*bdmlqrt (fen‑pun), Amilkhar / Ammikar
/ Amilkas (gr), (H)amilcar / Am(m)icar /
Admicar
(lat).
Betekenis: dienaar van Melqart.
Het is een van de meest gebruikte namen
in de Punische wereld (920x). In het
Fenicisch komt de naam 8x voor en in
het Neopunisch: 33x.
F.L.Benz in:
Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome ,
Biblical
Institute Press, 1972.
Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic
Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.
Tussen haakjes de nummering in de
Dictionnaire Lipinski. Tussen accolades de
nummering bij Paulys 1912. In Romeinse
cijfers de volgorde alhier.
Hamilcar I (1) {1}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hij is wellicht de zoon van Magon (2).
Zie Justinus XIX 1. Waarschijnlijk is hij
echter de zoon van Hanno en een
Syracusaanse vrouw (Herodotos VII 165‑166. Deze
Hanno was de zoon van Mago!
Mago
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
V V
Hanno (1) Hasdrubal (1)
V
Hamilcar (1)
V
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------------
V V V
Himilco Gersakon (1) Hanno (4)
V V V
Hanno Hannibal
(1) Hanno (6)
De zonen van deze Hamilcar zijn in
ieder geval Gersakon (1) en Hanno (4). Beloch
(naar Justinus XIX 2,1) komt tot de
conclusie, dat er een derde zoon was:
Himilco.
Deze Hamilcar moet een koning zijn geweest (zie:Beloch). Hij is in 484
v.C aan
de macht. Wanneer een bondgenoot van
Carthago, Térillos, uit Himera wordt
weggejaagd door Theron van Akragas,
tracht Hamilcar de situatie te herstellen.
Volgens de Grieken zou hij met 300.000
man en 3000 schepen via Palermo op
Himera zijn afgekomen. Hij wordt echter
door de verbonden Grieken in 480 v.C bij
Himera verslagen. Hij schijnt zichzelf
in de avond na een dag vechten geofferd
te hebben in een groot vuur (Herod.VII
166). Een andere versie laat hem al vroeg
sneuvelen in de ochtend, wanneer de
Griekse ruiterij zijn kamp binnendringt,
omdat die wordt aangezien voor de
bevriende ruiters van Selinous (Diod.XI 22).
Niettemin wordt hij door de Carthagers
toch vereerd. Men richt beelden voor hem
op in Carthago en in alle steden van
het Carthaagse rijk. Dat is hoogst
merkwaardig. Hij moet dan veel meer
positieve verdiensten voor Carthago gehad
hebben dan deze ene rampzalige
nederlaag. Maar misschien wordt hier Hamilcar
verward met de god Melqart. Volgens
Diodoros (XIII 62,4) zal zijn kleinzoon
Hannibal (1) hem c.70 jaren later op
dezelfde plek wreken met de offering van
3000 krijgsgevangenen, althans zo wordt
door de Griekse overlvering beweerd.
Hamilcar II
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een inscriptie uit Elefantine in
Egypte komt de naam voor. De inscriptie van
60 regels is gedateerd in de 5e eeuw
v.C en bevindt zich op een amfoor. Er
worden vele namen genoemd, die met
elkaar samenhangen, maar juist bij deze
Abdmelqart zijn geen verdere
familieleden bekend. Zie Magnanini blz 71‑80.
Hamilcar III
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een inscriptie van Abydos in Egypte
komt de naam voor. De datering is vrij
ruim geplaatst op 5e‑3e eeuw v.C.
Abdmelqart wordt geisoleerd genoemd. Er zijn
geen verdere familiebetrekkingen
bekend. De inscriptie is op de tempel van
Osiris aangebracht. Zie Magnanini blz
66‑68.
Hamilcar IV
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In het midden van de 4e eeuw v.C wordt
er door *bd'l[m] (=abdelim?) een
inscriptie opgesteld te Kition. Zijn
vader is een Abdmelqart en zijn grootvader
heet vermoedelijk [*bdr]sp
(=abdresef?). In de wijding aan Resep‑mikal wordt ook
de koning Pumayyaton genoemd. Zie:
Magnanini blz 101‑102.
Hamilcar V (2) {2}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een Carthaagse generaal tijdens de
veldtocht in 342 v.C tegen Timoleon van
het Carthaagse leger naar de ondergang
aan de Crimisos op Sicilië. Over de
datering bestaat verschil van mening.
Meltzer houdt het op het jaar 343 en
Beloch en Freeman rekenen naar het jaar
339 v.C. Volgens Plutarchus vond de
veldslag plaats op de 27e Thargelion
(2e helft van juni).
Beloch vermoedt, dat de plaats van de
veldslag die van de Fiume freddo is
tussen Calatafimi en Alcamo. Anderen
(Holm, Freeman & Meltzer) houden het op de
zuidelijke Crimisos, een zijrivier van
de Hypsas (=Belice) in de buurt van
Selinous. Zowel Hamilcar (2) als Hasdrubal
(2) worden afgelost door Gersakon
(3), de zoon van Hanno (9). Zie
Diod.XVI 81,3. Van de Hamilcar V (2) zijn verder
geen gegevens of familieleden bekend.
Hamilcar VI (3)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hij is de zoon van Hanno (9) en de
broer van Gersakon (3). Hij wordt samen met
zijn vader terechtgesteld in het midden
van de 4e eeuw v.C vanwege een
vermeende staatsgreep
(Zie:Polyen.Strat. V 11). Zijn broer ontsnapt naar Sicilië.
Hamilcar (3) heeft een zoon Hamilcar
(5) en een waarschijnlijk onbekend
gebleven zoon, maar de zoon van deze
onbekende is Bomilcar (2).
Hamilcar VII (4) {3}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hij heeft de bijnaam Rhodinus of
R(h)odanus en komt waarschijnlijk van Rhodes.
Hij vervult de rol van spion in het
kamp van Alexander de Grote. Hij wordt door
Parmenio als een zogenaamde banneling
geintroduceerd. Ondertussen geeft hij aan
Carthago berichten door over de
handelingen van Alexander. Bij zijn terugkeer in
Carthago na de dood van Alexander wordt
hij wegens verraad aangeklaagd en
terechtgesteld. Het wordt niet
duidelijk welk verraad hij dan wel gepleegd zou
hebben. Bronnen: Orosius IV 6,21,
Frontinus I 2,3. Justinus 21 b, 1‑7.
Paulys (1912) komt met de suggestie,
dat de bijnaam wellicht Rhodium kan zijn
en vermoedt, dat deze Hamilcar familie
is van Hamilcar Barcas.
Hamilcar VIII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In de 4e‑3e eeuw v.C stelt bnhdsj een
tweetalige inscriptie op te Athene. Deze
Benhodesj is echter afkomstig van
Kition. In de griekse versie heet hij
Noumenios. De volgende stamboom kan
gereconstrueerd worden met 300 v.C als
uitgangspunt en met 'normale' 25
jaarscycli:
c.375 tngns
V
c.350 *bdsjmsj
abdsjemesj
V
c.325 *bdmlqrt
abdmelqart
V
c.300 bnhdsj
benhodesj
Zie: Magnanini blz 135.
Hamilcar IX (5) {4}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags generaal in het begin met de
oorlog tegen Agathocles. Paulys (1912)
vermoedt, dat hij dezelfde zou kunnen
zijn als de Hamilcar {2} van de slag aan
de Crimisos. Dat is niet erg
waarschijnlijk. Falende generaals worden
terechtgesteld en zeker niet opnieuw
voor zo'n belangrijke post teruggeroepen.
Deze Hamilcar (5) is waarschijnlijk de
zoon van Hamilcar (3) en is de
commandant van de Carthaagse troepen
bij Syracuse. Hij bemiddelt tussen
Agathocles en de aristocraten van de
stad Syracuse. Het komt tot een
overeenkomst en Hamilcar (5) draagt
zelfs 5000 huurlingen over aan Agathocles.
Justinus (XXII 2,6) verdenkt hem van
hoogverraad, als zou hij met hulp van
Agathocles de macht in Carthago hebben
willen grijpen. Dat is niet erg
waarschijnlijk. In 313 v.C bemiddelt
hij opnieuw tussen Agathocles en zijn
vijanden (Diodoros XIX 70‑72). Terug in
Carthago wordt hij door Carthaagse
bondgenoten aangeklaagd. Zijn
plotselinge dood voorkomt, dat hij terecht wordt
gesteld (Justinus
XXII 3,2).
Hamilcar X (6) {5}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Hij is de zoon van Gersakon (4), waarvan
we niet veel meer weten. Hij zou
misschien de zoon van Gersakon (3)
kunnen zijn, maar Paulys (1912) meldt
expliciet, dat dat niet het geval is!
In ieder geval was Hamilcar (6) de
generaal in 311 v.C, die Hamilcar (5)
opvolgde (Justinus XXII 3,6). In juni 310
v.C behaalt hij een grote overwinning
op Agathocles bij Ecnomos (Diodoros XIX
109,5). Hij achtervolgt Agathocles tot
Gela, keert dan om naar het binnenland
van Sicilië, dat hij goeddeels onder
Carthago verenigde. Als op 14 augustus 310
v.C Agathocles naar Afrika oversteekt,
stuurt deze Hamilcar 5000 soldeniers
terug naar Carthago ter verdediging van
de stad. Hijzelf blijft op Sicilië en
valt Syracuse aan, maar dat mislukt
(Diodoros XX 16,1). In 309 v.C hervat hij de
belegering van Syracuse (Diodoros XX
29,3), maar hij valt in een hinderlaag en
wordt gruwelijk door de Syracusers
terechtgesteld.
Hamilcar XI
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Deze Hamilcar maakt in de 4e/3e eeuw
v.C een inscriptie op de berg Sirai in
Zuidwest Sardinië. De inscriptie staat
op een rechthoekige plank van brons (5,2
x 10,2). Het is een wijdingsinscriptie
aan een door de beschadiging onbekend
gebleven godheid. Hij doet de wijding
niet alleen, want er is ook nog sprake van
een ondernemer of maker van de bronzen
plaat. Als we de inscriptie op c.300 v.C
vastleggen dan kunnen de stambomen er
als volgt uitzien bij aangenomen cycli
van 25 jaren.
c.375 *bdtnt >> abdtanit
V
c.350 h.my
V
c.325 ........ ytns.d >> yatonsid
V V
c.300 *bdmlqrt *bd' >> abdo ‑‑‑‑> dienaar van
grmlqrt >> germelqart
Zie Amadasi blz 121/122.
De vader van Abdmelqart is door een
beschadiging onbekend gebleven.
Hamilcar XII (7) {6}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Admiraal en generaal op Sicilië en in
Afrika van 261 ‑ 255 v.C. In deze zes
jaren heeft deze Hamilcar een
behoorlijke staat van dienst opgebouwd. Zijn vader
is onbekend, maar hij heeft een zoon
Hanno en een zoon Hannibal [zie bij Hannibal (5) + (6)].
Zijn
belevenissen:
1.In 261 v.C neemt hij het bevel over
van Hanno, die bij Akragas verslagen werd.
2.Hij schakelt een Gallisch
huurlingenafdeling uit.
3.Hij plundert met de vloot de
Italische kust (Zonaras VIII 10b).
4.In 260 v.C valt hij met zijn leger
Segesta aan, waarbij C.Caelius wordt verslagen.
5.Het beleg van Segesta moet worden
afgebroken doordat Hannibal {3} met de
vloot wordt verslagen bij Mylai
(Zonaras VIII 10‑11).
6.Vanuit Panormos overvalt hij een
groep bondgenoten van de Romeinen bij Paropos
(=Collesano vlg.Holm). Hierbij
schakelt hij 4000 man uit (vlg.Polybios I
24,4) en 6000 man (vlg.Diodoros
XXIII 14).
7.Door verraad weet hij Henna en
Kamarina te veroveren (Diodoros XXIII 9).
8.In 259 v.C versterkt hij Drepana met
de bevolking van Eryx (Diodoros XXIII 9
+ Zonoras 8,11 387d).
9.In 258 v.C verslaat hij met de vloot
A.Atilius bij Lipara (Zonaras 8,12a +
Polyaenus VIII 20,1).
10.In 257 v.C vecht hij in een
onbesliste zeeslag te Tyndaris (Polybios I 25),
maar volgens Zonaras (8,12) en
Orosius (IV 8) zou hij juist hebben
verloren. Polyaen.(VIII 20,1) is
niet zeker van de uitslag.
11.In 256 v.C manoevreert hij eerst met de
vloot zeer handig in de zeeslag voor
Ecnomos. De Romeinse vloot wordt
uit elkaar getrokken, maar de andere
bevelhebbers doen het veel minder,
waardoor het toch een nederlaag wordt
(Polybios I 27,6).
12.Hamilcar blijft eerst op Sicilië,
maar komt even later Carthago te hulp met
5000 man voetvolk en 500 ruiters
(Polybios I 29, Eutrop.II 21, Oros.IV 8, Val.Max.VI 6,2, Zonar 8,12). Korte
tijd later:
13.Samen met Bostar, Hasdrubal (zoon van
Hanno) heeft hij het commando over het
leger, dat bij Adyn door Regulus
wordt verslagen (Polybios I 30, 1-13). Adyn = Uthina vlg.Meltzer in Gesch.der
Karth. II 570.
14.In 255 v.C stelt hij zich onder
Xanthippos, die Regulus vernietigend verslaat
(Zonaras VIII 13c +
Polybios I 32,5).
15.In
254/253 v.C bestrijdt hij de afvalige Numidiërs en Mauretanen (Orosios IV
9,9), die hij zwaar bestraft.
Voorwaar een staat van dienst, die er
zijn mag. Zozeer zelfs, dat men ook in de
oudheid soms gedacht heeft dat hij
dezelfde is als Hamilcar Barcas.
Zie
bij Cicero de off III 26,97 + Zonar.VIII 10, 387b. ‘Tegenwoordig’ spreekt Ranke
(Weltgesch.II 1 83) zich er voor uit, maar Meltzer (Gesch.der Karth.II 570)
wijst het categorisch af.
Het
kan echter nauwelijks het geval zijn,
want dan zou hij als grijsaard (c.65-70 jaar oud)
nog
eens even Zuid‑Spanje hebben veroverd. Bovendien is er de uitspraak van Corn.Nepos
(Ham.1): primo bello Punico, sed
temporibus extremis admodum adulescentulus exercitui praeesse coepit. Daar
kan weer tegen in gebracht worden, dat de oorlogvoering van Hamicar Barcas
vanaf 246 zeker niet een als die van een beginner te benoemen valt.
Verder
klopt het niet met de bevindingen bij Hannibal {6} + {7}.
Identificatie
met een Hamilcar, die met Bostar aan de familie van Regulus gegeven wordt?
Klopt
niet met zijn aanwezigheid bij Xanthippos
in 255 en zijn veldtocht in 254/3 tegen de Numidiërs en Mauren.
?
!
V
HAMILCAR
!
---------------------------------------------------------------
Hanno
Hannibal
Hamilcar XIII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Volgens Diodoros (XXIV 19) krijgt de
familie van de omgekomen Regulus de
Carthagers Bostar en Hamilcar om zich
te kunnen wreken. Het ligt voor de hand,
dat beiden bij de slag te Adyn gevangen
werden genomen. Om deze Hamilcar
identiek te laten zijn aan Hamilcar (7)
{6} is niet goed mogelijk, aangezien
Hamilcar (7) {6} verder voorkomt bij
Xanthippos en in Numidië. Het is alleen
mogelijk, indien de Hamilcar bij
Xanthippos en in Numidië dezelfde is als
Hamilcar Barcas, maar ook dat is niet
erg waarschijnlijk. Voorlopig wordt hier
uitgegaan van een extra Hamilcar,
weliswaar een voorname Carthager, maar niet
identiek met Hamilcar (7) {6} of met
Hamilcar Barcas.
Hamilcar XIV (8) {7}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een van de grootste veldheren en
politici van Carthago. Hij heeft de bijnaam
Baraq (Barca), wat de bliksem betekent. Hij
is de zoon van een Hannibal
(vlg.Nepos Hann.1). Hij moet ongeveer
in 275 v.C zijn geboren.
In de militaire loopbaan van Hamilcar
Baraq zijn drie perioden te onderscheiden:
In 247/246 v.C neemt hij het commando
over van Carthalo te Sicilië (Zonaras
8,16 397a) en wordt tot
opperbevelhebber van de zeestrijdkrachten benoemd
(Polybios I 56,1). Hij dempt een begin
van rebellie en plundert vervolgens de
kusten van Bruttië en Lucanië. Hij
neemt bij Heircte een sterke verdedigbare
positie in. Dit kan de Monte Pellegrino
zijn, of de Monte Castellaccio ten
noorden van Panormus. Na enige jaren
verschuift hij zijn positie naar Eryx.
Via de zee wordt hij bevoorraad via de
bocht van Tonnara di Bonagia. Tot 241
v.C zet hij zijn guerrilla met succes
voort, maar de nederlaag bij de Aegatische
eilanden van de vloot dwingt Carthago tot
vrede. Hamilcar krijgt met zijn
manschappen vrije aftocht naar
Lilybaion en vandaar naar Carthago. Hij is ook
degene, die met onbeperkte volmacht de
vredesbepalingen met Catulus gaat
opstellen (Polybios I 62,3). Hamilcar
legt dan ook zijn commando neer.
Nadat Hanno een paar nederlagen heeft
moeten incasseren, wordt Hamilcar
teruggeroepen en moet met Hanno samen
de opstand zien te bedwingen (Polybios I
75,3).
Hamilcar verslaat Spendios bij Makar en ontzet Utica.
Even later: Met behulp van een
Numidische hoofdman Narhavas weet hij zich uit een netelige
ingesloten positie te bevrijden,
waarbij de rebellen c.10.000 man verloren.
Hamilcar verschijnt even later als
enige bevelhebber, waarbij Hanno wordt
teruggeroepen (Polybios I 82,1‑10).
Autaritos en Zarzas worden met hun troepen
vervolgens verslagen in de pas van
Prion (Polybios I 84, 1‑85). Vervolgens
wordt Tunes, het hoofdkwartier van de
rebellen, aangevallen. Hamilcar bevindt
zich aan de zuidkant en Hannibal aan de
noordkant. Deze Hannibal (5) wordt
echter verslagen en het beleg van Tunes
moet worden opgeheven (Polybios I 86).
Hanno brengt nieuwe troepen en beide
veldheren verzoenen zich met elkaar. Beiden
verslaan Mathos tenslotte. Hamilcar
herovert tenslotte Utica en dat betekent het
einde van de huurlingenoorlog.
C.De strijd in Spanje (237‑229/8 v.C):
In het voorjaar van 237 v.C gaat
Hamilcar naar Spanje en herstelt de macht van
Carthago over de vroegere bezittingen.
Hij begint hiermee in Gadir (Polybios II
1,6 + Diodoros XXV 14). Hij vestigt in
231 v.C een steunpunt te Akra Leuke
(Lucentum=Alicante) en begint met de
onderwerping van de Spaanse stammen
(Polybios II 1,6‑8). Hij onderwerpt de
Baetisvallei en neemt bezit van vele
mijnen (Diodoros XXV 9 + Appianus
Iber.4). Hij wordt ondersteunt door Hasdrubal
(4), die zijn schoonzoon geworden was.
In de winter van 229/8 v.C valt hij in
een hinderlaag bij de belegering van
Helike in het gebied van de Vettonen of de
Oretanen? (Polybios
II 1,7 + Frontinus II 4 + Appianus I 5 + Zonaras VIII 19
401
D).
Hamilcar Baraq was ook een politicus,
want tegen het eind van de
huurlingenoorlog is hij ook
verantwoordelijk voor de z.g.Barcidische revolutie in
Carthago, waarbij meer democratie wordt
ingevoerd. De politieke strijd tussen de
oligarchen (Hanno 17) en de democraten
(Hamilcar) wordt in het voordeel van de
laatsten beslist (Appianus Iber 5,18).
Wanneer de huurlingen bijna verslagen zijn
willen de oligarchen Hanno (17) weer terug in het zadel helpen, maar de
volksveragdering beslist even later,
dat alleen Hamilcar het bevel over de
strijdkrachten krijgt (Diodoros XXV 8).
Zijn schoonzoon ondersteunt hem ook
hierin en die wordt tot admiraal van de vloot
benoemd. Deze Hasdrubal (4) dempt
tevens een Numidische opstand en zal
Hamilcar in Spanje opvolgen.
Hamilcar had drie zonen en twee
dochters. Van zijn vrouw is niets bekend, maar
er slechts een vaag gerucht over de
stad Cyrene als herkomst.
Dochter – Dochter - Hannibal ‑ Hasdrubal
‑ Mago Hannibal is in ieder geval de
oudste zoon, gevolgd door Hasdrubal en
de jongste is Mago.
Hamilcar XV (9)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Deze Abdmelqart is een suffeet van
Carthago in de 3e eeuw v.C. Hij onderneemt de
(re)constructie van het dubbele
heiligdom voor Asjtarte en Tanit van de Libanon
(KAI 81).
Hamilcar XVI (10)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Deze Abdmelqart is suffeet en hogepriester te Carthago in de 3e eeuw
v.C. Hij
heeft de titel van miqim elim. Zijn
dochter is (1) Sophonibaal (Saphonbaal) en
die trouwt met een Adonibaal.
Hamilcar XVII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Op een grote inscriptie uit Avignon
(Zuid‑Frankrijk) komen we de naam tegen. De
inscriptie moet al in de 3e eeuw v.C
zijn opgetekend voor Zybqt. Zie Amadasi blz
182+183. Als we de wijding op c.250 v.C
stellen met de 25 jaars cycli, dan
ontstaat de volgende stamboom:
c.400 *bd'sjmn abdesjmoen
V
c.375 h.mlkt himilkat
V
c.350 *bdmlqrt abdmelqart
V
c.325 *bd'sjmn x b*lh.n' (mqm 'l[m]) abdesjmoen x baalhanno
V
c.300 b*lytn baalyaton
V
c.275 *bd'sjmn abdesjmoen
V
c.250 Zybqt
Alleen de overledene Zybqt moet zich in
deze tijd waarschijnlijk in Zuid‑
Frankrijk hebben opgehouden. De anderen
kunnen heel ergens anders vandaan
komen. Abdmelqart moet ergens in de 4e
eeuw v.C hebben geleefd. Het feit, dat
Zybq', Zybqm ook worden aangetroffen op
Malta, doet vermoeden, dat de familie
mogelijk via Malta deze kant is uitgekomen.
Het voorkomen van de naam Himilkat
doet ook vermoeden, dat Sardinië een
tussenstation is geweest.
De zoon van Abdmelqart is
waarschijnlijk Baalhanno en die trouwt met
Abdesjmoen. Baalhanno heeft de
religieuze titel van Maqom elim en dat staat voor
opwekker van de goden. Deze titel komt
veel voor in Carthago: het moet een
bereisde familie zijn geweest. Een
mogelijk scenario:
Sardinië c.375
V
Carthago c.325
V
Malta c.250
V
Zuid‑Frankrijk c.250
Hamilcar XVIII (11) {8}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Zoon van Gersakon en in 218 v.C
Carthaags commandant over Melita en Gaulos. Hij
wordt door de inwoners met zijn garnizoen
van 2000 man uitgeleverd aan de
Romeinen (Livius XXI 51,2). Er zijn
geen verdere bijzonderheden over hem en zijn
familie bekend.
Hamilcar XIX (12) {9}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Commandant van de vloot van Hasdrubal,
de zoon van Hamilcar Baraq, in Spanje in
217 v.C (Polybios III 95,2). Volgens
Livius (XXII 19,3) zou deze vlootcmmandant
echter Himilco zijn geweest. Na de
nederlaag aan de Ebromonding zou hij zijn
gevlucht en in Zuid‑Spanje aangezet
hebben tot een opstand. Paulys (1912) ziet
hem in 212 v.C weer naast Hasdrubal
opduiken, of het bevel voeren over een
vloot bij Sicilië. Paulys (1912) ziet
hem ook in 207 v.C met Hasdrubal meegaan
naar Noord‑Italië. Het moet hier
waarschijnlijk toch gaan om een andere Hamilcar
Zie nr.(15).
Hamilcar XX (13)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Officier van Hannibal, zoon van Baraq.
Hij is waarschijnlijk met Hannibal in 218
v.C vanuit Spanje meegekomen. In de
winter van 216/215 v.C weet hij een verdrag
te bewerkstelligen tussen de inwoners
van Locri en de Bruttiërs van Calabrië.
Mogelijk is hij dezelfde, die in 205
v.C als commandant van de stad opereerde.
Locri viel toen in handen van de
Romeinen. Waarschijnlijk heeft deze Hamilcar
zich in veiligheid kunnen brengen bij
de toegesnelde Hannibal en is later met
hem teruggekeerd naar Afrika.
Hamilcar XXI (14)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Carthaags admiraal in 210 v.C, die
succesvol opereert langs de Sardijnse kusten.
Waarschijnlijk is hij dezelfde, die in
203 v.C de vloot van Scipio bij Utica
aanvalt en grote schade toebrengt. Er
worden c.60 vrachtschepen buitgemaakt,
maar dat hadden er meer kunnen zijn als
deze Hamilcar niet een dag had laten
verstrijken door in Rusucmon voor anker
te gaan (Livius XXX 10).Het is niet erg
waarschijnlijk, dat hij dezelfde is als
nr.(12).
Hamilcar XXII (15)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een Carthaags officier, die na de 2e
Punische oorlog nog steeds actief is in
Noord‑Italië. Hij kan met een van de
drie Barciden zijn meegekomen. Het meest
waarschijnlijk is dat hij met Mago is
meegekomen. In ieder geval geeft hij
leiding aan een opstand van Kelten en
Liguriërs in c.200 v.C (Livius XXXI 10,2;
11,5‑6; 19,1; XXXII 30,11‑12; XXXIII
23,5 + Dion Cassius XVIII fr.58,5 +Zonaras
IX 15). Deze Hamilcar verovert
Placentia en Cremona, waarop de senaat van Rome
zijn uitlevering eist bij Carthago. Tot
uitlevering is men echter niet in staat.
De Carthagers verbannen hem dan maar en
confisceren zijn bezittingen. Daarna
zou hij door L.Furius zijn verslagen,
waarbij hij zelf ook sneuvelt. In 197 v.C
overwint C.Cornelius Cethegus de
Insubriërs en de Cenomanen, waarbij deze
Hamilcar gevangen genomen zou zijn. Hij
zou dan in een triomftocht zijn
meegevoerd. Het is in tegenspraak met
elkaar. Misschien hebben we hier met nog
een andere Hamilcar te maken? Het is
niet waarschijnlijk, dat hij dezelfde is
als Hamilcar {9}.
Hamilcar XXIII (16) {10}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Bijgenaamd de Samniet. Hij is de
aanvoerder van de democratische partij in
Carthago in het 2e kwart van de 2e eeuw
v.C (Appianus Lib.63). Samen met
Carthalo verdrijft hij de aanhangers
van Massinissa uit de stad. De zonen van
Massinissa, Micipsa en Gulussa, komen
als onderhandelaars naar de stad, maar
worden niet toegelaten. Gulussa wordt
zelfs overvallen door de democraten
(Appianus VIII 68,70). Kort hierna zal
de 3e Punische oorlog uitbreken.
Hamilcar XXIV (17) {11}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een vooraanstaand Carthager, die in 149
v.C naar Rome gaat als gezant teneinde
de oorlog te voorkomen. Hij biedt de
onderwerping van Carthago aan, maar keert
zonder een antwoord terug (Polybios
XXXVI 3,8).
Hamilcar XXV (18) {12}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Bijgenaamd Phameas. Commandant van de
Carthaagse ruiterij, die succesvol in de
3e Punische oorlog strijdt (Polybios
XXXVI 8,1‑2). Bij Appianus heet hij echter
Himilco. Hoe dan ook, hij zal de Carthaagse
zaak verraden door over te lopen
naar de Romeinen.
Hamilcar XXVI (19) {13}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een agronoom. Hij stelt een boek samen
over de landbouw. Hij wordt genoemd in
Columelle: over de landbouw XII 4,2.
Hamilcar XXVII (20)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Als Abdmelqart, de zoon van een
Hannibal (10). Hij leeft in het jaar 8 v.C te
Leptis Magna en bevordert de
keizerlijke cultus (KAI 120=Trip.21).
Hamilcar XXVIII
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
In het 41e jaar van de regering van de
Numidische koningen (=c.160 v.C) wordt
door Bodasjtarte in Cirta (El Hofra
nr.56) een inscriptie opgesteld, waarin hij
ook zijn vader Abdmelqart noemt.
Hamilcar XXIX {14}
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Een vooraanstaand burger te Leptis
Magna in het jaar 107 v.C, ofwel in het jaar
647 van Rome (Sallustius Jug.77,1).
Hamilcar XXX (21)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Als Abdmelqart. Hij is lid van de
invloedrijke familie Tabhapi in Leptis Magna
en tevens suffeet in de 1e/2e eeuw na
Chr (KAI 130=Trip.17).
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten