Syracusaanse vrouw (Herodotos VII 165‑166. Deze

        Hanno was de zoon van Mago!

 

                                            Mago

                                   ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                                   V                   V

                                Hanno (1)     Hasdrubal (1)

                                 V

                             Hamilcar (1)

                                 V

                  ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------------

                  V                  V                     V

             Himilco        Gersakon (1)     Hanno (4)

                  V                   V                     V

             Hanno          Hannibal (1)     Hanno (6)

 

        De zonen van deze Hamilcar zijn in ieder geval Gersakon (1) en Hanno (4). Beloch

        (naar Justinus XIX 2,1) komt tot de conclusie, dat er een derde zoon was:

        Himilco.

        Deze Hamilcar moet een koning zijn geweest (zie:Beloch). Hij is in 484 v.C aan

        de macht. Wanneer een bondgenoot van Carthago, Térillos, uit Himera wordt

        weggejaagd door Theron van Akragas, tracht Hamilcar de situatie te herstellen.

        Volgens de Grieken zou hij met 300.000 man en 3000 schepen via Palermo op

        Himera zijn afgekomen. Hij wordt echter door de verbonden Grieken in 480 v.C bij

        Himera verslagen. Hij schijnt zichzelf in de avond na een dag vechten geofferd

        te hebben in een groot vuur (Herod.VII 166). Een andere versie laat hem al vroeg

        sneuvelen in de ochtend, wanneer de Griekse ruiterij zijn kamp binnendringt,

        omdat die wordt aangezien voor de bevriende ruiters van Selinous (Diod.XI 22).

        Niettemin wordt hij door de Carthagers toch vereerd. Men richt beelden voor hem

        op in Carthago en in alle steden van het Carthaagse rijk. Dat is hoogst

        merkwaardig. Hij moet dan veel meer positieve verdiensten voor Carthago gehad

        hebben dan deze ene rampzalige nederlaag. Maar misschien wordt hier Hamilcar

        verward met de god Melqart. Volgens Diodoros (XIII 62,4) zal zijn kleinzoon

        Hannibal (1) hem c.70 jaren later op dezelfde plek wreken met de offering van

        3000 krijgsgevangenen, althans zo wordt door de Griekse overlvering beweerd.

 

        Hamilcar II

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Op een inscriptie uit Elefantine in Egypte komt de naam voor. De inscriptie van

        60 regels is gedateerd in de 5e eeuw v.C en bevindt zich op een amfoor. Er

        worden vele namen genoemd, die met elkaar samenhangen, maar juist bij deze

        Abdmelqart zijn geen verdere familieleden bekend. Zie Magnanini blz 71‑80.

 

        Hamilcar III

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Op een inscriptie van Abydos in Egypte komt de naam voor. De datering is vrij

        ruim geplaatst op 5e‑3e eeuw v.C. Abdmelqart wordt geisoleerd genoemd. Er zijn

        geen verdere familiebetrekkingen bekend. De inscriptie is op de tempel van

        Osiris aangebracht. Zie Magnanini blz 66‑68.

 

        Hamilcar IV

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In het midden van de 4e eeuw v.C wordt er door *bd'l[m] (=abdelim?) een

        inscriptie opgesteld te Kition. Zijn vader is een Abdmelqart en zijn grootvader

        heet vermoedelijk [*bdr]sp (=abdresef?). In de wijding aan Resep‑mikal wordt ook

        de koning Pumayyaton genoemd. Zie: Magnanini blz 101‑102.

 

        Hamilcar V (2) {2}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een Carthaagse generaal tijdens de veldtocht in 342 v.C tegen Timoleon van

        Syracuse (Plut.Tim.XXV 3 + XXX 4). Zijn medegeneraal is Hasdrubal. Beiden voeren

        het Carthaagse leger naar de ondergang aan de Crimisos op Sicilië. Over de

        datering bestaat verschil van mening. Meltzer houdt het op het jaar 343 en

        Beloch en Freeman rekenen naar het jaar 339 v.C. Volgens Plutarchus vond de

        veldslag plaats op de 27e Thargelion (2e helft van juni).

        Beloch vermoedt, dat de plaats van de veldslag die van de Fiume freddo is

        tussen Calatafimi en Alcamo. Anderen (Holm, Freeman & Meltzer) houden het op de

        zuidelijke Crimisos, een zijrivier van de Hypsas (=Belice) in de buurt van

        Selinous. Zowel Hamilcar (2) als Hasdrubal (2) worden afgelost door Gersakon

        (3), de zoon van Hanno (9). Zie Diod.XVI 81,3. Van de Hamilcar V (2) zijn verder

        geen gegevens of familieleden bekend.


 

        Hamilcar VI (3)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hij is de zoon van Hanno (9) en de broer van Gersakon (3). Hij wordt samen met

        zijn vader terechtgesteld in het midden van de 4e eeuw v.C vanwege een

        vermeende staatsgreep (Zie:Polyen.Strat. V 11). Zijn broer ontsnapt naar Sicilië.

        Hamilcar (3) heeft een zoon Hamilcar (5) en een waarschijnlijk onbekend

        gebleven zoon, maar de zoon van deze onbekende is Bomilcar (2).

 

        Hamilcar VII (4) {3}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hij heeft de bijnaam Rhodinus of R(h)odanus en komt waarschijnlijk van Rhodes.

        Hij vervult de rol van spion in het kamp van Alexander de Grote. Hij wordt door

        Parmenio als een zogenaamde banneling geintroduceerd. Ondertussen geeft hij aan

        Carthago berichten door over de handelingen van Alexander. Bij zijn terugkeer in

        Carthago na de dood van Alexander wordt hij wegens verraad aangeklaagd en

        terechtgesteld. Het wordt niet duidelijk welk verraad hij dan wel gepleegd zou

        hebben. Bronnen: Orosius IV 6,21, Frontinus I 2,3. Justinus 21 b, 1‑7.

        Paulys (1912) komt met de suggestie, dat de bijnaam wellicht Rhodium kan zijn

        en vermoedt, dat deze Hamilcar familie is van Hamilcar Barcas.

 

        Hamilcar VIII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In de 4e‑3e eeuw v.C stelt bnhdsj een tweetalige inscriptie op te Athene. Deze

        Benhodesj is echter afkomstig van Kition. In de griekse versie heet hij

        Noumenios. De volgende stamboom kan gereconstrueerd worden met 300 v.C als

        uitgangspunt en met 'normale' 25 jaarscycli:

 

        c.375     tngns

                      V

        c.350     *bdsjmsj  abdsjemesj

                      V

        c.325     *bdmlqrt  abdmelqart

                      V

        c.300     bnhdsj    benhodesj

 

        Zie: Magnanini blz 135.

 

        Hamilcar IX (5) {4}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags generaal in het begin met de oorlog tegen Agathocles. Paulys (1912)

        vermoedt, dat hij dezelfde zou kunnen zijn als de Hamilcar {2} van de slag aan

        de Crimisos. Dat is niet erg waarschijnlijk. Falende generaals worden

        terechtgesteld en zeker niet opnieuw voor zo'n belangrijke post teruggeroepen.

        Deze Hamilcar (5) is waarschijnlijk de zoon van Hamilcar (3) en is de

        commandant van de Carthaagse troepen bij Syracuse. Hij bemiddelt tussen

        Agathocles en de aristocraten van de stad Syracuse. Het komt tot een

        overeenkomst en Hamilcar (5) draagt zelfs 5000 huurlingen over aan Agathocles.

        Justinus (XXII 2,6) verdenkt hem van hoogverraad, als zou hij met hulp van

        Agathocles de macht in Carthago hebben willen grijpen. Dat is niet erg

        waarschijnlijk. In 313 v.C bemiddelt hij opnieuw tussen Agathocles en zijn

        vijanden (Diodoros XIX 70‑72). Terug in Carthago wordt hij door Carthaagse

        bondgenoten aangeklaagd. Zijn plotselinge dood voorkomt, dat hij terecht wordt

        gesteld (Justinus XXII 3,2).

 

        Hamilcar X (6) {5}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Hij is de zoon van Gersakon (4), waarvan we niet veel meer weten. Hij zou

        misschien de zoon van Gersakon (3) kunnen zijn, maar Paulys (1912) meldt

        expliciet, dat dat niet het geval is! In ieder geval was Hamilcar (6) de

        generaal in 311 v.C, die Hamilcar (5) opvolgde (Justinus XXII 3,6). In juni 310

        v.C behaalt hij een grote overwinning op Agathocles bij Ecnomos (Diodoros XIX

        109,5). Hij achtervolgt Agathocles tot Gela, keert dan om naar het binnenland

        van Sicilië, dat hij goeddeels onder Carthago verenigde. Als op 14 augustus 310

        v.C Agathocles naar Afrika oversteekt, stuurt deze Hamilcar 5000 soldeniers

        terug naar Carthago ter verdediging van de stad. Hijzelf blijft op Sicilië en

        valt Syracuse aan, maar dat mislukt (Diodoros XX 16,1). In 309 v.C hervat hij de

        belegering van Syracuse (Diodoros XX 29,3), maar hij valt in een hinderlaag en

        wordt gruwelijk door de Syracusers terechtgesteld.

 

        Hamilcar XI

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Deze Hamilcar maakt in de 4e/3e eeuw v.C een inscriptie op de berg Sirai in

        Zuidwest Sardinië. De inscriptie staat op een rechthoekige plank van brons (5,2

        x 10,2). Het is een wijdingsinscriptie aan een door de beschadiging onbekend

        gebleven godheid. Hij doet de wijding niet alleen, want er is ook nog sprake van

        een ondernemer of maker van de bronzen plaat. Als we de inscriptie op c.300 v.C

        vastleggen dan kunnen de stambomen er als volgt uitzien bij aangenomen cycli

        van 25 jaren.

 

        c.375     *bdtnt >> abdtanit

                      V

        c.350     h.my

                      V

        c.325     ........       ytns.d >> yatonsid

                      V                 V

        c.300     *bdmlqrt       *bd' >> abdo ‑‑‑‑> dienaar van grmlqrt >> germelqart

 

        Zie Amadasi blz 121/122.

        De vader van Abdmelqart is door een beschadiging onbekend gebleven.

 

        Hamilcar XII (7) {6}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Admiraal en generaal op Sicilië en in Afrika van 261 ‑ 255 v.C. In deze zes

        jaren heeft deze Hamilcar een behoorlijke staat van dienst opgebouwd. Zijn vader

        is onbekend, maar hij heeft een zoon Hanno en een zoon Hannibal [zie bij Hannibal (5) + (6)].

Zijn belevenissen:

        1.In 261 v.C neemt hij het bevel over van Hanno, die bij Akragas verslagen werd.

        2.Hij schakelt een Gallisch huurlingenafdeling uit.

        3.Hij plundert met de vloot de Italische kust (Zonaras VIII 10b).

        4.In 260 v.C valt hij met zijn leger Segesta aan, waarbij C.Caelius wordt verslagen.

        5.Het beleg van Segesta moet worden afgebroken doordat Hannibal {3} met de

             vloot wordt verslagen bij Mylai (Zonaras VIII 10‑11).

        6.Vanuit Panormos overvalt hij een groep bondgenoten van de Romeinen bij Paropos

             (=Collesano vlg.Holm). Hierbij schakelt hij 4000 man uit (vlg.Polybios I

             24,4) en 6000 man (vlg.Diodoros XXIII 14).

        7.Door verraad weet hij Henna en Kamarina te veroveren (Diodoros XXIII 9).

        8.In 259 v.C versterkt hij Drepana met de bevolking van Eryx (Diodoros XXIII 9

             + Zonoras 8,11 387d).

        9.In 258 v.C verslaat hij met de vloot A.Atilius bij Lipara (Zonaras 8,12a +

             Polyaenus VIII 20,1).

        10.In 257 v.C vecht hij in een onbesliste zeeslag te Tyndaris (Polybios I 25),

             maar volgens Zonaras (8,12) en Orosius (IV 8) zou hij juist hebben

             verloren. Polyaen.(VIII 20,1) is niet zeker van de uitslag.

        11.In 256 v.C manoevreert hij eerst met de vloot zeer handig in de zeeslag voor

             Ecnomos. De Romeinse vloot wordt uit elkaar getrokken, maar de andere

             bevelhebbers doen het veel minder, waardoor het toch een nederlaag wordt

             (Polybios I 27,6).

        12.Hamilcar blijft eerst op Sicilië, maar komt even later Carthago te hulp met

             5000 man voetvolk en 500 ruiters (Polybios I 29, Eutrop.II 21, Oros.IV 8, Val.Max.VI 6,2, Zonar 8,12). Korte tijd later:

        13.Samen met Bostar, Hasdrubal (zoon van Hanno) heeft hij het commando over het

             leger, dat bij Adyn door Regulus wordt verslagen (Polybios I 30, 1-13). Adyn = Uthina vlg.Meltzer in Gesch.der Karth. II 570.

        14.In 255 v.C stelt hij zich onder Xanthippos, die Regulus vernietigend verslaat

             (Zonaras VIII 13c + Polybios I 32,5).

        15.In 254/253 v.C bestrijdt hij de afvalige Numidiërs en Mauretanen (Orosios IV

             9,9), die hij zwaar bestraft.

        Voorwaar een staat van dienst, die er zijn mag. Zozeer zelfs, dat men ook in de

        oudheid soms gedacht heeft dat hij dezelfde is als Hamilcar Barcas.

Zie bij Cicero de off III 26,97 + Zonar.VIII 10, 387b. ‘Tegenwoordig’ spreekt Ranke (Weltgesch.II 1 83) zich er voor uit, maar Meltzer (Gesch.der Karth.II 570) wijst het categorisch af.

Het  kan echter nauwelijks het geval zijn, want dan zou hij als grijsaard (c.65-70 jaar oud)
nog eens even Zuid‑Spanje hebben veroverd. Bovendien is er de uitspraak van Corn.Nepos (Ham.1): primo bello Punico, sed temporibus extremis admodum adulescentulus exercitui praeesse coepit. Daar kan weer tegen in gebracht worden, dat de oorlogvoering van Hamicar Barcas vanaf 246 zeker niet een als die van een beginner te benoemen valt.

Verder klopt het niet met de bevindingen bij Hannibal {6} + {7}.

Identificatie met een Hamilcar, die met Bostar aan de familie van Regulus gegeven wordt?

Klopt niet met zijn aanwezigheid bij Xanthippos  in 255 en zijn veldtocht in 254/3 tegen de Numidiërs en Mauren.

 Lipinski: Hamilcar (7) is een strateeg in Sicilië en Afrika van 261 – 255. Hij is niet de officier, die Diodoros noemt onder XXIV 12.

?

!

V

HAMILCAR

!

---------------------------------------------------------------

                                          Hanno                                                  Hannibal

        Hamilcar XIII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Volgens Diodoros (XXIV 19) krijgt de familie van de omgekomen Regulus de

        Carthagers Bostar en Hamilcar om zich te kunnen wreken. Het ligt voor de hand,

        dat beiden bij de slag te Adyn gevangen werden genomen. Om deze Hamilcar

        identiek te laten zijn aan Hamilcar (7) {6} is niet goed mogelijk, aangezien

        Hamilcar (7) {6} verder voorkomt bij Xanthippos en in Numidië. Het is alleen

        mogelijk, indien de Hamilcar bij Xanthippos en in Numidië dezelfde is als

        Hamilcar Barcas, maar ook dat is niet erg waarschijnlijk. Voorlopig wordt hier

        uitgegaan van een extra Hamilcar, weliswaar een voorname Carthager, maar niet

        identiek met Hamilcar (7) {6} of met Hamilcar Barcas.

 

        Hamilcar XIV (8) {7}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een van de grootste veldheren en politici van Carthago. Hij heeft de bijnaam

        Baraq (Barca), wat de bliksem betekent. Hij is de zoon van een Hannibal

        (vlg.Nepos Hann.1). Hij moet ongeveer in 275 v.C zijn geboren.

        In de militaire loopbaan van Hamilcar Baraq zijn drie perioden te onderscheiden:

         A.de strijd bij en op Sicilië (247‑241 v.C):

        In 247/246 v.C neemt hij het commando over van Carthalo te Sicilië (Zonaras

        8,16 397a) en wordt tot opperbevelhebber van de zeestrijdkrachten benoemd

        (Polybios I 56,1). Hij dempt een begin van rebellie en plundert vervolgens de

        kusten van Bruttië en Lucanië. Hij neemt bij Heircte een sterke verdedigbare

        positie in. Dit kan de Monte Pellegrino zijn, of de Monte Castellaccio ten

        noorden van Panormus. Na enige jaren verschuift hij zijn positie naar Eryx.

        Via de zee wordt hij bevoorraad via de bocht van Tonnara di Bonagia. Tot 241

        v.C zet hij zijn guerrilla met succes voort, maar de nederlaag bij de Aegatische

        eilanden van de vloot dwingt Carthago tot vrede. Hamilcar krijgt met zijn

        manschappen vrije aftocht naar Lilybaion en vandaar naar Carthago. Hij is ook

        degene, die met onbeperkte volmacht de vredesbepalingen met Catulus gaat

        opstellen (Polybios I 62,3). Hamilcar legt dan ook zijn commando neer.

         B.De huurlingenoorlog (241‑238 v.C):

        Nadat Hanno een paar nederlagen heeft moeten incasseren, wordt Hamilcar

        teruggeroepen en moet met Hanno samen de opstand zien te bedwingen (Polybios I

        75,3).  Hamilcar verslaat Spendios bij Makar en ontzet Utica.

        Even later: Met behulp van een Numidische hoofdman Narhavas weet hij zich uit een netelige

        ingesloten positie te bevrijden, waarbij de rebellen c.10.000 man verloren.

        Hamilcar verschijnt even later als enige bevelhebber, waarbij Hanno wordt

        teruggeroepen (Polybios I 82,1‑10). Autaritos en Zarzas worden met hun troepen

        vervolgens verslagen in de pas van Prion (Polybios I 84, 1‑85). Vervolgens

        wordt Tunes, het hoofdkwartier van de rebellen, aangevallen. Hamilcar bevindt

        zich aan de zuidkant en Hannibal aan de noordkant. Deze Hannibal (5) wordt

        echter verslagen en het beleg van Tunes moet worden opgeheven (Polybios I 86).

        Hanno brengt nieuwe troepen en beide veldheren verzoenen zich met elkaar. Beiden

        verslaan Mathos tenslotte. Hamilcar herovert tenslotte Utica en dat betekent het

        einde van de huurlingenoorlog.

        C.De strijd in Spanje (237‑229/8 v.C):

        In het voorjaar van 237 v.C gaat Hamilcar naar Spanje en herstelt de macht van

        Carthago over de vroegere bezittingen. Hij begint hiermee in Gadir (Polybios II

        1,6 + Diodoros XXV 14). Hij vestigt in 231 v.C een steunpunt te Akra Leuke

        (Lucentum=Alicante) en begint met de onderwerping van de Spaanse stammen

        (Polybios II 1,6‑8). Hij onderwerpt de Baetisvallei en neemt bezit van vele

        mijnen (Diodoros XXV 9 + Appianus Iber.4). Hij wordt ondersteunt door Hasdrubal

        (4), die zijn schoonzoon geworden was. In de winter van 229/8 v.C valt hij in

        een hinderlaag bij de belegering van Helike in het gebied van de Vettonen of de

        Oretanen? (Polybios II 1,7 + Frontinus II 4 + Appianus I 5 + Zonaras VIII 19

        401 D).

        Hamilcar Baraq was ook een politicus, want tegen het eind van de

        huurlingenoorlog is hij ook verantwoordelijk voor de z.g.Barcidische revolutie in

        Carthago, waarbij meer democratie wordt ingevoerd. De politieke strijd tussen de

        oligarchen (Hanno 17) en de democraten (Hamilcar) wordt in het voordeel van de

        laatsten beslist (Appianus Iber 5,18). Wanneer de huurlingen bijna verslagen zijn

        willen de oligarchen Hanno (17) weer terug in het zadel helpen, maar de

        volksveragdering beslist even later, dat alleen Hamilcar het bevel over de

        strijdkrachten krijgt (Diodoros XXV 8). Zijn schoonzoon ondersteunt hem ook

        hierin en die wordt tot admiraal van de vloot benoemd. Deze Hasdrubal (4) dempt

        tevens een Numidische opstand en zal Hamilcar in Spanje opvolgen.

        Hamilcar had drie zonen en twee dochters. Van zijn vrouw is niets bekend, maar

        er slechts een vaag gerucht over de stad Cyrene als herkomst.

        Dochter – Dochter - Hannibal ‑ Hasdrubal ‑ Mago  Hannibal is in ieder geval de

        oudste zoon, gevolgd door Hasdrubal en de jongste is Mago.

 

        Hamilcar XV (9)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Deze Abdmelqart is een suffeet van Carthago in de 3e eeuw v.C. Hij onderneemt de

        (re)constructie van het dubbele heiligdom voor Asjtarte en Tanit van de Libanon

        (KAI 81).

 

        Hamilcar XVI (10)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Deze Abdmelqart is suffeet en hogepriester te Carthago in de 3e eeuw v.C. Hij

        heeft de titel van miqim elim. Zijn dochter is (1) Sophonibaal (Saphonbaal) en

        die trouwt met een Adonibaal.

 

        Hamilcar XVII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Op een grote inscriptie uit Avignon (Zuid‑Frankrijk) komen we de naam tegen. De

        inscriptie moet al in de 3e eeuw v.C zijn opgetekend voor Zybqt. Zie Amadasi blz

        182+183. Als we de wijding op c.250 v.C stellen met de 25 jaars cycli, dan

        ontstaat de volgende stamboom:

 

        c.400     *bd'sjmn                                  abdesjmoen

                      V

        c.375     h.mlkt                                    himilkat

                      V

        c.350     *bdmlqrt                                  abdmelqart

                      V

        c.325     *bd'sjmn x b*lh.n' (mqm 'l[m])  abdesjmoen x baalhanno

                      V

        c.300     b*lytn                                    baalyaton

                      V

 

        c.275     *bd'sjmn                                  abdesjmoen

                      V

        c.250     Zybqt

 

        Alleen de overledene Zybqt moet zich in deze tijd waarschijnlijk in Zuid‑

        Frankrijk hebben opgehouden. De anderen kunnen heel ergens anders vandaan

        komen. Abdmelqart moet ergens in de 4e eeuw v.C hebben geleefd. Het feit, dat

        Zybq', Zybqm ook worden aangetroffen op Malta, doet vermoeden, dat de familie

        mogelijk via Malta deze kant is uitgekomen. Het voorkomen van de naam Himilkat

        doet ook vermoeden, dat Sardinië een tussenstation is geweest.

        De zoon van Abdmelqart is waarschijnlijk Baalhanno en die trouwt met

        Abdesjmoen. Baalhanno heeft de religieuze titel van Maqom elim en dat staat voor

        opwekker van de goden. Deze titel komt veel voor in Carthago: het moet een

        bereisde familie zijn geweest. Een mogelijk scenario:

 

        Sardinië       c.375

        V

        Carthago       c.325

        V

        Malta          c.250

        V

        Zuid‑Frankrijk c.250

 

        Hamilcar XVIII (11) {8}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Zoon van Gersakon en in 218 v.C Carthaags commandant over Melita en Gaulos. Hij

        wordt door de inwoners met zijn garnizoen van 2000 man uitgeleverd aan de

        Romeinen (Livius XXI 51,2). Er zijn geen verdere bijzonderheden over hem en zijn

        familie bekend.

 

        Hamilcar XIX (12) {9}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Commandant van de vloot van Hasdrubal, de zoon van Hamilcar Baraq, in Spanje in

        217 v.C (Polybios III 95,2). Volgens Livius (XXII 19,3) zou deze vlootcmmandant

        echter Himilco zijn geweest. Na de nederlaag aan de Ebromonding zou hij zijn

        gevlucht en in Zuid‑Spanje aangezet hebben tot een opstand. Paulys (1912) ziet

        hem in 212 v.C weer naast Hasdrubal opduiken, of het bevel voeren over een

        vloot bij Sicilië. Paulys (1912) ziet hem ook in 207 v.C met Hasdrubal meegaan

        naar Noord‑Italië. Het moet hier waarschijnlijk toch gaan om een andere Hamilcar

        Zie nr.(15).

 

        Hamilcar XX (13)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Officier van Hannibal, zoon van Baraq. Hij is waarschijnlijk met Hannibal in 218

        v.C vanuit Spanje meegekomen. In de winter van 216/215 v.C weet hij een verdrag

        te bewerkstelligen tussen de inwoners van Locri en de Bruttiërs van Calabrië.

        Mogelijk is hij dezelfde, die in 205 v.C als commandant van de stad opereerde.

        Locri viel toen in handen van de Romeinen. Waarschijnlijk heeft deze Hamilcar

        zich in veiligheid kunnen brengen bij de toegesnelde Hannibal en is later met

        hem teruggekeerd naar Afrika.

 
        Hamilcar XXI (14)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Carthaags admiraal in 210 v.C, die succesvol opereert langs de Sardijnse kusten.

        Waarschijnlijk is hij dezelfde, die in 203 v.C de vloot van Scipio bij Utica

        aanvalt en grote schade toebrengt. Er worden c.60 vrachtschepen buitgemaakt,

        maar dat hadden er meer kunnen zijn als deze Hamilcar niet een dag had laten

        verstrijken door in Rusucmon voor anker te gaan (Livius XXX 10).Het is niet erg

        waarschijnlijk, dat hij dezelfde is als nr.(12).

 

        Hamilcar XXII (15)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een Carthaags officier, die na de 2e Punische oorlog nog steeds actief is in

        Noord‑Italië. Hij kan met een van de drie Barciden zijn meegekomen. Het meest

        waarschijnlijk is dat hij met Mago is meegekomen. In ieder geval geeft hij

        leiding aan een opstand van Kelten en Liguriërs in c.200 v.C (Livius XXXI 10,2;

        11,5‑6; 19,1; XXXII 30,11‑12; XXXIII 23,5 + Dion Cassius XVIII fr.58,5 +Zonaras

        IX 15). Deze Hamilcar verovert Placentia en Cremona, waarop de senaat van Rome

        zijn uitlevering eist bij Carthago. Tot uitlevering is men echter niet in staat.

        De Carthagers verbannen hem dan maar en confisceren zijn bezittingen. Daarna

        zou hij door L.Furius zijn verslagen, waarbij hij zelf ook sneuvelt. In 197 v.C

        overwint C.Cornelius Cethegus de Insubriërs en de Cenomanen, waarbij deze

        Hamilcar gevangen genomen zou zijn. Hij zou dan in een triomftocht zijn

        meegevoerd. Het is in tegenspraak met elkaar. Misschien hebben we hier met nog

        een andere Hamilcar te maken? Het is niet waarschijnlijk, dat hij dezelfde is

        als Hamilcar {9}.

 

        Hamilcar XXIII (16) {10}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Bijgenaamd de Samniet. Hij is de aanvoerder van de democratische partij in

        Carthago in het 2e kwart van de 2e eeuw v.C (Appianus Lib.63). Samen met

        Carthalo verdrijft hij de aanhangers van Massinissa uit de stad. De zonen van

        Massinissa, Micipsa en Gulussa, komen als onderhandelaars naar de stad, maar

        worden niet toegelaten. Gulussa wordt zelfs overvallen door de democraten

        (Appianus VIII 68,70). Kort hierna zal de 3e Punische oorlog uitbreken.

 

        Hamilcar XXIV (17) {11}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een vooraanstaand Carthager, die in 149 v.C naar Rome gaat als gezant teneinde

        de oorlog te voorkomen. Hij biedt de onderwerping van Carthago aan, maar keert

        zonder een antwoord terug (Polybios XXXVI 3,8).

 

        Hamilcar XXV (18) {12}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Bijgenaamd Phameas. Commandant van de Carthaagse ruiterij, die succesvol in de

        3e Punische oorlog strijdt (Polybios XXXVI 8,1‑2). Bij Appianus heet hij echter

        Himilco. Hoe dan ook, hij zal de Carthaagse zaak verraden door over te lopen

        naar de Romeinen.

 

        Hamilcar XXVI (19) {13}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een agronoom. Hij stelt een boek samen over de landbouw. Hij wordt genoemd in

        Columelle: over de landbouw XII 4,2.

 

        Hamilcar XXVII (20)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Als Abdmelqart, de zoon van een Hannibal (10). Hij leeft in het jaar 8 v.C te

        Leptis Magna en bevordert de keizerlijke cultus (KAI 120=Trip.21).

 
        Hamilcar XXVIII

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        In het 41e jaar van de regering van de Numidische koningen (=c.160 v.C) wordt

        door Bodasjtarte in Cirta (El Hofra nr.56) een inscriptie opgesteld, waarin hij

        ook zijn vader Abdmelqart noemt.

 

        Hamilcar XXIX {14}

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Een vooraanstaand burger te Leptis Magna in het jaar 107 v.C, ofwel in het jaar

        647 van Rome (Sallustius Jug.77,1).

 

        Hamilcar XXX (21)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Als Abdmelqart. Hij is lid van de invloedrijke familie Tabhapi in Leptis Magna

        en tevens suffeet in de 1e/2e eeuw na Chr (KAI 130=Trip.17).

 ncfps

See for more information and in the English language:

 


 


 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten